Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:428

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11930005 \ UE VERZ 25-317
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:678 lid 1 BWArt. 7:686a lid 4 sub a BWArt. 6:96 BWArt. 6:127 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens verduistering en verkoop bedrijfseigendommen bevestigd

Zenith Security BV heeft werknemer [verzoeker] op staande voet ontslagen wegens verduistering en verkoop van een uniek samengestelde alarminstallatie van het bedrijf via Marktplaats. Zenith startte een onderzoek na signalen van onregelmatigheden en vond dat werknemer producten van het bedrijf had meegenomen en verkocht. De werknemer werd geschorst en later ontslagen.

De kantonrechter beoordeelde of het ontslag op staande voet rechtsgeldig was. Uit het bewijs, waaronder een onderzoek van Zenith, e-mails van de leverancier en softwareherkenning van de alarminstallatie, bleek dat de werknemer inderdaad bedrijfseigendommen had verduisterd en verkocht. De werknemer voerde tegenargumenten aan over de herkomst van de onderdelen, maar deze werden niet overtuigend bevonden.

De kantonrechter oordeelde dat de dringende reden voor ontslag op staande voet aanwezig was en dat het ontslag daarom geldig is. Verzoeken van de werknemer tot loondoorbetaling, vernietiging van het ontslag en schadevergoeding werden afgewezen. Zenith werd in het gelijk gesteld in haar tegenverzoeken tot teruggave van bedrijfseigendommen en verklaring voor recht over de gefixeerde schadevergoeding.

De werknemer werd veroordeeld tot inlevering van de bedrijfseigendommen binnen zeven dagen, onder dreiging van een dwangsom, en tot betaling van de proceskosten van Zenith. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen, maar vanwege het onnodig voeren van de procedure werd een hogere proceskostenvergoeding van € 5.000 toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd als rechtsgeldig en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: 11930005 \ UE VERZ 25-317
Beschikking van 23 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,
tegen
ZENITH SECURITY BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Zenith ,
gemachtigde: mr. F.J. Meinardi.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 t/m 17
- het verweerschrift, met een tegenverzoek, met producties 1 t/m 26
- aanvullende producties 28 t/m 34 van [verzoeker] van 27 november 2025
- aanvullende producties van Zenith van 12 december 2025, zijnde een gewijzigde productie 17 (deel 2) en productie 27
- de brief van 18 december 2025 van mr. Menkveld waarbij nogmaals het verzoekschrift is gestuurd met alle ingediende producties, namelijk producties 1 t/m 37, en een up to date productie lijst
- aanvullende productie 28 van Zenith van 18 december 2025,
- de mondelinge behandeling van 19 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [verzoeker]
- de pleitnota van Zenith .
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1.
Zenith heeft [verzoeker] op staande voet ontslagen. [verzoeker] verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet met nevenvorderingen. Zenith voert verweer en vraagt [verzoeker] te veroordelen in de werkelijke (buiten)gerechtelijke kosten. De kantonrechter oordeelt dat het onstlag op staande voet (rechts)geldig is en de verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen. [verzoeker] moet ook de werkelijke proceskosten vergoeden aan Zenith . De tegenverzoeken van Zenith tot teruggave van haar bedrijfseigendommen en een verklaring voor recht dat [verzoeker] de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is en Zenith dit terecht heeft verrekend, worden grotendeels toegewezen.

3.De achtergrond van de zaak

3.1.
