Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
18 juni 2024 is geconstateerd door een medewerker van de gemeente dat alle ramen geblindeerd waren en dat de woning er van buitenaf niet bewoond uitzag. Vervolgens is de uitkering na het verstrijken van de hersteltermijn per 27 juni 2024 opgeschort. Eiseres is nogmaals schriftelijk in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop bij het uitblijven van haar reactie op 11 juli 2024 een huisbezoek heeft plaatsgevonden. Eiseres is niet thuis aangetroffen, de woning was aan de voorzijde en aan de achterzijde dichtgeplakt en er lag meer post in de gang. Bij het college was er sprake van gerede twijfel of eiseres feitelijk op het door haar opgegeven adres verbleef. Eiseres heeft het college niet geïnformeerd over haar feitelijke woonsituatie en daarmee heeft zij volgens het college haar inlichtingenplicht geschonden. [1] Op grond van de Pw moet het college bij een schending van de inlichtingenplicht een uitkering herzien of intrekken als dit heeft geleid tot het ten onrechte verlenen van de bijstand. [2] Het college kon daarom het recht op een uitkering niet vaststellen en heeft de bijstandsuitkering met het besluit van 31 juli 2024 (het primaire besluit) per
1 juni 2024 ingetrokken.
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
Het overleggen van de gevraagde gegevens
“de hoogte was en/of kon zijn van haar situatie en op welke wijze eiseres bereikbaar was waardoor het op de weg van het college had gelegen om op andere wijze – dan het enkel versturen van brieven gericht aan haar woonadres – contact op te nemen met eiseres.”Op basis hiervan overweegt de rechtbank dat het feit dat zij niet op de brieven heeft gereageerd onvoldoende is om een schending van de inlichtingenplicht aan te nemen. Deze omstandigheden kunnen dan ook niet ten grondslag worden gelegd aan de intrekkingsbeslissing
: “Ik heb denk ik in februari 2024 de sleutel van mijn huis ontvangen, [adres 1] in [plaats] . Ik was met het overbrengen van spullen, inrichting en schoonmaken begonnen, maar toen werd mijn vader ziek. Mijn hoofd stond niet meer op verhuizen., ik was gericht op mijn vader. Ik ben mantelzorg gaan verlenen. (…) Ik verbleef daarom bij mijn ouders op het adres [adres 2] in [plaats] . (…) Ik heb uiteraard wel de intentie om in mijn eigen woning aan [adres 1] te gaan wonen, maar ik richt mij eerst op de situatie rondom mijn vader en mijn eigen gezondheidssituatie. Ik heb geen planning met betrekking tot het betrekken van mijn eigen woning. Dat moet eerst nog af gemaakt worden, dat doen mijn moeder en ik tussendoor.”Op zitting heeft eiseres daar aan toegevoegd dat zij vanaf maart 2024 bij haar ouders verbleef. Zij heeft desgevraagd naar voren gebracht dat zij er niet aan heeft gedacht om dit door te geven aan het college, omdat haar hoofd er niet naar stond.