ECLI:NL:RBMNE:2026:369

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
12026149 \ UV EXPL 25-337
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 6:119 BWArt. 242 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming en betaling huurachterstand bedrijfsruimte sportschool

De verhuurder heeft een bedrijfsruimte verhuurd aan Yellow Gym XXVII B.V. voor gebruik als sportschool en tegelijkertijd een renteloze lening verstrekt aan Yellow Gym HQ B.V. voor de inrichting van de gym. De bestuurder van beide vennootschappen heeft zich persoonlijk borg gesteld voor de huur en lening. Na het niet betalen van huur en lening vordert de verhuurder ontruiming, betaling van achterstanden, voorschot op schadevergoeding en terugbetaling van de lening.

De gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank stelt vast dat de huurder en garant niet aan hun betalingsverplichtingen voldoen en dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is wegens ernstig persoonlijk verwijt. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie dagen na betekening. De huurachterstand, toekomstige huurtermijnen, boeterente, schadevergoeding voor leegstand, lening en incassokosten worden toegewezen.

De verhuurder krijgt ook proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschappen niet aan hun verplichtingen konden voldoen en geen verhaal boden, waardoor hij persoonlijk aansprakelijk is.

Uitkomst: De verhuurder krijgt ontruiming en betaling van huurachterstand, lening en schadevergoeding toegewezen met hoofdelijk aansprakelijkheid van huurder, garant en bestuurder.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12026149 \ UV EXPL 25-337
Vonnis in kort geding van 10 februari 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING MOLENSTEDE VASTGOEDFONDS,
statutair gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: de verhuurder,
gemachtigde: mr. drs. S. Razaac,
tegen

1.YELLOW GYM XXVII B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Brunssum,
gedaagde partij sub 1,
hierna te noemen: de huurder,
2.
YELLOW GYM HQ B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudend te Brunssum,
gedaagde partij sub 2,
hierna te noemen: de leningnemer/garant,
3.
[gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij sub 3,
hierna te noemen: de bestuurder.
Gedaagde partijen sub 1 tot en met 3 zullen hierna samen genoemd worden: Yellow Gym c.s.. Yellow Gym c.s. zijn niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beide dagvaardingen
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagden
- de pleitnota van de gemachtigde van de verhuurder.

2.De kern van de zaak

2.1.
De verhuurder heeft een bedrijfsruimte verhuurd aan de huurder voor het gebruik als sportschool. Tegelijk met het sluiten van de huurovereenkomst heeft verhuurder een lening verstrekt aan de leningnemer/garant om in het gehuurde een gym te realiseren. De (indirecte) bestuurder van de beide vennootschappen heeft zich garant gesteld voor de huur en zich persoonlijk borg gesteld voor de aflossing van de lening. Omdat de huur niet is betaald en de lening niet wordt afgelost, vordert de verhuurder ontruiming van de bedrijfsruimte, betaling van de huurachterstand, een voorschot op de schadevergoeding voor misgelopen huurinkomsten en terugbetaling van de lening. De verhuurder vordert ook de bestuurder van de vennootschappen van de huurder en de leningnemer/garant te veroordelen tot betaling en tot het meewerken aan de ontruiming. De vorderingen van de verhuurder worden grotendeels toegewezen.

3.De achtergrond van de zaak

3.1.
[gedaagde sub 3] (de bestuurder) is middellijk - via Yellow Gym B.V. - enig bestuurder van Yellow Gym HQ B.V. (de garant) en Yellow Gym XXVII B.V. (de huurder). De bestuurder heeft daarnaast zeggenschap over andere Yellow Gym vennootschappen, in totaal over 43 vennootschappen.
de huurovereenkomst:
3.2.
De huurder huurt met ingang van 1 september 2025 van de verhuurder de bedrijfsruimte aan de Molenvlietbrink 226-228 te Woerden (hierna: de bedrijfsruimte) tegen betaling van een maandelijks verschuldigde huurprijs van € 6.541,67 exclusief btw. Daarnaast is maandelijks een voorschot aan servicekosten van € 833,33 verschuldigd. De periodieke betalingen moeten uiterlijk zijn voldaan op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft. Verhuurder en huurder zijn een huurtermijn van tien jaar overeengekomen.