Zenith installeert en onderhoudt beveiligingssystemen bij bedrijven en levert daarnaast bedrijfsrecherche diensten. [verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1982, is sinds 1 april 2025 in dienst bij Zenith . De functie van [verzoeker] is [functie] met een loon van € 4.150,00 bruto per maand. Op 10 juli 2025 is Zenith een onderzoek gestart naar [verzoeker] vanwege signalen over onregelmatige uitgaven met de zakelijke creditcard, onprofessionele omgangsvormen met collega’s en klanten en het afwijken van bedrijfsprotocollen. Zenith heeft [verzoeker] gedurende dit onderzoek geschorst. De uitkomst van het onderzoek is met [verzoeker] besproken en Zenith heeft [verzoeker] een vso aangeboden ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Partijen hebben geen vso gesloten en [verzoeker] bleef geschorst. Op 18 augustus 2025 kwam een medewerker van Zenith een advertentie tegen op Marktplaats voor een alarminstallatie. Zenith vond deze advertentie verdacht omdat het een alarminstallatie betrof die Zenith zelf voor haar klanten gebruikt. Zenith heeft daarom gereageerd op de advertentie. De verkoper van deze alarminstallatie bleek [verzoeker] te zijn. Een medewerker van Zenith heeft de alarminstallatie met bijbehorende apparatuur gekocht voor € 425,00 en heeft de alarminstallatie op 19 augustus 2025 bij [verzoeker] thuis opgehaald. De gekochte alarminstallatie betrof een Vanderbilt SPC6330.320 buitenkast met daarin gemonteerd een Vanderbilt SPC5330.320 printplaat, met bijbehorende apparatuur. Op de doos van de door [verzoeker] geleverde alarminstallatie zat een sticker met “
Let op! SPC 5330”. Zenith heeft begin juni 2025 van haar leverancier [leverancier] elf alarminstallaties met deze specifieke combinatie van buitenkast en printplaat (hierna: de uniek samengestelde alarminstallatie(s)) geleverd gekregen omdat er sprake was van een voorraadtekort. Deze installaties zaten in een doos met sticker “
Let op! SPC 5330”. Zenith heeft nader onderzoek gedaan naar de van [verzoeker] gekochte alarminstallatie en dit heeft zij vastgelegd in het ‘Relaas van onderzoek’ van 21 augustus 2025. In dit rapport is geconcludeerd dat de van [verzoeker] gekochte alarminstallatie een alarminstallatie van Zenith betreft en de bijbehorende apparatuur waarschijnlijk ook van Zenith is. Na dit onderzoek heeft Zenith [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op 21 augustus 2025. [verzoeker] is niet op dit gesprek gekomen, omdat zijn advocaat niet aanwezig kon zijn. Op 22 augustus 2025 heeft Zenith [verzoeker] per brief op staande voet ontslagen.

4.De beoordeling van het verzoek

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of Zenith moet worden veroordeeld tot betaling van loon.
Het ontslag op staande voet
Het toetsingskader
4.2.
Een ontslag op staande voet is rechtsgeldig wanneer er een dringende reden is en de werkgever de arbeidsovereenkomst om die dringende reden onverwijld heeft opgezegd onder onverwijlde mededeling van die reden aan de werknemer. [1] Uit de wet volgt dat als dringende reden beschouwd worden daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die zodanig zijn dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [2]
4.3.
Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende redenen sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij worden ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer tijdens het dienstverband heeft gefunctioneerd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben, betrokken. Ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag gerechtvaardigd zijn, met name vanwege de aard en de ernst van de dringende reden.
De dringende reden voor het gegeven ontslag
4.4.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat van onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst en mededeling daarvan sprake is. De kantonrechter moet daarom alleen beoordelen of er sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet.
Uit de ontslagbrief van 22 augustus 2025 volgt dat Zenith aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd dat [verzoeker] producten van Zenith heeft ontvreemd en op Marktplaats te koop heeft aangeboden en verkocht heeft voor € 425,00 voor eigen gewin. Zenith noemt ook dat deze gedraging(en) volgen op een reeks van eerdere ernstige gedragingen waaronder privé betalingen met de zakelijke creditcard. Volgens Zenith vormen de genoemde gedragingen van [verzoeker] zowel ieder voor zich als in onderlinge samenhang beschouwd een dringende reden om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] per direct te beëindigen. Zij heeft dit als volgt onderbouwd.
4.4.1.
De van [verzoeker] gekochte alarminstallatie betreft exact dezelfde uniek samengestelde alarminstallatie die Zenith kort hiervoor van haar leverancier [leverancier] heeft ontvangen. Zenith heeft met een e-mail van 19 augustus 2025 van [leverancier] onderbouwd dat [leverancier] deze uniek samengestelde alarminstallaties expliciet en enkel aan Zenith heeft geleverd omdat er een voorraadtekort was. Zenith heeft ook met stukken onderbouwd [3] dat zij begin juni 2025 elf van deze uniek samengestelde alarmsystemen heeft ontvangen. Van deze bestelling heeft Zenith er nog tien, maar één van deze uniek samengestelde en door Zenith voor de klant geconfigureerde alarminstallaties ontbreekt. Waar deze elfde alarminstallatie is gebleven, is voor Zenith niet te achterhalen.
