ECLI:NL:RBMNE:2026:3728

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
12024680 \ MC EXPL 25-7003
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eenzijdige functiewijziging door werkgever niet rechtsgeldig, wedertewerkstelling Spuiter

De werknemer was sinds 1996 in dienst als Spuiter bij de werkgever, die warmtewisselaars fabriceert. Per 1 september 2025 wijzigde de werkgever eenzijdig de functie van de werknemer naar Monteur en tweede Spuiter met andere arbeidsvoorwaarden. De werknemer was het hier niet mee eens en vorderde terugkeer naar zijn oorspronkelijke functie.

De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst geen eenzijdig wijzigingsbeding bevatte en dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat er gewijzigde omstandigheden waren die een functiewijziging rechtvaardigden. Het hoge ziekteverzuim van de werknemer speelde al jaren en de door de werkgever gekozen vervangingsconstructie had geen problemen opgeleverd.

De benoeming van een andere werknemer tot Spuiter tijdens de arbeidsongeschiktheid van de eiser was een risico van de werkgever en rechtvaardigde geen wijziging. De vordering tot wedertewerkstelling in de functie van Spuiter werd toegewezen onder de oorspronkelijke arbeidsvoorwaarden, met een dwangsom bij niet-naleving.

Een verbod op toekomstige functiewijzigingen zonder instemming van de werknemer werd afgewezen omdat nieuwe omstandigheden een wijziging kunnen rechtvaardigen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De werkgever moet de werknemer binnen zeven dagen wederom tewerkstellen in de functie van Spuiter onder de oorspronkelijke arbeidsvoorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12024680 \ MC EXPL 25-7003
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Degelink, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. V.E.H. van Santen, advocaat te Arnhem.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] met een voorwaardelijke eis in reconventie;
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2.De beoordeling

