Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- De verhoging van de Wahv-boetes door de jaren heen (punten 1-4);
- De verhoging van andere boetes door de jaren heen (punten 5-11);
- Het rapport ‘Boetestelsels in balans’ (punten 12-16);
- De reacties van de regering op dit rapport (punten 17-20);
- Het WODC-rapport en de reactie van de regering daarop (punten 21-23);
- De totstandkoming van de 10%-verhoging per 1 maart 2024 (punten 24-29).
- Exceptieve toetsing van de algemene maatregel van bestuur (punten 30-34);
- De intensiteit en de wijze van toetsing (punten 35-37);
- De maatstaf voor de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel (punten 38-39);
- De doelen en de geschiktheid van de maatregel (punten 40-42);
- De noodzakelijkheid van de maatregel (punten 43-49);
- De evenwichtigheid van de maatregel (punten 50-58);
- Ander oordeel dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (punten 59-60);
- Eindoordeel over het evenredigheidsbeginsel (punten 61-62);
- Geen oordeel over eerdere en latere verhogingen (punten 63-65).
internedisbalans bestaat tussen de Wahv-boetes en de boetes die met een strafbeschikking worden afgedaan. Veel verkeersovertredingen kennen een lichtere variant waarvoor een Wahv-boete wordt opgelegd en een zwaardere variant waarvoor een strafbeschikking wordt opgelegd. Dit speelt bijvoorbeeld bij snelheidsovertredingen. Doordat beide tarieven afwijkend zijn verhoogd, werkt dit systeem niet meer zoals het bedoeld is. Een lichter strafbaar feit kan leiden tot een hoger boetebedrag (op grond van de Wahv) dan een zwaarder strafbaar feit (op grond van een strafbeschikking). In het rapport wordt erop gewezen dat zich toen al op korte termijn de situatie ging voordoen waarbij een paar kilometer per uur harder rijden niet meer zwaarder zou worden bestraft of zelfs zou gaan lonen als gekeken werd naar de boete die ervoor werd opgelegd. Om de interne disbalans te herstellen, moet de indexering tussen Wahv-boetes en de strafbeschikkingen weer gelijk worden getrokken, zo luidt de conclusie uit het rapport.
externedisbalans ziet op de proportionaliteit van de sterk gestegen feitgecodeerde boetes (de Wahv-boetes en de vaste boetes die met een strafbeschikking worden opgelegd) en op de verhouding van die boetes tot boetes die de strafrechter oplegt voor strafbare feiten buiten het verkeer (de commune delicten). De feitgecodeerde boetes zijn regelmatig beleidsmatig, met meer dan de prijsindex, verhoogd, zonder dat een afweging is gemaakt over de verhouding tussen de boetetarieven en de ernst van de gedragingen. De feitgecodeerde boetes zijn sinds 1999 bovendien dubbel zo hard gestegen als de tarieven in de strafvorderingsrichtlijnen, waardoor sommige ‘ethisch neutrale’ verkeersovertredingen nu al zwaarder worden bestraft dan opzettelijk gepleegde misdrijven waarbij een slachtoffer aan de orde is. In het rapport wordt het voorbeeld genoemd van de verhouding tussen enerzijds een eenvoudige mishandeling (een ‘droge klap’) met een strafbeschikking van € 400 en anderzijds een Wahv-boete voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats met een boete van € 440. Om de Wahv-boetes weer te laten aansluiten bij de strafvorderingsrichtlijnen zouden zij met ongeveer 30% moeten worden verlaagd. De proportionaliteit van de feitgecodeerde boetes kan volgens het rapport worden hersteld door deze te verlagen naar het niveau waarop ze zouden zijn als er nooit beleidsmatig zou zijn verhoogd, maar alleen zou zijn geïndexeerd. De feitgecodeerde boetes zouden dan met ruim een derde verlaagd moeten worden, of gedurende een langere tijd niet verhoogd moeten worden.