4.4.2.
[verzoeker] had toegang tot het magazijn waar de geconfigureerde alarminstallaties lagen. [verzoeker] kon met zijn tag weliswaar niet in het voorraadmagazijn, zoals [verzoeker] heeft aangevoerd, maar hij kon wel in het grote werkmagazijn waar spullen worden geassembleerd en hij kon in het afhaalmagazijn waar afgehandelde attributen (waaronder de geconfigureerde alarminstallaties) in een kratje klaar lagen. De kantonrechter stelt daarom vast dat [verzoeker] de mogelijkheid had om spullen van Zenith mee naar huis te nemen, waaronder de uniek geconfigureerde alarminstallatie die [verzoeker] via Marktplaats heeft verkocht.
4.4.3.
Zenith heeft de van [verzoeker] gekochte installatie aangesloten op haar softwareprogramma Acre Intrusion (hierna: Acre) en dit programma heeft de alarminstallatie herkend als een alarminstallatie die voor een van haar klanten (namelijk [naam] ) was geconfigureerd. Het programma gaf namelijk aan dat de alarminstallatie bij Zenith bekend was onder “ [naam] ”. Zenith heeft een print screen hiervan overgelegd. Volgens Zenith kan Acre een alarminstallatie alleen herkennen als deze eerder door haar is aangemeld in Acre.
4.4.4.
[verzoeker] heeft de alarminstallatie aan de medewerker van Zenith verkocht in een doos met een sticker waarop stond “
Let op! SPC 5330”. Zenith heeft met een e-mail van haar leverancier [leverancier] onderbouwd dat [leverancier] deze stickers op de dozen heeft geplakt met de betreffende uniek geconfigureerde alarmsystemen. [verzoeker] heeft erkend dat de doos van Zenith is en hij deze doos mee naar huis heeft genomen.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de onderbouwing van het ontslag zoals hiervoor in 4.4. weergegeven, voldoende aannemelijk maakt dat [verzoeker] producten van Zenith heeft meegenomen en heeft verkocht via Marktplaats. Wat [verzoeker] daartegen in heeft gebracht overtuigd niet om de volgende redenen.
4.5.1.
Volgens [verzoeker] sluit het serienummer van de printplaat in de doos waarin de alarminstallatie zat die hij heeft verkocht niet aan bij het serienummer op de sticker die op de doos zit. Tijdens de mondelinge behandeling is hiernaar gekeken en heeft de kantonrechter vastgesteld dat het serienummer op de doos verwijst naar de behuizing en niet naar de printplaat die daar op speciaal verzoek van [verzoeker] in is verwerkt. De behuizing zelf heeft geen serienummer. Het nummer dat op de doos staat correspondeert echter met de orderbevestiging die Zenith van haar leverancier heeft gehad. Wat [verzoeker] aanvoert levert dus geen bewijs op van zijn stelling dat hij een door hem zelf samengestelde alarminstallatie heeft verkocht.
4.5.2.
Het klopt dat in het Relaas van onderzoek van 21 augustus 2025 staat dat het om een ‘leeg en nieuw systeem’ gaat waarin nog geen ‘klant specifieke programmering’ is opgenomen, maar de kantonrechter begrijpt uit de aanvullende rapportage en wat bij de mondelinge behandeling is toegelicht dat het alarmsysteem na ontvangst door Zenith wordt geconfigureerd voor de betreffende klant, maar dat de specifieke inregeling ter plaatse van de vestiging plaatsvindt en dat die programmering nog niet op de gekochte alarminstallatie aanwezig was. Dat zou dus juist een aanwijzing zijn dat het hier gaat om de elfde nog niet bij de klant geïnstalleerde maar wel klantspecifieke alarminstallatie.
4.5.3.
[verzoeker] zegt dat hij de onderdelen voor de door hem verkochte alarminstallatie met bijbehorende apparatuur apart heeft gekocht op Ebay en Amazon om daarmee te oefenen. De kantonrechter acht dit onaannemelijk omdat Zenith onweersproken heeft aangevoerd dat zij oefenmateriaal en cursussen beschikbaar stelt aan haar werknemers.
4.5.4.