3.3.
Verhuurder en huurder zijn overeengekomen dat een huurvrije periode van drie maanden geldt, van 1 september 2025 tot en met 30 november 2025. In deze periode is de verplichting tot betaling van servicekosten wel van kracht.
3.4.
In artikel 7.1 van de huurovereenkomst heeft de garant zich, in haar hoedanigheid van moedermaatschappij van de huurder, garant gesteld voor de volledige en tijdige nakoming van alle verplichtingen van de huurder uit hoofde van de huurovereenkomst (de concerngarantie). Deze concerngarantie is beperkt tot een bedrag van drie maanden huur en service- en promotiekosten, te vermeerderen met btw, in totaal € 26.771,25.
3.5.
In de artikelen 7.2 en 14.16 van de huurovereenkomst staat ook dat de verhuurder een incentive verstrekt in de vorm van een renteloze lening van € 85.000 aan Yellow Gym HQ BV (de geldnemer, tevens de garant) waarvoor een afzonderlijke overeenkomst van geldlening zal worden afgesloten. Daarbij is in artikel 7.2 van de huurovereenkomst overeengekomen dat [gedaagde sub 3] zich - in aanvulling op de concerngarantie in artikel 7.1 – voor de verhuurder in privé als borg stelt voor alle verplichtingen van huurder in relatie tot de door verhuurder aan huurder te verstrekken lening van € 85.000 tot aan de opening van de bedrijfsruimte voor het winkelende publiek. Daarbij wordt verwezen naar artikel 14.16 van de huurovereenkomst.
3.6.
De schriftelijke huurovereenkomst is door [gedaagde sub 3] drie keer ondertekend: als vertegenwoordiger van de huurder, als borg in privé (artikel 7.2) en als vertegenwoordiger van de geldnemer (artikel 14.16).
3.7.
Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro (hierna: de algemene bepalingen) van toepassing.
3.8.
In artikel 25.3 van de algemene bepalingen staat dat de huurder bij te late betaling van rechtswege vanaf de vervaldag per kalendermaand een direct opeisbare boete aan de verhuurder verbeurt van 1% van het verschuldigde bedrag per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.
3.9.
In artikel 30.1 van de algemene bepalingen staat dat in geval verhuurder een sommatie of ingebrekestelling aan huurder uitbrengt, of in geval van procedures tegen huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of tot ontruiming te dwingen, huurder verplicht is alle daarvoor gemaakte redelijke kosten aan verhuurder te voldoen en dat deze kosten worden berekend op 15% over de hoofdsom met een maximum van € 15.000,-.
de leningsovereenkomst
3.10.
De verhuurder is met Yellow Gym HQ B.V. (de garant) een afzonderlijke overeenkomst van geldlening overeengekomen (de leningsovereenkomst). Op grond daarvan heeft de verhuurder aan de garant een renteloze lening van € 85.000,00 verstrekt voor de inrichting van de bedrijfsruimte als gym. In artikel 2.2 van de geldleningsovereenkomst is overeengekomen dat de garant over een periode van 60 maanden per maand een bedrag van € 1.416,67 ex btw zal aflossen op de lening, door dit uiterlijk op de eerste dag van iedere maand te voldoen.
3.11.
[gedaagde sub 3] , de bestuurder, heeft zich in artikel 6.1 van de leningsovereenkomst persoonlijk borg gesteld als enig aandeelhouder. De borgstelling geldt gedurende de periode vanaf datum aanvang huurovereenkomst tot en met de consumentenopening van de gym.
3.12.
In artikel 7.1 aanhef en onder a van de leningsovereenkomst is overeengekomen dat het niet afgeloste deel van de lening zonder ingebrekestelling opeisbaar zal zijn indien leningnemer (de garant) een op grond van deze overeenkomst verschuldigd bedrag niet, of niet tijdig, aan de leninggever (de verhuurder) voldoet.
3.13.