Ik ben me ervan bewust dat de voorgenomen verhoging van de Wahv-boetes met 10% niet volledig in lijn is met het advies van het Openbaar Ministerie in het bijgevoegde rapport. De beleidsmatige verhoging is dit jaar nodig om de Rijksbegroting en de taakstelling van mijn ministerie op orde te krijgen. Als we dat niet zouden doen, zouden er in plaats daarvan bijvoorbeeld bezuinigingen moeten worden doorgevoerd bij uitvoerende diensten. Dat laatste wil het kabinet vermijden. Met deze stap komen de lasten voor verkeersovertreders, die deze kosten kunnen voorkomen door zich aan de verkeersregels te houden.” [12]
Dit besluit regelt allereerst de indexering en de verhoging van de tarieven in de bijlage van de [Wahv]. Bij gelegenheid van de Voorjaarsnota 2023 […] heeft het kabinet besloten deze tarieven met 10% te verhogen. […] De verhoging van de boetetarieven met 10%, inclusief indexering, levert een bijdrage aan de rijksbrede dekkingsopgave, zoals nader toegelicht in de eerder aangehaalde Voorjaarsnota 2023.” [13]
“
Alle departementen (met uitzondering van Defensie) leveren een aandeel in de rijksbrede dekkingsopgave. Het aandeel van JenV is structureel 190 miljoen euro verdeeld over uitgaven en niet-belastingontvangsten. De belangrijkste onderdelen van het maatregelenpakket zijn het beleidsmatig verhogen van boetetarieven met 10%, het bijstellen van reeksen uit het coalitieakkoord waaronder het beperken van de verlaging van griffierechten, het inboeken van onderuitputting op diverse beleidsartikelen waar minder op wordt uitgegeven dan begroot en een taakstelling op de apparaatskosten.” [14]
Noodzaak en proportionaliteit
Het advies van de Afdeling is opgevolgd door in paragraaf 2 van de toelichting nader in te gaan op de noodzaak en proportionaliteit van deze aanvullende verhoging. De noodzaak is gelegen in de besluitvorming door het kabinet voor de Voorjaarsnota 2023 om de verkeersboetes met 10% te verhogen. […] Met de Afdeling onderschrijft de regering het uitgangspunt dat de hoogte van een boete in redelijke verhouding dient te staan tot de aard en ernst van de overtreding. De regering is van oordeel dat de verhouding van de boetetarieven tot de aard en de ernst van de overtreding door de indexering van 5,7% juist ongewijzigd blijft. Voor wat betreft de aanvullende verhoging van 4,3% wordt opgemerkt dat de onderbouwing daarvoor enkel gelegen is in de financiële noodzaak om aan de Kabinetsbrede dekkingsopgave te voldoen en bezuinigingen op uitvoerende onderdelen zoals de politie of jeugdzorg af te wenden. Voorts moet worden opgemerkt dat het rapport ‘Boetestelsels in balans’ van het openbaar ministerie pas verscheen nadat de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2023 al had plaatsgevonden. Over de opvolging van het rapport moet door het, naar verwachting nieuwe, kabinet een besluit worden genomen. […] Ten aanzien van de effecten van verkeersboetes op de verkeersveiligheid deelt de regering het oordeel van de Afdeling dat er een belang is dat er een (positief) effect is van de verhoging van verkeersboetes op de verkeersveiligheid. Het algemene effect van de hoogtes van boetes op overtredingen is al vaker onderzocht. In algemene zin leiden hogere boetes tot lagere aantallen overtredingen, al is het effect beperkt. […]
noodzakelijkheid, strandt de verhoging van de Wahv-boetes dus op het criterium
evenwichtigheid. De ministers waren in het licht van het voorgaande dan ook gehouden om de Wahv-boetes per 1 maart 2024
niette verhogen.
noodzakelijkheiden
evenwichtigheid. En hoewel ook in deze zaken door de betrokkenen werd verwezen naar het rapport ‘Boetestelsels in balans’, is het gerechtshof in zijn beoordeling niet (kenbaar) ingegaan op de conclusies uit dat rapport en op de geconstateerde disbalans. De rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft de kantonrechter daarom geen aanleiding om zijn hiervoor gegeven oordeel bij te stellen.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
- stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 160,00;
- bepaalt dat de officier van justitie aan de betrokkene het te veel betaalde teruggeeft;
- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 233,50.