ECLI:NL:RBMNE:2026:4023
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen informatiebeschikking WOZ-waarde na vervallen beschikking
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een object en werd door de heffingsambtenaar verzocht huurinformatie te verstrekken. Na het uitblijven van deze informatie nam de heffingsambtenaar een informatiebeschikking met een omgekeerde en verzwaarde bewijslast. Eiser maakte bezwaar tegen deze informatiebeschikking, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de informatiebeschikking op grond van artikel 52a, derde lid, AWR vervalt zodra de heffingsambtenaar een beschikking neemt voordat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. Op 30 september 2025 werd een uitspraak op bezwaar gedaan over de waardevaststelling, waardoor de informatiebeschikking van rechtswege verviel.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. De uitspraak werd mondeling gedaan op 1 juni 2026 door rechter J. Wolbrink in aanwezigheid van griffier A. Kasi. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebeschikking is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beschikking is vervallen door een latere uitspraak op bezwaar.