Verzoekster heeft op 29 januari 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde, nadat op 28 januari 2026 de einduitspraak in die hoofdzaak was gedaan. De wrakingskamer heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld en vastgesteld dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend, omdat de procedure met de einduitspraak is beëindigd en er geen behandelend rechter meer is.
Daarnaast is opgemerkt dat in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt, waardoor een schriftelijk wrakingsverzoek alleen met bijstand van een advocaat kan worden ingediend. Verzoekster voldeed hier niet aan.
De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk en draagt er zorg voor dat de beslissing aan alle betrokken partijen wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.