ECLI:NL:RBMNE:2026:3889
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging verkeersboete wegens strijd met evenredigheidsbeginsel
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €300 opgelegd voor het niet volgen van de juiste voorsorteerrichting op een kruising in Utrecht op 21 januari 2025. De officier van justitie handhaafde de boete na administratief beroep, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging door de verklaring van de verbalisant voldoende was bewezen. Betrokkene voerde aan dat de boete onevenredig hoog was en dat de verhoging van de boetes in 2024 strijdig was met het evenredigheidsbeginsel. De kantonrechter sloot zich aan bij een eerdere uitspraak van 30 juni 2026 waarin de boeteverhoging werd vernietigd.
Hierdoor werd de boete verlaagd naar het bedrag van vóór 1 maart 2024, namelijk €280. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €233,50 aan betrokkene. De beslissing werd op 1 juli 2026 uitgesproken door kantonrechter D. Verduijn.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd van €300 naar €280 wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en de officier van justitie wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.