De kern van de zaak
2.1
[gedaagde] fabriceert warmtewisselaars. Nadat [eiser] enkele maanden werkzaam was geweest op uitzendbasis bij de rechtsvoorgangster van [gedaagde] , is hij daar op 1 oktober 1996 in dienst getreden. Per 1 september 2025 heeft [gedaagde] de functie van [eiser] , die sinds 1 juni 1998 werkzaam was als Spuiter, eenzijdig gewijzigd naar Monteur en tweede Spuiter tegen andere (betere) arbeidsvoorwaarden. [eiser] is het met de wijziging oneens. Hij wil terugkeren in de functie van Spuiter.
De beslissing van de kantonrechter
2.2
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] tot wedertewerkstelling als Spuiter toe en veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten. Aan een beslissing op de door [gedaagde] voorwaardelijk ingestelde eis in reconventie komt de kantonrechter niet toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet [eiser] tewerkstellen in de functie van Spuiter
2.3
De schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen bevat geen eenzijdig wijzigingsbeding. Daarom moet de vraag tot welke gevolgen een wijziging van de omstandigheden voor een individuele arbeidsrelatie kan leiden, worden getoetst aan de drievoudige (redelijkheids)toets die de Hoge Raad in het [naam] / [naam] -arrest (HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847) tot uitdrukking heeft gebracht. Deze toets houdt in dat een werknemer positief op een voorstel van de werkgever tot wijziging van de arbeidsovereenkomst moet reageren als:
  • sprake is van gewijzigde omstandigheden waarin de werkgever als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden;
  • de werkgever een redelijk voorstel doet;
  • aanvaarding van het door de werkgever gedane redelijke voorstel in het licht van de omstandigheden van het geval in redelijkheid van de werknemer kan worden gevergd.
2.4
Tussen partijen staat vast dat de functie van Spuiter een solistische functie is en dat het een bedrijfskritische functie betreft. Het spuiten is de laatste stap in het productieproces. Als de spuitcapaciteit wegvalt, kunnen de producten niet worden afgerond en uitgeleverd.
2.5
De aanleiding voor [gedaagde] om de functie van [eiser] te wijzigen is het ziekteverzuim van [eiser] . Sinds 2006 is zijn verzuimpercentage gemiddeld 31,88%. Volgens [gedaagde] ontbreekt door het verzuim de voorspelbaarheid en de continuïteit die voor de functie van Spuiter noodzakelijk is. [gedaagde] heeft een tweede spuiter aangewezen voor het geval de Spuiter uitvalt. De tweede spuiter is iemand die de functie van Monteur vervult en een toeslag ontvangt als hij moet inspringen als spuiter. Volgens [gedaagde] is deze oplossing al jaren kwetsbaar. Tot 1 juli 2024 was er nog een derde vervangende spuiter, maar nu die niet meer werkzaam is bij [gedaagde] is de situatie onhoudbaar geworden, aldus [gedaagde] .
2.6
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die nopen tot een wijziging van de functie van [eiser] . Het hoge ziekteverzuim van [eiser] speelt al jaren. Niet is gesteld en onderbouwd dat de door [gedaagde] gekozen constructie, waarbij zij de Spuiter ( [eiser] ) bij afwezigheid laat vervangen door de tweede spuiter, eerder tot problemen heeft geleid. Integendeel, [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling na vragen van de kantonrechter verklaard dat de constructie tot heden geen problemen heeft opgeleverd. [eiser] heeft ook onweersproken naar voren gebracht dat de constructie al bijna 25 jaar bestaat. Verder is niet gesteld en onderbouwd dat voorzienbaar is dat het vervullen van de functie van Spuiter door [eiser] vanaf heden problemen gaat opleveren voor de bedrijfsvoering.
2.7
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij de persoon die de functie van Monteur en tweede spuiter vervulde tot Spuiter heeft benoemd tijdens de arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Daar heeft zij aan toegevoegd dat zij het die persoon gunde om Spuiter te worden omdat hij al geruime tijd veel inviel als spuiter en dat hij had aangekondigd anders te vertrekken. De kantonrechter is van oordeel dat dit een omstandigheid is die voor rekening en risico van [gedaagde] komt. Die maakt niet dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding geven tot wijziging van de functie van [eiser] . Overigens had het op de weg van [gedaagde] als goed werkgever gelegen om over de benoeming van de ander tot Spuiter zelf tijdig te communiceren met [eiser] . Dat [eiser] dat van een andere collega moest vernemen tijdens zijn latere re-integratie is niet hoe het hoort.
2.8
Het voorgaande betekent dat de andere voorwaarden uit het [naam] / [naam] -arrest niet meer besproken hoeven te worden. De vordering van [eiser] tot wedertewerkstelling als Spuiter onder de oorspronkelijke arbeidsvoorwaarden wordt toegewezen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.
Afwijzing verbod nieuwe functiewijziging
2.9
[eiser] vordert nog dat het [gedaagde] wordt verboden om zonder zijn instemming de functie opnieuw te wijzigen. Deze vordering wordt afgewezen. Zoals [gedaagde] terecht aanvoert kunnen er nieuwe omstandigheden ontstaan die aanleiding geven voor een herhaald wijzigingsvoorstel.
Op de eis in reconventie hoeft niet te worden beslist
2.1
De eis in reconventie is voorwaardelijk ingesteld. Nu de aan die eis door [gedaagde] verbonden voorwaarde niet is vervuld, hoeft op de vorderingen in reconventie geen beslissing te worden gegeven.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.11
Gelet op de uitkomst van de procedure moet [gedaagde] de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
961,04
Uitvoerbaar bij voorraad
2.12
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
veroordeelt [gedaagde] om [eiser] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis tewerk te stellen in zijn oorspronkelijke functie van Spuiter, onder de oorspronkelijke arbeidsvoorwaarden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag gedurende welke [gedaagde] niet hieraan gehoor zal geven, met een maximum van
€ 50.000,00;
3.2
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 961,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
13702