Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- [bedrijf 1] verricht voor eigen rekening en risico werkzaamheden in facilitaire diensten.
- [eiser] wenst voor het uitvoeren van werkzaamheden op operationeel gebied gebruik te maken van de diensten van [gedaagde] .
- [gedaagde] zal de werkzaamheden naar eigen inzicht, deskundigheid en planning uitvoeren in overeenstemming met [eiser] .
- Partijen wensen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst aan te gaan, dan wel een daarmee gelijkgestelde betrekking.
- [eiser] zal een duidelijke taakomschrijving delen met [gedaagde] , waar [gedaagde] zich aan dient te houden en niet van af mag wijken.
- De werkzaamheden worden fysiek op het hoofdkantoor in Utrecht verricht.
- [gedaagde] deelt zijn werkzaamheden zelfstandig in, echter onder afstemming ervan met [eiser] , zodat in geval van samenwerking met anderen, deze optimaal zal verlopen.
- [gedaagde] zal de werkzaamheden verrichten binnen de arbeidstijden van [eiser] , die lopen van 08.00 tot 17.00 uur.
- De overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan worden opgezegd met inachtneming van een maand opzegtermijn.
- In geval van langdurige verhindering of overmacht van [gedaagde] , langer dan een week, zal de overeenkomst per direct worden beëindigd.
- De werkzaamheden worden verricht binnen 4 werkdagen van 8 uur.
- [eiser] betaalt een wekelijkse vergoeding van € 1.6750,-. Deze vergoeding is inclusief reiskosten. Reistijd en pauzes mogen niet als werktijd in rekening worden gebracht.
- [gedaagde] ontvangt geen vergoeding reizen.
- [gedaagde] dient iedere werkweek een opgave van gemaakte uren over de afgelopen week te verstrekken. [eiser] accordeert het aantal uren en naar aanleiding daarvan mag [gedaagde] een factuur sturen.
- [eiser] betaalt dan binnen zeven dagen na factuurdatum.
- [gedaagde] verklaart dat hij voor de uitvoering van de opdracht in bezit is van:
- Om reden van continuïteit en kwaliteit vindt gedurende de overeenkomst regelmatig overleg plaats tussen [eiser] en [gedaagde] over de voortgang en uitvoering van het werk.
- [gedaagde] is aansprakelijk voor schade, ontstaan door zijn handelen, als deze is ontstaan door opzet, roekeloosheid en grove schuld van [gedaagde] . In dat geval is [gedaagde] voor schade aansprakelijk tot maximaal een bedrag van € 1.000.000,-.
de aard en duur van de werkzaamheden
de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald
de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen
De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd
de hoogte van de beloning
de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt
ondernemerschap
contractuele bedingen
is gehouden alle kennis, gegevens en informatie betreffende elkaar geheim te (doen) houden. De geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens de duur van de overeenkomst als na beëindiging daarvan, om welke reden dan ook”. Onder sub C van artikel 9 staat Pro dat bij overtreding [gedaagde] een boete verbeurt van € 250.000,- per gebeurtenis, onverminderd het recht van [eiser] om via de rechter nakoming en/of aanvullende schadevergoeding te vorderen.
“Een (voormalig) werknemer van [eiser] , [gedaagde] , heeft zelfs contact opgenomen met [bedrijf 4] in januari 2025 en aangegeven dat [eiser] na maart 2025 nog steeds werkzaamheden blijft verrichten voor [bedrijf 5] ”. Volgens [eiser] blijkt hieruit dat [gedaagde] zijn geheimhoudingsbeding heeft overtreden. [gedaagde] betwist dat hij geheime informatie heeft gedeeld met [bedrijf 4] . Dat [eiser] na maart 2025 nog steeds werkzaamheden zou blijven verrichten voor [bedrijf 5] is naar het oordeel van de rechtbank geen geheime bedrijfsinformatie. Het is daarnaast niet gebleken dat [gedaagde] die informatie heeft gedeeld. Dat [bedrijf 4] dit schrijft, betekent nog niet dat het zo is. Volgens [gedaagde] heeft hij – in het kader van zijn werkzaamheden voor [eiser] – tegen [bedrijf 4] gezegd dat [bedrijf 5] mondeling had opgezegd, maar dat er schriftelijk nog geen opzegging was gedaan. [bedrijf 4] zou daar kennelijk uit hebben opgemaakt dat er nog na maart 2025 werd doorgewerkt en dat er dus niet zou zijn opgezegd. [eiser] heeft niet nader onderbouwd wat en wanneer [gedaagde] heeft gedeeld met [bedrijf 4] . Het contact met [bedrijf 4] levert dus geen schending van het geheimhoudingsbeding op.
“hier lees je hoe hij het bedrijf naar de afgrond brengt na de overname”, maar ook daaruit kan niet worden afgeleid dat het om [eiser] gaat. Het Excelbestand bevat verder geen bedrijfsinformatie. Uit de stellingen van [eiser] blijkt dat [gedaagde] informatie heeft gedeeld met [E ] met als doel om [A] persoonlijk te raken in het faillissement van [bedrijf 2] , dat later zou volgen. Informatie over [A] of informatie over [bedrijf 2] valt echter niet onder de werkingssfeer van het geheimhoudingsbeding, want dat ziet zoals hiervoor overwogen slechts op [eiser] .
- medewerking te verlenen aan Digijuris om alle documenten die door [gedaagde] zijn gekopieerd van de zwarte harde schijf terug te krijgen;
- medewerking te verlenen aan Digijuris bij het nagaan welke documenten van de harde schijf op de gegevensdragers van [gedaagde] staan;
- medewerking te verlenen aan Digijuris bij het verwijderen van de documenten van de harde schijf op de gegevensdragers van [gedaagde] ;
- medewerking te verlenen aan Digijuris bij het verwijderen van alle overige informatie van [eiser] ,
“Heeft de rechter beslist dat recht op kennisneming bestaat, dan vervalt het beslag van rechtswege zodra het vonnis of de beschikking in de procedure waarin de in beslag genomen gegevens of zaken tot bewijs kunnen dienen, in kracht van gewijsde is gegaan. De in beslag genomen gegevens of zaken worden onverwijld teruggegeven aan degene onder wie het beslag is gelegd onder gelijktijdige vernietiging van alle kopieën. Als de in beslag genomen gegevens of zaken in gerechtelijke bewaring zijn gegeven, is de bewaarder verplicht tot afgifte daarvan aan degene onder wie het beslag is gelegd. De rechter kan op verzoek van partijen of ambtshalve anders bepalen en nadere aanwijzingen geven.”