ECLI:NL:RBMNE:2026:4186
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning billijke vergoeding
In deze zaak verzocht de werkgever de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2014 in dienst en had tot 2024 goede beoordelingen ontvangen. In september 2025 stuurde de werknemer namens het kernteam een vertrouwelijke brief aan het bestuur over zorgen omtrent de organisatie, wat leidde tot spanningen met de directie.
De werkgever stelde dat de werknemer structureel disfunctioneerde en de arbeidsverhouding onherstelbaar was verstoord, mede door het ondermijnen van de directie. De werknemer betwistte dit en stelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, onder meer door een plotselinge slechte beoordeling en het ontbreken van hoor en wederhoor.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam was verstoord door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, met name het misbruiken van het beoordelingsgesprek om de werknemer te ontslaan zonder reële verbeterkans. Herplaatsing was niet mogelijk binnen de kleine organisatie. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 oktober 2026.
De werknemer kreeg recht op een transitievergoeding van €23.501,56 en een billijke vergoeding van €250.000,00, ter compensatie van het ernstig verwijtbaar handelen en de gevolgen daarvan. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot vergoeding van de werkelijk gemaakte advocaatkosten van €20.331,63. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de werkgever kreeg gelegenheid het verzoek in te trekken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2026 met toekenning van een transitievergoeding, een billijke vergoeding van €250.000 en vergoeding van advocaatkosten.