De schriftelijke leningsovereenkomst is door [gedaagde sub 3] twee keer ondertekend: als vertegenwoordiger van Yellow Gym HQ B.V. (de garant) en als persoonlijke borg op grond van artikel 6.1.
3.14.
Huurder heeft na afloop van de huurvrije periode, met ingang van 1 december 2025, de huur niet betaald. Ook heeft de huurder het verschuldigde voorschot op de servicekosten vanaf de maand september 2025, niet betaald.
3.15.
De verhuurder heeft de garant eind augustus 2025 de lening van € 85.000,- verstrekt. De garant heeft daarna geen aflossingen betaald.
3.16.
De verhuurder heeft de huurder, de garant en de bestuurder in november 2025 per brief gesommeerd tot betaling. Daarop is geen betaling of reactie ontvangen.
3.17.
De totale huurachterstand inclusief servicekosten bedraagt tot en met februari 2026 € 24.624,99 exclusief 21% btw en € 29.796,24 inclusief 21% btw.
3.18.
De totale betalingsachterstand in de aflossingen van de lening bedraagt tot en met februari 2026 € 8.500,02.
De vorderingen
3.19.
De verhuurder vordert - samengevat - :
Huurder te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, en de bedrijfsruimte op te leveren in de staat waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000,-;
De bestuurder, in zijn hoedanigheid van bestuurder van huurder, te veroordelen om zijn volledige medewerking te verlenen aan de ontruiming van het gehuurde en om ervoor te zorgen dat de huurder het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis zal ontruimen en ontruimd zal houden en het gehuurde in de staat zal opleveren waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000,-;
Huurder en bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen tot betaling binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis van de huurachterstand van € 29.796,24 inclusief btw, te vermeerderen met de huurpenningen die tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst niet worden voldaan, te vermeerderen met de contractuele boeterente, althans de wettelijke handelsrente, althans de wettelijk rente vanaf de vervaldagen tot aan de dag van algehele voldoening;
Indien huurder en/of bestuurder de verplichtingen uit vordering sub iii) niet of niet tijdig nakomt, de garant te veroordelen tot betaling aan verhuurder van een bedrag gelijk aan drie maanden huur, overeenkomstig de door haar afgegeven concerngarantie, € 26.771,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
Huurder en de bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis om
primairte voldoen een voorschot op de schadevergoeding van € 902.357,96, gelijk aan de derving van huurpenningen vanaf 1 februari 2026 tot en met 14 april 2035, of
subsidiairin ieder geval tot het moment dat het gehuurde op tenminste dezelfde voorwaarden aan een derde is verhuurd, een schadevergoeding gelijk aan negen maanden huur, exclusief voorschot servicekosten, inclusief 21% btw, van € 58.875,03;
vi) De garant en de bestuurder hoofdelijk, en in ieder geval de garant of de bestuurder, te veroordelen tot betaling aan verhuurder van € 85.000,- voor het uitstaande bedrag van de verstrekte geldlening, te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf de datum van verzuim tot de dag van algehele voldoening;
vii) Huurder en de bestuurder hoofdelijk, en in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, tot betaling aan eisende partij van de contractuele boeterente van € 1.800,-, berekend vanaf 1 september 2025 tot de dag van voltooiing van de resterende huurtermijnen tot aan de datum van ontbinding, of tot en met 1 maart 2026;
viii) Huurder en de bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, binnen drie dagen na dit vonnis, te veroordelen tot betaling van € 15.000,- ex artikel 30.1 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst, althans de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten behorende bij het Besluit buitengerechtelijke incassokosten; van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst, althans de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten behorende bij het Besluit buitengerechtelijke incassokosten;
ix) Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de toegewezen vorderingen en de kosten van de procedure, en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro.
3.20.
De verhuurder legt - kort gezegd - aan haar vorderingen ten grondslag dat de huurder toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. Er is ook gegronde vrees dat huurder haar toekomstige verplichtingen uit de huurovereenkomst niet zal nakomen. Onder deze omstandigheden dient ook verzuim voor de toekomst te worden aangenomen, zodat toekomstige huurtermijnen nu opeisbaar zijn. Deze tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure. Vooruitlopend op een dergelijke (eventuele) bodemprocedure vordert verhuurder daarom ontruiming van de bedrijfsruimte in deze kortgedingprocedure. Verhuurder vordert daarnaast zowel huurder als bestuurder te veroordelen tot betaling van de huurachterstand.