[verzoeker] stelt dat de Vanderbilt SPC6330.320 buitenkast en de Vanderbilt SPC5330.320 printplaat toevallig beschikbaar waren op Ebay en Amazon. Zenith heeft dit gemotiveerd weersproken. Zenith heeft online gezocht maar kon de betreffende buitenkasten niet los te koop vinden via Ebay. Dat is ook logisch omdat dergelijke kasten altijd met een daar logisch bijhorende printplaat worden aangeboden. De combinatie van deze buitenkast en deze printplaat ligt niet voor de hand en worden om die reden ook niet apart verhandeld. Alleen vanwege leveringsproblemen door [leverancier] is deze combinatie eenmalig aan Zenith geleverd. Zenith heeft verder uitgelegd dat het ook niet logisch is dat [verzoeker] de alarminstallatie zelf samengesteld zou hebben omdat hij die dan met verlies zou hebben verkocht. [verzoeker] heeft de alarminstallatie namelijk voor € 425,00 verkocht aan Zenith terwijl hij de onderdelen volgens de door hem overgelegde facturen nog geen twee maanden daarvoor zelf heeft gekocht voor ongeveer € 650,00. [verzoeker] zegt dat hij meerdere onderdelen in een bulk heeft gekocht en op die onderdelen wel winst heeft gemaakt met de verkoop, maar dat kan de kantonrechter niet zien omdat [verzoeker] van deze onderdelen geen bonnen/facturen heeft overgelegd. Bovendien heeft [verzoeker] niet onderbouwd hoe en waarmee hij de configuratie die op het alarmsysteem is aangetroffen tot stand heeft gebracht.
4.5.5.
Zenith heeft aangevoerd dat de door [verzoeker] overgelegde facturen van Ebay en Amazon [4] niet zien op de apparatuur die [verzoeker] aan Zenith heeft verkocht via Martkplaats en dat de authenticiteit van de facturen niet kon worden vastgesteld. Zenith heeft hiervoor verwezen naar het Relaas van onderzoek van 11 november 2025 waarin onregelmatigheden worden geconstateerd in de facturen van Ebay [5] en de e-mails van Ebay van oktober 2025 waarin staat dat de facturen van [verzoeker] niet geverifieerd kunnen worden. [verzoeker] heeft hier tegenin gebracht dat de bedragen op de facturen van Ebay corresponderen met de door hem overgelegde betalingsbewijzen [6] en hij heeft verwezen naar een door hem ontvangen e-mail van Ebay van 16 december 2025. Dit overtuigt de kantonrechter niet. Op de betaalbewijzen staan alleen ordernummers. Als de facturen niet authentiek zijn, kunnen de ordernummers op de facturen voor andere producten zijn die [verzoeker] op Ebay besteld en betaald heeft. Het lag dus op de weg van [verzoeker] aannemelijk te maken dat het hier gaat om authentieke facturen. Zoals algemeen bekend ontvangt men bij online bestellingen meerdere e-mails van een verkoper met bestelbevestigingen, verzendbevestigingen en track-and-trace codes. Deze e-mails heeft [verzoeker] niet overgelegd. Naar aanleiding van vragen van de kantonrechter op de zitting heeft [verzoeker] bevestigd dat hij dit soort e-mails ontvangt als de verkoper een bedrijf is, maar niet als de verkoper een particulier is en hij daarom deze e-mails niet heeft overgelegd. De kantonrechter maakt hieruit op dat [verzoeker] aanvoert dat hij de betreffende onderdelen bij Ebay van particulieren heeft gekocht, maar dat rijmt niet met de bedrijfsnamen die op de facturen staan van Ebay die [verzoeker] heeft overgelegd. Bovendien had [verzoeker] voor de bestelling bij Amazon een overzicht van zijn bestelgeschiedenis kunnen overleggen vanuit zijn account, waaruit blijkt dat hij de ‘Yuasa battery’ bij Amazon heeft gekocht.
De e-mail van Ebay die [verzoeker] heeft overgelegd, voegt niets toe, omdat dit een algemeen antwoord is op de vraag van [verzoeker] wat het beleid is van Ebay voor het beoordelen van de authenticiteit van gestelde aankopen/facturen bij Ebay. Hij had er voor kunnen kiezen de mail die Zenith van Ebay had ontvangen voor te leggen aan Ebay, maar dat heeft hij niet gedaan.
