ECLI:NL:RBMNE:2026:4210
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van postcontractuele verplichtingen in VAR-overeenkomst RetailVista
Deze zaak betreft de uitleg van artikel B4 van een in 2015 gesloten VAR-overeenkomst tussen eiser en gedaagde over het product RetailVista. Eiser vordert dat gedaagde na beëindiging van de overeenkomst de ondersteuning voor bestaande klanten voortzet conform het SLA-deel en dat gedaagde zich onthoudt van het benaderen van klanten van eiser.
De rechtbank stelt vast dat artikel B4 bepaalt dat na beëindiging partijen geen schadeloosstelling verschuldigd zijn en dat de VAR bestaande klanten mag bedienen, maar geen nieuwe klanten mag werven. De ondersteuning door gedaagde is gratis bij een minimale jaaromzet, anders worden opleidingsuren en reiskosten in rekening gebracht. De rechtbank oordeelt dat het SLA-deel niet onverkort voortduurt na beëindiging en dat een onbeperkte voortzetting van ondersteuning niet aannemelijk is.
Verder is onvoldoende aannemelijk dat gedaagde klanten van eiser actief benadert of dat er een verbod op mededelingen over de beëindigde overeenkomst kan worden opgelegd. De gevorderde opgave van gegevens over benaderde klanten wordt eveneens afgewezen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.