Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:531

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/2781
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 1a:1, eerste lid, onder a, WajongArt. 1a:1, tweede lid, Wajong 2015Art. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en arbeidsvermogen

Eiseres, bekend met astma, fibromyalgie, autisme en psychische klachten, vroeg op 23 april 2024 een Wajong-uitkering aan, bijna acht jaar na haar 18e verjaardag. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiseres volgens medisch en arbeidskundig onderzoek over arbeidsvermogen beschikt. Eiseres maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank hield op 7 augustus 2025 een zitting en stelde het onderzoek aan om aanvullende medische stukken te ontvangen, waaronder een slaaponderzoek en een verklaring van een stagebegeleider. Na sluiting van het onderzoek op 1 december 2025 beoordeelde de rechtbank of eiseres in de periode van haar 18e tot vijf jaar daarna haar arbeidsvermogen had verloren, zoals vereist bij een laattijdige aanvraag.

De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat eiseres over voldoende arbeidsvermogen beschikt. De beperkingen van eiseres werden erkend, maar zij kon toch een uur aaneengesloten en vier uur per dag werken, en beschikte over basale werknemersvaardigheden. De aanvullende stukken boden geen nieuwe inzichten die tot een andere conclusie leidden.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de Wajong-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van duurzaam arbeidsongeschiktheid in de relevante periode.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2781

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.G.W. van Wees),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.A. Voorn)

Inleiding

1.1
Eiseres is op [geboortedatum] 2016 achttien jaar geworden. Eiseres is bekend met astma, fibromyalgie en autisme. Ook ervaart eiseres depressieve klachten, angstklachten en slaapproblemen.
1.2
Op 23 april 2024 heeft eiseres een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend, omdat zij een uitkering wil krijgen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Met het besluit van 17 september 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiseres beschikt volgens het Uwv over arbeidsvermogen.
1.3
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dat bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 14 maart 2025 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 7 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar zus, en heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tijdens de zitting heeft de rechtbank het onderzoek aangehouden om eiseres in de gelegenheid te stellen om nadere medische stukken, zoals de resultaten van het medisch onderzoek naar de slaapproblemen van eiseres, in te dienen. Dat heeft eiseres gedaan op 5 september 2025. Het betreft een brief van neuroloog-somnoloog [A] van 1 september 2025. Daarnaast heeft eiseres nog een aanvullende verklaring overgelegd van haar stagebegeleider. Het Uwv heeft daar op 8 oktober 2025 op gereageerd.
1.5
Vervolgens heeft de rechtbank partijen op 24 oktober 2025 verzocht om toestemming voor het sluiten van het onderzoek zonder nadere zitting. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 1 december 2025 gesloten.
Waar gaat deze zaak over?
2. Deze zaak gaat over de vraag of eiseres recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiseres vindt van wel. In het kort voert eiseres aan dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Het Uwv blijft in beroep bij het standpunt dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering omdat eiseres beschikt over arbeidsvermogen.

Hoe toetst de rechtbank?