4.6.
Dit betekent dat het ontslag op staande voet stand houdt en dat de kantonrechter er met Zenith van uit gaat dat [verzoeker] een alarminstallatie van Zenith heeft verduisterd en verkocht via Marktplaats. Dit is een ernstig feit en een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] maken dit niet anders. Hij was pas kort in dienst en er hadden zich in zijn relatief korte arbeidsverhouding met Zenith al meer incidenten voorgedaan die vraagtekens plaatsen bij de integriteit van [verzoeker] . De verzochte vernietiging wordt daarom afgewezen.
De overige primaire en subsidiaire verzoeken van [verzoeker]
4.7.
Omdat het gegeven ontslag rechtsgeldig is, wordt de gevraagde verklaring voor recht dat aan de arbeidsovereenkomst geen einde is gekomen en Zenith haar verplichtingen als werkgever moet nakomen tot het einde van de arbeidsovereenkomst, afgewezen.
4.8.
Ook de primair gevraagde loondoorbetaling per 22 augustus en gevraagde correcte loonstroken over augustus, september en oktober 2025 worden afgewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst per 22 augustus rechtsgeldig is geëindigd, heeft [verzoeker] geen recht op loondoorbetaling en hoeven er ook geen loonstroken opgemaakt te worden. Voor zover [verzoeker] bedoeld heeft dat de al verstrekte loonstrook van augustus 2025 niet correct is, wordt dit verzoek afgewezen omdat [verzoeker] niet heeft onderbouwd waarom deze loonstrook niet correct is.
4.9.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] hem een gefixeerde schadevergoeding toe te wijzen en verzoekt hij om een correcte salarisstrook van deze schadevergoeding. Ook deze verzoeken worden afgewezen. [verzoeker] kan geen aanspraak maken op deze vergoeding omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
4.10.
Daarnaast verzoekt [verzoeker] subsidiair om betaling van zijn vakantiedagen en -toeslag per 22 augustus 2025 en wil [verzoeker] een correcte salarisstrook van de eindafrekening. Deze verzoeken heeft [verzoeker] niet verder onderbouwd en uit de door Zenith overgelegde eindafrekening volgt dat zij deze posten heeft meegenomen in de eindafrekening. Dat de salarisstrook van de eindafrekening (voor het overige) onjuist is, heeft [verzoeker] niet verder onderbouwd. Ook deze verzoeken van [verzoeker] worden daarom afgewezen.
4.11.
Ten slotte verzoekt [verzoeker] zowel primair als subsidiair om betaling van € 4.482,00 netto. Dit bedrag betreft de gefixeerde schadevergoeding waar Zenith meent recht op te hebben vanwege het voortijdig eindigen van de arbeidsovereenkomst. Deze vergoeding heeft zij verrekend bij de loonstrook van augustus 2025 en de eindafrekening. Ook dit verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst voortijdig is geëindigd om een dringende reden (namelijk de gedragingen van [verzoeker] ) is er sprake van schuld bij [verzoeker] en heeft Zenith recht op deze gefixeerde schadevergoeding. Zenith kon deze gefixeerde schadevergoeding ook verrekenen met de betalingen die zij nog aan [verzoeker] moest doen voor het loon van augustus 2025 en voor het einde van het dienstverband. [verzoeker] is de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd geworden op de dag van het ontslag op staande voet (22 augustus 2025). Een schuldenaar (hier Zenith ) heeft de bevoegdheid tot verrekening, wanneer zij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan haar schuld jegens dezelfde wederpartij (hier: [verzoeker] ) en zij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. [7] Verrekening vindt plaats door de verklaring van de schuldenaar dat zij haar schuld met een vordering verrekent. Zenith heeft in de ontslagbrief van 22 augustus 2025 duidelijk aangegeven dat [verzoeker] schadeplichtig is, om welk bedrag het gaat en dat bij de afwikkeling van het dienstverband eventueel nog verschuldigde bedragen zullen worden verrekend met de genoemde opeisbare schadevergoeding. Zenith heeft de gefixeerde schadevergoeding bij de eindafrekening rechtsgeldig verrekend met het nog aan [verzoeker] verschuldigde loon en de vakantietoeslag en -dagen. De vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 sub a BW, waar [verzoeker] op heeft gewezen, is alleen van toepassing op de bevoegdheid om een verzoekschrift voor het verkrijgen van een gefixeerde schadevergoeding in te dienen bij de kantonrechter en niet op de bevoegdheid om deze vergoeding te verrekenen. [8]
De tegenverzoeken van Zenith
4.12.