3.21.
Doordat de garant de zes aflossingstermijnen van de lening niet heeft voldaan is het gehele bedrag van de lening van € 85.000,- opeisbaar.
3.22.
De bestuurder is volgens de verhuurder persoonlijk aansprakelijk voor de schade van de verhuurder omdat hem van het sluiten van de huurovereenkomst, inclusief concerngarantie, en de leningsovereenkomst (inclusief persoonlijke garantie of borgstelling) persoonlijk een verwijt valt te maken, terwijl hij wist dat er geen verhaal zou zijn.
3.23.
Yellow Gym c.s. hebben geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

Verstek4.1. Uit de door de verhuurder overgelegde originele exploten van de dagvaarding blijkt dat Yellow Gym c.s. op de juiste wijze zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 3 februari 2026. Nu ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, wordt verstek verleend tegen Yellow Gym c.s.. In geval van verstek worden vorderingen toegewezen, tenzij deze de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
Spoedeisend belang4.2. Van een spoedeisend belang van de verhuurder bij haar vorderingen is voldoende gebleken, nu onweersproken vaststaat dat de huurder en de garant vanaf september 2025, de aanvang van de huurovereenkomst en de leningsovereenkomst, niet aan hun betalingsverplichtingen voldoen.
4.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure kan worden toegewezen. Verder moet het belang dat de verhuurder heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor Yellow Gym c.s. als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
De ontruiming van de bedrijfsruimte wordt toegewezen4.4. De verhuurder vordert ontruiming van de bedrijfsruimte, omdat de huurder, ondanks haar verzoek tot betaling, structureel in verzuim is gebleven met haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst (zie r.o. 3.14). De huurder heeft de huur voor de maanden december 2025 tot en met februari 2026 en de servicekosten voor de maanden september 2025 tot en met februari 2026 niet betaald, waardoor een bedrag van € 29.796,24 inclusief btw onbetaald is gebleven. Volgens de verhuurder rechtvaardigen deze tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure. Vooruitlopend op een dergelijke (eventuele) bodemprocedure vordert de verhuurder ontruiming van de bedrijfsruimte in deze kortgedingprocedure.
4.5.
Omdat de stellingen van de verhuurder niet zijn weersproken, moet in rechte in beginsel van de juistheid daarvan worden uitgegaan. In het licht van het voorgaande komt de gevorderde ontruiming de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde zullen worden toegewezen. De vordering tot ontruiming van de bedrijfsruimte zal daarom worden toegewezen.
Wanneer moet de bedrijfsruimte worden ontruimd?4.6. Er is sprake van een forse huurachterstand en de verhuurder heeft onderbouwd - door te verwijzen naar uitlatingen van de bestuurder aan haar en berichten in krantenartikelen -, dat het concern waartoe de huurder behoort, in financiële moeilijkheden verkeert en een faillissement aanstaande is. Daarnaast kan de bedrijfsruimte tot aan de ontruiming niet worden verhuurd aan een nieuwe huurder, waardoor de financiële schade voor de verhuurder oploopt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de verhuurder toegelicht dat de huurder in de bedrijfsruimte nog geen aanpassingen heeft gedaan om deze geschikt te maken als sportschool. Gelet op deze toelichting van de verhuurder is de kantonrechter van oordeel dat het mogelijk is om de bedrijfsruimte binnen een korte termijn leeg en ontruimd op te leveren en dat verhuurder er ook belang bij heeft dat de bedrijfsruimte zo snel mogelijk leeg en ontruimd wordt opgeleverd. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding om de ontruimingstermijn te bepalen op drie dagen na betekening van het vonnis.