3.1
In de regels van de Wajong staat dat je alleen een Wajong-uitkering kunt krijgen als je jonggehandicapte bent. [1] Als jonggehandicapte wordt beschouwd iemand die op de 18e verjaardag door medische en objectief vast te stellen beperkingen duurzaam, dus blijvend, geen arbeidsvermogen heeft. [2] Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als iemand:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet tenminste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. [3]
3.2
Het Uwv moet dus beoordelen of eiseres voldoet aan (tenminste) één van de vier genoemde eisen. Dit wordt beoordeeld door een verzekeringsarts. De eisen onder a en b worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
4. In deze zaak is ook van belang dat eiseres op 23 april 2024 een Wajong-uitkering heeft aangevraagd, bijna 8 jaar nadat eiseres 18 jaar is geworden. Er is daarmee sprake van een laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, is in vaste rechtspraak in dit soort zaken bepaald dat de bewijslast op aanvrager rust. Dat betekent dat als onvoldoende gegevens over de gezondheidstoestand van eiseres in de hier relevante periode beschikbaar zijn, deze omstandigheid voor haar risico komt. [4] Bij deze beoordeling moet het Uwv zich niet beperken tot de situatie in het achttiende jaar, maar moet het Uwv ook beoordelen of iemand in de vijf jaar daarna alsnog zijn of haar arbeidsvermogen is verloren. [5]
5. Het Uwv heeft het bestreden besluit gebaseerd op rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het Uwv mag besluiten baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, maar deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten de rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen deze geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten de daarin getrokken conclusies voldoende begrijpelijk zijn. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Dat betekent dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, niet voldoende is om aan te nemen dat een medische beoordeling onjuist is.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv terecht de aanvraag om de Wajong-uitkering van eiseres heeft afgewezen. Dat licht zij hieronder toe.
De zorgvuldigheid van het onderzoek
7.1
Ten eerste voert eiseres aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig is geweest. Zo had er volgens eiseres aanvullend onderzoek moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van de basale werknemersvaardigheden van eiseres want het kan niet zomaar aangenomen worden dat ze daarover beschikt. Ook had het Uwv nader onderzoek moeten doen naar de mogelijkheden van eiseres om 4 uur per dag te werken.
7.2
Zowel de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben dossierstudie verricht en een spreekuur gehouden, waarop eiseres door de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook psychisch is onderzocht. De beschikbare medische informatie, zoals de overgelegde verwijzing van de huisarts naar de specialistische GGZ, een brief van de behandelaren van eiseres bij Pro Persona en een brief over haar behandeltraject bij GGZ Veenendaal, is zichtbaar meegenomen in het medische onderzoek. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. Daarbij neemt de rechtbank als uitgangspunt dat een verzekeringsarts in beginsel mag varen op het eigen medisch oordeel. [6] Eiseres heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onzorgvuldig is geweest. De enkele stelling dat meer onderzoek gedaan had moeten worden is niet voldoende om twijfel te zaaien over de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. De beroepsgrond slaagt niet.
De beoordeling van het arbeidsvermogen
8.1
Ten tweede stelt eiseres dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen. Eiseres vindt dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd dat wel sprake is van arbeidsvermogen. Eiseres heeft een zware vorm van autisme en een angststoornis en daardoor lukt het eiseres niet om een uur achtereen te werken of vier uur per dag te werken. Ook beschikt ze niet over basale werknemersvaardigheden. In de baantjes die eiseres heeft gehad hebben haar beperkingen voor problemen gezorgd. Zo ging eiseres constant over haar grenzen heen waardoor haar klachten verergerden en ook hebben haar beperkingen tot incidenten geleid. Eiseres heeft nooit onder normale omstandigheden kunnen werken of studeren, zij doet alles met veel hulp en ondersteuning. Dat moet bijvoorbeeld ook blijken uit de door eiseres overgelegde stageverslagen waarin naar voren komt dat eiseres niet is aangenomen om haar kunnen, maar enkel om haar een kans te geven en haar te helpen. Eiseres heeft haar HBO studie ook niet kunnen afronden en dat heeft het Uwv onvoldoende meegewogen. Dat eiseres last heeft van stemmingswisselingen, motivatieproblemen en slaapproblemen heeft Uwv ook onvoldoende meegewogen. Om haar standpunt te onderbouwen heeft eiseres resultaten overgelegd van een slaaponderzoek door een neuroloog. Verder stelt eiseres dat het Uwv onterecht heeft aangenomen dat er kans is op verbetering. Er is namelijk geen behandeling voor fibromyalgie. Ook de behandelingen voor de overige beperkingen zien niet op verbetering maar op het voorkomen van verdere achteruitgang. Uit het feit dat de zus van eiseres mantelzorger voor 11 uur per week is en zij individuele begeleiding van zorg-opmaat krijgt in de categorie zwaar, moet ook blijken dat eiseres meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen.
8.2