Zenith verzoekt [verzoeker] te veroordelen tot teruggave van haar bedrijfseigendommen op verbeurte van een dwangsom. Zenith heeft twee lijsten overgelegd met de spullen die zij terug wil hebben van [verzoeker] . [9] [verzoeker] heeft aangevoerd dat hij alleen de gereedschappen heeft die hij genoemd heeft in de mail van 21 augustus 2025. [10] Wat betreft de lijst met algemene spullen heeft [verzoeker] geen verweer gevoerd en het is de kantonrechter niet gebleken dat [verzoeker] deze spullen op enige manier heeft geretourneerd aan Zenith . Deze lijst met algemene spullen dient [verzoeker] dan ook terug te geven aan Zenith binnen zeven dagen na deze beschikking.
4.13.
Wat betreft de gereedschappen heeft [verzoeker] aangevoerd dat hij alleen de gereedschappen heeft ontvangen die hij genoemd heeft in de mail van 21 augustus 2025. Zenith had de bedrijfsbus met spullen op die datum al terug en heeft toen niet gereageerd op deze mail dat zij nog meer gereedschappen miste. Zenith heeft ook daarna niet verder onderbouwd dat zij de gereedschappen die op haar lijst staan in productie 26, maar niet voorkomen op de lijst van [verzoeker] , aan [verzoeker] in gebruik heeft gegeven en/of [verzoeker] deze gereedschappen niet terug heeft gegeven aan Zenith . Het verzoek van Zenith ten aanzien van de gereedschappen wordt daarom alleen toegewezen voor de gereedschappen waarvan [verzoeker] in zijn mail van 21 augustus 2025 erkend heeft dat hij deze nog in zijn bezit heeft.
4.14.
Zenith vraagt om [verzoeker] voor deze teruggave ook te veroordelen in een dwangsom omdat [verzoeker] geweigerd heeft de bedrijfseigendommen van Zenith in te leveren ondanks sommaties van Zenith . Gelet op de achtergrond van de zaak, acht de kantonrechter het verbinden van een dwangsom niet onredelijk. Deze dwangsom wordt beperkt tot € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 omdat de kantonrechter dit redelijk voorkomt.
4.15.
Zenith vraagt verder een verklaring voor recht dat [verzoeker] de gefixeerde schadevergoeding van € 4.482,00 bruto verschuldigd is en zij een rechtsgeldig en correct beroep op verrekening heeft gedaan. Uit wat hiervoor in punt 4.13. is overwogen volgt dat Zenith recht heeft op deze gefixeerde schadevergoeding en Zenith gerechtigd was om deze vergoeding te verrekenen. Door aanspraak te maken op deze schadevergoeding en deze te verrekenen, is Zenith niet te laat met het opeisen van deze vergoeding zoals [verzoeker] aanvoert. De verklaring voor recht wordt daarom toegewezen.
Werkelijke (buiten)gerechtelijke kosten
4.16.
Omdat [verzoeker] in zijn verzoek en voor het overgrote gedeelte ook in het tegenverzoek in het ongelijk wordt gesteld dient hij de proceskosten van Zenith te vergoeden. Zenith heeft gevraagd [verzoeker] (aanvullend) te veroordelen in de door Zenith gemaakte werkelijke proceskosten en de door haar werkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten.
4.17.
De door Zenith gevraagde werkelijke buitengerechtelijke kosten wijst de kantonrechter af. Allereerst volgt uit de door Zenith gestelde buitengerechtelijke kosten [11] niet dat dit gaat om kosten die zien op buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten die Zenith heeft opgenomen in dit overzicht betreffen kosten die gemaakt zijn nadat [verzoeker] het verzoekschrift heeft ingediend en op het overzicht staan kosten genoemd als ‘doornemen verzoekschrift’. Naar het oordeel van de kantonrechter vallen deze kosten dan ook onder de proceskosten en niet onder de buitengerechtelijke kosten. Uit het dossier volgt ook niet dat Zenith na het gegeven ontslag op staande voet op 22 augustus maar voor het aanhangig maken van de procedure nog contact heeft gehad met (de gemachtigde van) [verzoeker] dat valt onder buitengerechtelijke werkzaamheden. Dat Zenith voorafgaand aan het gegeven ontslag op staande voet onderzoek heeft moeten doen en een dossier heeft moeten opbouwen, rekent de kantonrechter tot werkzaamheden die onvermijdelijk zijn in ieder zaak waarin een werkgever van een werknemer afscheid wil nemen. Het gaat te ver om die kosten te brengen onder artikel 6:96 BW Pro en daarvan betaling te vorderen in ontslagprocedures. De kantonrechter wijst daarom geen buitengerechtelijke kosten toe.
