Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 december 2025;
- de conclusie van antwoord van 28 januari 2026;
- de e-mail van [eiser] van 19 maart 2026, waarin zij afziet van het nemen van een conclusie van repliek.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten op 5 november 2019 een mantelovereenkomst voor de lease van auto's. Gedaagde leaseerde op basis daarvan twee auto's, maar liet facturen onbetaald en kwam betalingsregelingen niet na. Eiser vorderde betaling van € 24.489,20 plus rente en kosten.
Gedaagde erkende de vordering en verzocht om een betalingstermijn tot 28 februari 2026 wegens betalingsonmacht. De kantonrechter oordeelde dat hij geen betalingsregeling kon opleggen en wees de vordering toe. Tevens werd de wettelijke handelsrente vanaf 30 september 2025 toegewezen.
Daarnaast werd een vergoeding van € 500 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat eiser deze kosten voldoende had onderbouwd. De vordering werd beperkt tot € 25.000 vanwege de competentiegrens van de kantonrechter.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten (€ 2.304,35) en beslagkosten (€ 498,71) met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten, proceskosten en beslagkosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.