Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
7 oktober 2026;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele bodemprocedure verzoekt eiser om verlof voor het instellen van tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking van 16 juli 2025, waarin de rechtbank oordeelde dat gedaagde niet aansprakelijk is voor een aanrijding omdat eiser voorrang had moeten verlenen. Gedaagde maakt geen bezwaar tegen het verzoek.
De rechtbank toetst of de deelgeschilbeschikking een bindende beslissing over de materiële rechtsverhouding bevat, wat het geval is, en of het verzoek om verlof tijdig is ingediend. Gelet op een arrest van de Hoge Raad van 17 december 2021 wordt de termijn voor hoger beroep berekend vanaf de datum van het vonnis dat het verlof verleent, waardoor het verzoek tijdig is.
De rechtbank overweegt dat het instellen van tussentijds hoger beroep niet tot onredelijke vertraging leidt, mede omdat gedaagde zich aansluit bij dit oordeel. Hoewel de rechtbank gebonden is aan de eerdere beslissing over aansprakelijkheid, kan het hof daar anders over oordelen. Om redenen van proceseconomie wordt het tussentijds hoger beroep toegestaan en de zaak naar de parkeerrol verwezen, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking en verwijst de zaak naar de parkeerrol.