4.18.
Een veroordeling in de werkelijke proceskosten is volgens vaste jurisprudentie alleen mogelijk in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering of het doen van het verzoek of het voeren van verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als een partij haar vordering c.q. verzoek of verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het voeren van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM Pro. [12] Bij zaken waarin er sprake is van een ontslag op staande voet geldt bovendien dat een werknemer de vrijheid moet voelen om dit ontslag aan te vechten en dit is een belangrijk uitgangspunt. De kantonrechter is echter van oordeel dat in deze zaak een uitzondering gemaakt moet worden op dit uitgangspunt en licht dit als volgt toe.
4.19.
[verzoeker] is werkzaam in de beveiligingssector en aan zijn functie worden daarom hoge integriteitseisen gesteld; [functie] die Zenith in dienst neemt, moeten beschikken over een door de korpschef van de politie afgegeven Verklaring van betrouwbaarheid. Daar komt bij dat het in deze zaak gaat om verduistering en het niet gaat om een zogenaamde bagatelzaak. De kantonrechter constateert ook dat [verzoeker] deze procedure is begonnen terwijl voor hem voldoende duidelijk moet zijn geweest dat hij terecht op staande voet ontslagen was. Daarmee heeft [verzoeker] Zenith onnodig op kosten gejaagd. De kantonrechter kan zich voorstellen dat een weknemer dat doet als hij wanhopig probeert zijn bron van inkomsten veilig te stellen, maar bij de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat [verzoeker] al vanaf oktober 2025 een andere baan heeft. Dan ontgaat de kantonrechter het belang bij deze procedure en het begrip om Zenith extra kosten te laten maken. De kantonrechter ziet daarom aanleiding [verzoeker] in conventie te veroordelen in een hoger bedrag dan de proceskosten conform het liquidatietarief. De kantonrechter acht een bedrag van € 5.000 passend. In het tegenverzoek zal [verzoeker] ook in de proceskosten worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op nihil vanwege de samenhang met het verzoek.

5.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek van [verzoeker]
5.1.
wijst het verzoek af
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de zijde van Zenith worden begroot op € 5.000, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
op het tegenverzoek van Zenith
5.3.
veroordeelt [verzoeker] tot inleveren van de bedrijfseigendommen van Zenith zoals genoemd op de lijst van Zenith en de e-mail van [verzoeker] van 21 augustus 2025 die aan deze beschikking zijn gehecht, binnen zeven dagen na deze beschikking op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00,
5.4.
verklaart voor recht dat [verzoeker] de gefixeerde schadevergoeding van € 4.482,00 bruto verschuldigd is en Zenith een rechtsgeldig en correct beroep op verrekening heeft gedaan;
5.5.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten die worden begroot op nihil.
5.6.
wijst af het meer of anders verzochte
op het verzoek en op het tegenverzoek
5.7.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [13] .
Deze beschikking is gegeven door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Ramsaroep op 23 januari 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 7:677 BW Pro.
2.Zie artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
3.Zie producties 2 tot en met 5 van Zenith .
4.Producties 20 en 28 t/m 31 van [verzoeker] .
5.Zoals verkopende partijen die niet op Ebay terug te vinden zijn, niet voor de hand liggende productomschrijvingen en inkoop van onderdelen tegen niet marktconforme prijzen.
6.Zie productie 28 tot en met 31 van [verzoeker] .
7.Artikel 6:127 BW Pro.
8.Zie Hof Amsterdam 8 april 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:962.
9.Zie productie 26 van Zenith .
10.Zie productie 14 van [verzoeker] .
11.Zie productie 27 van Zenith .
12.Zie Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828 en Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360.
13.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.