De bestuurder moet meewerken aan de ontruiming4.7. De verhuurder vordert dat de bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder van de huurder wordt veroordeeld om volledig mee te werken aan de ontruiming en het ontruimd houden van de bedrijfsruimte. Deze vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
Geen dwangsom4.8. De verhuurder vordert dat aan de ontruiming en het meewerken aan de ontruiming door de bestuurder een dwangsom wordt verbonden. Deze vordering wordt afgewezen. De deurwaarder is op grond van de wet namelijk al bevoegd tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming. Omdat de verhuurder dus al mogelijkheden heeft om de ontruiming af te dwingen, is het niet nodig om daarnaast de gevorderde dwangsom toe te wijzen.
De huurachterstand4.9. De verhuurder heeft van de huurder en de bestuurder de achterstallige huur en servicekosten gevorderd. De verhuurder heeft onweersproken onderbouwd gesteld dat de huurachterstand tot en met februari 2026, waarbij de servicekosten zijn inbegrepen, in totaal € 29.796,24 inclusief btw bedraagt. Daarom wordt deze door de verhuurder gevorderde huurachterstand toegewezen.
De toekomstige huurtermijnen moeten worden betaald4.10. Daarnaast vordert de verhuurder de huurpenningen die tot aan de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst niet worden voldaan. Hiertegen is geen verweer gevoerd. De kantonrechter gaat ervan uit dat de verhuurder hiermee heeft bedoeld ‘de huurpenningen die tot de datum van ontruiming niet worden voldaan’. De kantonrechter zal de vordering daarom in die zin toewijzen.
Aansprakelijkheid bestuurder?
4.11.
De verhuurder vordert ook de bestuurder te veroordelen tot betaling van de huurachterstand, de boeterente, een voorschot op de schadevergoeding, tot betaling van de verstrekte geldlening en de incassokosten. De verhuurder stelt dat de bestuurder hiervoor ook aansprakelijk is omdat hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt dat de huurder en de garant de overeenkomsten met haar zijn aangegaan en niet kunnen nakomen.
4.12.
Uitgangspunt bij de beantwoording van die vraag is dat de bestuurder van een rechtspersoon slechts onder bijzondere omstandigheden uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is jegens een derde, indien die rechtspersoon, van wie hij bestuurder is, haar verplichtingen jegens die derde niet nakomt. Het is vaste jurisprudentie dat aan de bestuurder een voldoende ernstig persoonlijk verwijt gemaakt moet kunnen worden. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 oktober 1989 (
NJ1990/286 (
Beklamel)) een specifieke zorgvuldigheidsnorm ontwikkeld. Een bestuurder kan aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad wanneer hij de rechtspersoon een overeenkomst laat sluiten met een derde terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de rechtspersoon niet (tijdig) zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de schade die de derde als gevolg van de wanprestatie lijdt.
4.13.
In het onderhavige geval zijn de huurder en de garant, beide vennootschappen, verbintenissen aangegaan waaruit voorzienbare en substantiële betalingsverplichtingen volgen. De verhuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat bij aanvang van deze verbintenissen al problemen bestonden met betalingsverplichtingen van andere vennootschappen uit het concern van Yellow Gym, waarover de bestuurder feitelijk de enige leiding heeft. Deze problemen blijken onder meer uit uitspraken van de rechtbank Limburg van 2 juli 2025 [1] , en uit een latere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 november 2025 [2] . Daaruit blijkt dat zustervennootschappen van de huurder bij het aangaan van de onderhavige overeenkomsten (in augustus 2025) al huurachterstanden hadden. Indien de bestuurder ten tijde van het aangaan van deze overeenkomsten wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de huurder en/of de garant, die ook als geldnemer zou optreden, (i) niet - of niet binnen een redelijke termijn - hun betalingsverplichtingen konden nakomen (onvoldoende liquiditeit) en (ii) aan de verhuurder geen verhaal zouden bieden (onvoldoende solvabiliteit) valt de bestuurder naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel een ernstig persoonlijk verwijt ten opzichte van de verhuurder te maken en is de onrechtmatige daad van de bestuurder als (indirect) bestuurder van de huurder en de garant/geldnemer gegeven, tenzij de bestuurder zich kan beroepen op rechtvaardigende of verontschuldigende omstandigheden.
