4.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair – opzetheling Nissan Qashqai en sleutel
-
proces-verbaal van aangifte door [naam 1]opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 7 augustus 2024;
[naam 1] wenst bij deze aangifte te doen van verduistering van de volgende voertuigen:
Een personenauto van het merk Nissan, kleur grijs, type Qashqai, met kenteken [kenteken] .
Vanwege het niet nakomen van de financiële verplichtingen heeft [onderneming 1] B.V. het dossier overgedragen aan [onderneming 2] B.V. [onderneming 1] B.V. heeft [onderneming 2] de opdracht gegeven om het voertuig met kenteken [kenteken] te traceren en in te nemen en-of de vordering te incasseren.
Op of omstreeks 16 augustus 2023 is er een huurkoopovereenkomst gesloten tussen [onderneming 1] B.V. en [onderneming 3] BV met betrekking tot het leasen van bovengenoemd voertuig. Met ingang van 5 maart 2024 is [onderneming 3] BV failliet verklaard, via de postblokkade van het faillissement is ons door de curator medegedeeld dat het niet bekend is waar het object zich bevind. Het voertuig is in de boedel niet aangetroffen. Het is thans niet duidelijk waar het voertuig is of wie deze onder zich heeft.
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024;
V: Na uw aanhouding zijn er drie autosleutels aangetroffen in uw fouillering. Dat zijn sleutels van een Bmw, Volkswagen en een Nissan. Van wie zijn deze autosleutels?
A: En die Nissan, had ik die ook in mijn zak??? Ja dat zou om de Nissan gaan die buiten het pand stond, schuin er tegenover.
V: Van wie is de Nissan?
A: Werd gebracht om bij mij te komen stallen, de deur zou gemaakt moeten worden maar daar kwam niks van dus om te stallen. De rechterdeur zou gemaakt worden. [naam 3] heeft hem meegenomen de Nissan. [naam 3] heeft die Nissan meegenomen naar het pand. [naam 3] handelt in auto's en heeft veel auto's.
V: Hoelang heeft u de Nissan autosleutel al in uw bezit?
A: Sinds augustus
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024;
V: De politie komt ter plaatse en treft er drie personen in het pand. Wie zijn deze personen?
A: Dat zijn ik, [....] [achternaam medeverdachte 2] en volgens mij [naam 2] ( fonetisch )
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 29 oktober 2024;
V: Na je aanhouding zijn er drie autosleutels bij jou aangetroffen. Namelijk van een Volkswagen, BMW en een Nissan. Van wie zijn deze auto's?A: Die Nissan komt van [naam 2] of [naam 3] af.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [vebalisant] op 22 oktober september 2024;
Contact [naam 2]Ik zag dat, op donderdag 3 oktober 2024, [medeverdachte 2] contact opnam met een contactpersoon genaamd ' [naam 2] ', op telefoonnummer [telefoonnummer] , middels WhatsApp. Ik zag dat [medeverdachte 2] drie (3) schermafbeeldingen stuurde van de telefoon met camerabeelden erop. Ik herkende de locatie als de buitenzijde van het pand aan de [straat] [nummer/letter] te [plaats] , gefilmd vanaf het betreffende pand. Op de schermafbeeldingen zag ik de openbare weg, de [straat] , met daarop één (1) of meerdere politieambtenaren. Ik zag dat bij de eerste schermafbeelding stond: "Ze gaaan di ding mee nemen hij was te goed zei jij". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Shit man", "Dat zie ik je maar hij mocht niet buiten blijven", "Teringzooi" en "Anders had ik ik hem ook net voor de deur laten staan". Ik zag dat [naam 2] één (1) schermafbeelding stuurde, gemaakt om 12:38 uur. Op de schermafbeelding zag ik bovenin [kenteken] Nissan Qashqai' staan. Ik zag dat het keuzemenu op 'Status' stond en dat er bij het kopje 'Gestolen' 'Ja' stond. Ik zag dat [naam 2] schreef: "Hij is sinds kort op rood. Ik zie het nu net". Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Bro nou ben ik zwaar de lui" en "Ze gaan mij sluiten". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Is die ene grote ding weg. Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: " [.] ben echt boos boos serio pffff ik ga echt di plek kwijt raken dinsdag gaat de onderzoek verder". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Maar ze gaan dat ding vinden broer. Denk je daaraan?" Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Laste keer hebe ze ook alles over hoop gegooid maar ze zijn niet daar onder gegaan ik hoop nu ook niet dat ze tot de spullen van de kia blijven". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Maar hebben ze die Nissan aan jou gelinkt ?" Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Ja hele straat weet di stond bij mij voor de duer".
Aan de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ontleent de rechtbank dat de verdachte ook wel [naam 2] of [naam 2] wordt genoemd. Dit betekent dat de verdachte de contactpersoon uit de telefoon van [medeverdachte 2] met de naam [naam 2] is. Op grond van het chatgesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam 2] (oftewel: de verdachte) en de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen stelt de rechtbank vast dat de verdachte de Nissan voorhanden heeft gehad. Zonder sleutel kan de auto niet verplaatst worden dus neemt de rechtbank dit ook aan ten aanzien van de sleutel van de Nissan.
