Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. R.E. Craenen;
- de advocaat van de verdachte: mr. J. Visscher (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [aangever] , met haar gemachtigde [A] ;
- de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , [B] van Slachtofferhulp Nederland;
- de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , mr. L. van Sommeren.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 17 december 2025;
- Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] ;
- De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 17 december 2025;
- Een proces-verbaal, inhoudende de categorisering van het vuurwapen;
de rechtbank begrijpt: de verdachte)af in Amersfoort.
de rechtbank begrijpt: huisarts)
de rechtbank begrijpt: hoornvliesbeschadiging)op 3 uur krasvormig. [8]
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Op 22 november 2024 heeft hij mij met de dood bedreigd. Dit deed hij door middel van het sturen van een spraakbericht op whatsapp. In het spraakbericht wat hij mij stuurde heb ik gehoord dat hij mij dood wil maken omdat ik zijn geld nog niet heb terug betaald. Ook heeft hij bedreigingen geuit naar mijn moeder. [9]
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf en maatregel
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 38v, 38w, 45, 57, 181, 285, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 13a van de Opiumwet;
- artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 400 dagen;
in mindering zal worden gebracht;
een gedeelte van 127 dagen,
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
bijzondere voorwaardengelden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- zich blijft melden bij Inforsa reclassering op het adres Utrechtseweg 11-13, 3811NA te Amersfoort. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.;
- zich laat zich opnemen in Forensische Verslavingskliniek Basalt of een soortgelijke
- zich laat behandelen door Forensische Ambulante Zorg Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
- indien geïndiceerd verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- zich inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- meewerkt aan controle van het gebruik van middelen om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- [slachtoffer 1] , geboren op [1999] ;
- [slachtoffer 2] , geboren op [2002] ;
dadelijk uitvoerbaaris;
- 1 STK Revolver (G3461911)
- 1 STK Munitie (G3461920)
- 1 STK Verdovende Middelen (G3461951);
- wijst de vordering van [aangever] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [aangever] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-. bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft de gevorderde materiële kosten voor het eigen risico (voor een bedrag van €770,-) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;