4.14.
De bestuurder heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Gelet op de gemotiveerde stelling van de verhuurder dat de bestuurder ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst en de leningsovereenkomst kon weten dat haar concern in financiële problemen zat, is het naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter aannemelijk dat de bodemrechter in een eventuele procedure zal concluderen dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken en aansprakelijk is voor de schade die de verhuurder leidt als gevolg van de tekortkomingen van de huurder en de garant op grond van de met hen gesloten overeenkomsten.
4.15.
De vordering van de verhuurder om ook de bestuurder te veroordelen tot betaling van de huurachterstand zal daarom worden toegewezen.
De garant moet de concerngarantie betalen
4.16.
De verhuurder vordert, indien de huurder en/of de bestuurder de verplichtingen ten aanzien van de huurachterstand en de contractuele boetes niet nakomt, te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan drie maanden huur, van € 26.771,25, overeenkomstig de afgegeven concerngarantie.
4.17.
In artikel 7.1 heeft Yellow Gym HQ B.V., de directe bestuurder van de huurder, een concerngarantie gegeven voor de verplichtingen van de huurder op grond van de huurovereenkomst ter hoogte van € 26.771,25. Onweersproken is dat de huurder haar verplichtingen op grond van de huurovereenkomst niet is nagekomen en dat de bestuurder daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De vordering zal daarom worden toegewezen.
De huurder en de bestuurder moeten contractuele boetes betalen4.18. De gevorderde contractuele boetes tot en met februari 2026 van € 1.800,- van huurder en de bestuurder, waartegen geen verweer is gevoerd, worden toegewezen op grond van artikel 25.3 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst, omdat vast staat dat de huurder in de maanden september 2025 tot en met februari 2026 haar betalingsverplichting op grond van de huurovereenkomst in het geheel niet is nagekomen en de bestuurder daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Voorschot op de leegstandsschade
4.19.
De verhuurder vordert van huurder en bestuurder primair een bedrag van € 902.357,96 en subsidiair een bedrag van € 58.875,03 als voorschot op de schadevergoeding wegens leegstand. De primaire vordering komt de kantonrechter niet rechtmatig voor, nu deze is gebaseerd op gederfde huurpenningen tot en met 14 april 2035. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat de bedrijfsruimte niet (veel) eerder opnieuw verhuurd kan worden tegen een vergelijkbare huurprijs. De subsidiaire vordering is toewijsbaar. Deze heeft betrekking op een periode van negen maanden na de ontruiming in welke periode de verhuurder schade leidt omdat zij geen huurinkomsten meer heeft. De verhuurder heeft voor de periode van negen maanden verwezen naar een schriftelijke toelichting van een makelaar waarin een minimale periode van zes tot negen maanden nodig wordt geacht om de bedrijfsruimte opnieuw te verhuren. In het geval de verhuurder de bedrijfsruimte binnen deze periode van negen maanden opnieuw verhuurt, moeten de door haar ontvangen huurpenningen in mindering worden gebracht op de schadevergoeding. De bestuurder valt van deze schade persoonlijk een ernstig verwijt te maken.
De garant en de bestuurder moeten de geldlening terugbetalen
4.20.
In artikel 7.2 van de huurovereenkomst heeft de (indirecte) bestuurder, [gedaagde sub 3] , zich persoonlijk garant gesteld voor de lening van € 85.000,- tot de opening van de bedrijfsruimte voor het winkelende publiek. In artikel 7.1 van de leningsovereenkomst staat dat op grond van deze overeenkomst verschuldigde bedragen direct opeisbaar zijn als de leningnemer een verschuldigd bedrag niet tijdig voldoet. De verhuurder stelt dat er op grond van de leningsovereenkomst geen aflossingen zijn gedaan en dat de bedrijfsruimte nog niet is geopend voor publiek. De garant en de bestuurder hebben hiertegen geen verweer gevoerd. De vordering tot betaling van het uitstaande bedrag van de geldlening, € 85.000,- door de garant en de bestuurder zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente telkens vanaf de datum van verzuim tot de dag van algehele voldoening.