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2019 beoordelingscriteria gegeven.Aan de hand hiervan merkt de rechtbank het volgende op. In augustus 2024 is aangifte gedaan van de verduistering van de Nissan. De Nissan is kort daarna in het bezit van de verdachte gekomen. Deze omstandigheden zijn, in samenhang met de rest van het dossier, waaronder een appgesprek met een medeverdachte, redengevend voor het bewijs van de verdenking van heling jegens verdachte. Desondanks ontkent de verdachte elke betrokkenheid bij de auto en heeft hij dus voor deze redengevende omstandigheden geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Daarbij komt dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de verdachte pas ná het voorhanden krijgen van de auto op de hoogte is geraakt van het feit dat deze van een misdrijf afkomstig was. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist dat deze van een misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht derhalve opzetheling van zowel de auto als de sleutel wettig en overtuigend bewezen.
Partiële vrijspraak voor medeplegen
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van het bestanddeel medeplegen.
Landeckverweer
De raadsman heeft bepleit dat er sprake zou zijn van een vormverzuim, omdat de rechter-commissaris geen machtiging heeft afgegeven voor het onderzoek in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank verwerpt dit verweer. Voor een geslaagd beroep op artikel 359a Sv is onder meer vereist dat er sprake is van een schending van een norm die strekt tot bescherming van een belang van de verdachte zelf (de zogeheten Schutznorm). Aangezien het in de onderhavige zaak niet de telefoon van de verdachte betreft die is onderzocht en waaruit belastende informatie is gebleken maar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] , is aan het zogenoemde Schutznormvereiste niet voldaan. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de verdachte zelf ontkent dat hij [naam 2] / [naam 2] wordt genoemd, en dus valt ook om die reden niet valt in te zien welk nadeel hij stelt te hebben geleden.
Gezien het voorafgaande behoeft het verweer geen verdere bespreking.
Bewijsmiddelen feit 2- het verbreken van de verzegeling
- de
verklaring van verdachteter terechtzitting van 10 december 2025;
Ik ben op 4 oktober 2024 in het pand geweest op de [straat] [nummer/letter] in [plaats] .
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024;
V: Je bent in de ochtend van 04 oktober aangehouden op de [straat] [nummer/letter] . Wat deed u daar?
A: Ik ging naar mijn pand kijken omdat er werd gebeld dat er misschien werd ingebroken.
V: Door wie werd je gebeld
A: Door een vriend [naam 3] die ging langs om te kijken en hij vertelde mij dat er glas op de grond lag.
V Jij gaf aan dat het niet kon?
A: Ik vertelde dat het verzegeld was en dat de politie er al was geweest op donderdag overdag.
V: De politie komt ter plaatse en treft er drie personen in het pand. Wie zijn deze personen?
A: [naam 4] en [naam 3] en ik.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] op 4 oktober 2024;
Voor zaakwaarneming heb ik op donderdag 3 oktober 2024, omstreeks 15.10 uur, het pand voorzien van speciale zegels. Ik heb een brief opgesteld, waarin staat dat het pand is verzegeld en het betreden ervan strafbaar is. Ik heb op de voordeur, de overheadsdeur en de container een brief vastgeplakt. Ik heb samen met collega [verbalisant 7] , een zogenoemde Mobeye geplaatst in het pand. Dit om er zeker van te zijn, dat als er iemand in het pand zou komen, er direct een alarm zou afgaan bij de politie.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] op 4 oktober september 2024;
Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.05 uur, hoorde ik via de portofoon dat een collega uit Lelystad een melding kreeg dat de Mobeye afging op de [straat] , te [plaats] . Ik hoorde collega [verbalisant 6] zeggen dat hij bekend was met dit adres en het zou moeten gaan om het pand met nummer [nummer/letter] .
Wij gingen direct ter plaatse. Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.10 uur, waren wij ter plaatse op de [straat] [nummer/letter] , te [plaats] . Aan de linkerkant van de deur zag ik kapot raam. Ik zag glasscherven op de grond liggen.
Ik keek naar het rolluik en zag dat deze plots snel omhoog ging. Ik zag dat er drie mannen, in het donker gekleed, achter het rolluik vandaan kwamen. Ik zag dat deze mannen aanstalten maakten om te vluchten. Ik zag dat één van de mannen, met zijn handen uit het zicht, terug het pand in probeerde te rennen. Ik zag dat collega [verbalisant 8] deze persoon het pand uit praatte en zijn vuurwapen getrokken had. De persoon waar ik mijn stroomstootwapen op gericht had, werd mij later bekend als:
[verdachte] Geboren [1981] te [geboorteplaats] .
De verdachte heeft verklaard dat er ná de verzegeling van het pand, maar vóórdat hij en de medeverdachten op 4 oktober 2024 het pand betraden, door anderen zou zijn ingebroken in het pand. Volgens de verdachte is hij daarom niet degene geweest die de verzegeling heeft verbroken. De rechtbank is van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt voor dit scenario geen aanknopingspunten maar wel indicaties van het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat de zg. ‘mobeye’ vóór het betreden van het pand door de verdachte en de medeverdachten niet eerder was afgegaan.Daarnaast valt niet in te zien waarom inbrekers de (ongeveer) 1,75 kilo MDMA, die middenin het pand stond toen de verdachte en de medeverdachten daar werden aangetroffen, zouden hebben laten staan.Door de raadsman is tot slot bepleit dat de verdachte niet wist van de verzegeling. De rechtbank volgt de raadsman niet in dit verweer, omdat medeverdachte [medeverdachte 2] in zijn verhoor heeft verklaard dat hij de verdachte had verteld dat het pand verzegeld was. De rechtbank merkt op dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaring, nu deze mede belastend voor [medeverdachte 2] zelf is.