ECLI:NL:RBMNE:2026:669
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in faillissementsprocedure
Verzoekster heeft op 17 februari 2026 per e-mail een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een faillissementsprocedure. Dit verzoek werd ingediend om 11:39 uur, terwijl de einduitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag om 12:00 uur werd uitgesproken. De rechter was op het moment van de uitspraak niet op de hoogte van het wrakingsverzoek, omdat de administratie het verzoek pas na de uitspraak ontving en doorgaf.
De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend en de rechter er redelijkerwijs nog kennis van moet kunnen nemen voordat de einduitspraak is gedaan. Hoewel het verzoek formeel vóór de uitspraak was ingediend, was dit te kort voor de rechter om er nog rekening mee te houden. De procedure in de hoofdzaak was daarmee beëindigd met de einduitspraak.
De wrakingskamer concludeerde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking na een einduitspraak en verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. De beslissing werd op 26 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek omdat de einduitspraak al was gedaan voordat de rechter kennis kon nemen van het verzoek.