ECLI:NL:RBMNE:2026:418
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming en betaling huurachterstand en servicekosten toegewezen in kort geding
In deze kort geding procedure vorderen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van een aanzienlijke huurachterstand en servicekosten van [gedaagde] B.V. De huurovereenkomst is gesloten per 1 september 2022, waarbij [onderneming 1] de administratie voert namens de verhuurders. [gedaagde] betwist de vorderingen deels, onder meer door te stellen dat de huurovereenkomst met [onderneming 1] is gesloten en dat een mondelinge verrekening van servicekosten met parkeergelden zou moeten plaatsvinden.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurders ontvankelijk zijn, omdat zij zich laten vertegenwoordigen door [onderneming 1] en dit ook in de huurovereenkomst is vastgelegd. De stelling van [gedaagde] over verrekening van parkeergelden wordt onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geacht. De gevorderde huurachterstand en servicekosten van in totaal €331.790,16 worden toegewezen, evenals de wettelijke handelsrente, boetes, incassokosten en beslagkosten.
De vordering tot betaling van kosten voor aanpassing van de sprinklerinstallatie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat deze werkzaamheden in het gehuurde zijn verricht. De kantonrechter wijst ook de gevorderde ontruiming toe, omdat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Een verzoek om termijnverlenging (terme de grâce) wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over de verschuldigde bedragen.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming en betaling van de huurachterstand, servicekosten, boetes, incassokosten en beslagkosten, en wijst de vordering voor de sprinklerinstallatie af.