De buitengerechtelijke incassokosten worden (deels) toegewezen4.21. De verhuurder vordert van de huurder en de bestuurder een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 15.000,- op grond van artikel 30.1 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst. Hiertegen is geen verweer gevoerd. De kantonrechter ziet echter aanleiding om deze vergoeding op grond van artikel 242 Rv Pro ambtshalve te matigen tot het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, welk tarief wordt geacht redelijk te zijn, omdat niet onderbouwd is dat de werkelijke kosten van de verhuurder hoger zijn dan dit tarief. De kantonrechter verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868 (r.o. 3.5.3 en 3.5.7). De kantonrechter zal de buitengerechtelijke (incasso)kosten dan ook toewijzen over de toewijsbare hoofdsom van in totaal € 175.471,27 (huurachterstand, schadevergoeding, lening en boetes), tot het wettelijke tarief, zodat een bedrag van € 3.060,95 wordt toegewezen, te voldoen binnen drie dagen na betekening van dit vonnis.
Hoofdelijke veroordeling
4.22.
Waarbij hiervoor is geoordeeld dat naast de huurder of de garant ook de bestuurder wordt veroordeeld, zal de kantonrechter deze gedaagde partijen hoofdelijk veroordelen, zoals gevorderd. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Proceskosten
4.23.
Yellow Gym c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de verhuurder worden begroot op:
- kosten van de dagvaardingen
309,44
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.534,44
4.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard4.25. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de verhuurder dat heeft gevorderd en Yellow Gym c.s., nu zij niet zijn verschenen, daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Yellow Gym XXVII B.V. om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan de Molenvlietbrink 226-228 te Woerden te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken en ontruimd te houden en het gehuurde op te leveren in de staat waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, en de sleutels af te geven aan de verhuurder,
5.2.
veroordeelt [gedaagde sub 3] , in hoedanigheid van indirect bestuurder van Yellow Gym XXVII B.V., om zijn volledige medewerking te verlenen aan de ontruiming van de bedrijfsruimte binnen drie dagen na betekening van dit vonnis en het ontruimd houden, en de bedrijfsruimte op te leveren in de staat waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, en de sleutels af te geven aan de verhuurder,
5.3.
veroordeelt Yellow Gym XXVII B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk om te betalen aan de verhuurder:
a. a) binnen drie dagen na betekening van dit vonnis: € 29.796,24 aan achterstallige huur tot en met 28 februari 2026,
b) € 7.375,- per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt Yellow Gym HQ B.V., indien Yellow Gym XXVII B.V. en/of
[gedaagde sub 3] de verplichting tot betaling van de huurachterstand en de toekomstige huurtermijnen niet, of niet tijdig nakomen, € 26.771,25 te betalen aan concerngarantie, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
5.5.
veroordeelt Yellow Gym XXVII B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis een voorschot op de schadevergoeding voor leegstandsschade te betalen van € 58.875,03, gelijk aan negen maanden huur, exclusief voorschot servicekosten, inclusief 21% btw, waarbij in het geval de verhuurder de bedrijfsruimte binnen deze periode van negen maanden opnieuw verhuurt, de door haar ontvangen huurpenningen in mindering moeten worden gebracht op deze schadevergoeding;
5.6.
veroordeelt Yellow Gym HQ B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk tot betaling aan verhuurder van € 85.000,- voor het uitstaande bedrag van de verstrekte geldlening, te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf de datum van verzuim tot aan de dag van algehele voldoening,
5.7.
veroordeelt Yellow Gym XXVII B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk tot betaling binnen drie dagen na betekening van dit vonnis van € 1.800,- aan verbeurde contractuele boetes over de periode vanaf 1 september 2025 tot en met februari 2026,
5.8.
veroordeelt Yellow Gym XXVII B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk om aan de verhuurder binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te betalen een bedrag van € 3.060,95 aan buitengerechtelijke kosten,
5.9.
veroordeelt Yellow Gym c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.534,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Yellow Gym c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.10.
veroordeelt Yellow Gym c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.11.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
40160