De primaire verzekeringsarts rapporteert in het medisch onderzoeksverslag van 13 september 2024 dat eiseres is gediagnostiseerd met astma, fibromyalgie en ASS. Hierdoor heeft zij last van een depressieve stemming en forse angstklachten voor uiteenlopende dingen. Ook ervaart eiseres overloads, heeft moeite met concentratie en krijgt zij een onrustig/vol hoofd bij onverwachte dingen. Eiseres heeft moeite met communicatie en kan bij spanning en stress soms woorden niet uit haar mond krijgen. Ook stelt de primaire verzekeringsarts vast dat eiseres last heeft van slaap- en motivatieproblemen en een laag zelfbeeld. Daarom zijn er beperkingen aangenomen voor wat betreft: zelfstandig en in groepsverband ondernemen van enkelvoudige of meervoudige taak (intensieve persoonlijke begeleiding nodig), omgaan met stress en andere mentale eisen, omgaan met nieuwe dingen, onverwachte dingen en veranderingen, begrijpen van non-verbale boodschappen, eigen gevoelens uiten, hanteren van conflicten, omgaan met onbekenden, prikkels: geluid en veel mensen om zich heen, omgaan met verschillende soorten werktijden.
8.3
Met deze beperkingen heeft eiseres scholing en opleiding gevolgd en voor langere tijd reguliere werkzaamheden verricht voor tenminste vier uur per dag. Er zijn volgens de primaire verzekeringsarts geen medische redenen om aan te nemen dat eiseres niet in staat is om 1 uur aaneengesloten te werken of dat er sprake is van ontbreken van werknemersvaardigheden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschrijft die conclusies en rapporteert op 14 maart 2025 aanvullend dat eiseres ook beperkt wordt geacht op de volgende punten: algemene taken en eisen: structureren en planning, tillen/dragen tot 10kg, incidenteel tot 15 kg mogelijk en lopen en staan tot 30 minuten aaneengesloten, indien mogelijkheid tot afwisselen met kortdurend zitten dan tot 1 uur mogelijk. In reactie op de door eiseres overgelegde verklaring van haar stage-begeleider en de resultaten van het slaaponderzoek rapporteert de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 6 oktober 2025 dat die informatie geen aanleiding geeft om te twijfelen aan het arbeidsvermogen van eiseres.
8.4
De primaire arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 14 maart 2025 beoordeeld dat eiseres beschikt over basale werknemersvaardigheden zoals het begrijpen van instructies, onthouden en uitvoeren van instructies en afspraken met een werkgever nakomen. Dat blijkt uit het feit dat eiseres in het verleden voor langere tijd gewerkt heeft bij een tweetal werkgevers en ze meerdere opleidingen heeft gevolgd. Wel zijn er enkele voorwaarden gesteld aan de werkomgeving van eiseres, namelijk: een werkomgeving zonder veel auditieve en/of visuele prikkels of afleiding door activiteiten van anderen. En er is extra begeleiding nodig voor wat betreft omgaan met werkdruk, hanteren van relevante stressfactoren en effectief communiceren in de werkomgeving. Daarnaast is een instructie aan leidinggevenden en directe collega’s met betrekking tot aansturing, communicatie, samenwerking en verwachtingen noodzakelijk. In algemene zin is eiseres aangewezen op een begripvolle bedrijfscultuur en werkomgeving.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep wijkt niet af van de conclusie van de primaire arbeidsdeskundige maar heeft wel een nieuwe voorbeeldtaak geselecteerd, namelijk ‘gegevens invoeren’. Deze taak is passend en geschikt omdat het fysiek een lichte taak is die eiseres zittend kan uitvoeren. Ze kan dat in een rustige, kleine werkomgeving doen en het is een overzichtelijke, gestructureerde en afgebakende taak.
8.5
De rechtbank stelt voorop dat in deze zaak sprake is van een laattijdige aanvraag. Dat betekent dat het aan eiseres is om aan te tonen dat zij in de periode tussen [geboortedatum] 2016 (de dag waarop zij achttien jaar is geworden) en [geboortedatum] 2021 (vijf jaar later) haar arbeidsvermogen is verloren. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daar niet in is geslaagd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben naar het oordeel van de rechtbank in hun rapporten inzichtelijk gemotiveerd dat eiseres beschikt over arbeidsvermogen en dat eiseres in staat is om een uur aaneengesloten of vier uur op een dag te werken. Bij de beoordeling heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep kenbaar rekening gehouden met de beperkingen die de verzekeringsarts heeft aangenomen op het gebied van de inrichting van de werkplek, auditieve en/of visuele prikkels en extra begeleiding voor eiseres. De rechtbank kan daarom ook volgen dat de geselecteerde taak geschikt is voor eiseres. Daarnaast kan de rechtbank de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep volgen dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt omdat eiseres met deze beperkingen in staat was om een opleiding te volgen en te werken. Eiseres heeft de door haar aangevoerde omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt en daarom kan dit niet leiden tot de conclusie dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich niet mede heeft mogen baseren op het arbeids- en opleidingsverleden van eiseres. Uit het door eiseres overgelegde stageverslag blijkt bijvoorbeeld niet dat eiseres zodanig beperkt was dat zij de werkzaamheden van die stage niet zelf kon uitvoeren. Ook in de resultaten van het slaaponderzoek en in wat eiseres ter zitting naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een andere conclusie te komen. De resultaten van het slaaponderzoek bevatten namelijk geen nieuwe of andere informatie dan waar de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de beoordeling al van uit was gegaan. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Uit deze uitspraak volgt dat het Uwv de aanvraag om de Wajong-uitkering van eiseres terecht heeft afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1a:1 van de Wajong.
2.Artikel 1a:1, eerste lid, onder a, van de Wajong.
3.Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 30 juli 2020,
5.Zie artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong 2015.
6.Zie bijvoorbeeld Centrale Raad van Beroep 1 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1581.