ECLI:NL:RBMNE:2026:3685

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/16/611735 / KG ZA 26-280
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 BWArt. 2:15 lid 1 BWArt. 3:303 BWArt. 21 RvArt. 111 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsingsverzoek tegen besluit KNVB tot gemengde indeling amateurvoetbal

De KNVB heeft in juni 2025 besloten om vanaf het seizoen 2026/2027 de tweede en derde klasse van het amateurvoetbal gemengd in te delen, waarbij zaterdag- en zondagverenigingen samen in een competitiepoule worden geplaatst. De Kerngroep, bestaande uit meerdere amateurverenigingen, vordert in kort geding schorsing van dit besluit omdat zij meent dat het in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de Kerngroep een spoedeisend belang heeft vanwege de naderende competitie-indeling, maar dat onvoldoende aannemelijk is dat het besluit in een bodemprocedure zal worden vernietigd. De KNVB heeft beleidsvrijheid en heeft het besluit zorgvuldig genomen, met voldoende draagvlak onder haar leden en op basis van meerdere onderzoeken. De Kerngroep heeft onvoldoende onderbouwd dat het besluit disproportioneel is of dat er sprake is van ongelijke behandeling.

Verder zijn eiseressen sub 3 en 8 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De rechtbank wijst de vorderingen van de Kerngroep af en veroordeelt hen in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter D. Wachter, bijgestaan door E. Bastiaannet, en op 26 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het besluit van de KNVB tot gemengde indeling van de tweede en derde klasse af en veroordeelt de Kerngroep in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/611735 / KG ZA 26-280
Vonnis in kort geding van 26 juni 2026
in de zaak van

1.SPORTVERENIGING GROL,

gevestigd te Groenlo,
2.
S.V. ENTER,
gevestigd te Enter,
3.
ROOMS-KATHOLIEKE VOETBALVERENIGING 'ERP',
gevestigd te Erp,
4.
QUICK 1888,
gevestigd te Nijmegen,
5.
SPORTCLUB LOCHEM,
gevestigd te Lochem,
6.
F.C.TRIAS,
gevestigd te Winterswijk,
7.
V.V.S. '46,
gevestigd te Spanbroek,
8.
DFO'20,
gevestigd te Kelpen-Oler,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de Kerngroep,
advocaat: mr. E.H. Steentjes,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,
gevestigd te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: KNVB,
advocaat: mr. M.I. van Dijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van de Kerngroep,
- de pleitnota van de KNVB.

2.De kern

2.1.
De KNVB heeft in juni 2025 besloten om met ingang van het voetbalseizoen 2026/2027 de tweede en derde klasse van het amateurvoetbal gemengd te gaan indelen. Dit betekent dat dat de zaterdag- en zondagverenigingen bij elkaar in een (na)competitiepoule ingedeeld kunnen worden. Volgens de Kerngroep is het genomen besluit in strijd met de eisen van de redelijkheid en billijkheid. Daarom vraagt zij in dit kort geding schorsing van dat besluit. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en wijst de vorderingen van de Kerngroep af. Dit wordt hierna uitgelegd.
Geen gebreken dagvaarding
2.2.
Voor alle weren beroept de KNVB zich op zogenaamde gebreken in de dagvaarding. In het oproepingsexploot ontbreken de aanzeggingen als bedoeld in artikel 21 en Pro 149 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), zodat de dagvaarding volgens de KNVB formeel niet voldoet aan het bepaalde in artikel 111 lid 2 Rv Pro. Het gevolg hiervan zou volgens de KNVB nietigheid meebrengen (artikel 120 lid 1 Rv Pro). De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. De KNVB is immers vrijwillig verschenen, zodat de nietigheidssystematiek van artikel 120 Rv Pro niet speelt.
2.3.
Volgens de KNVB heeft de Kerngroep daarnaast in strijd met het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken gehandeld, maar ook hier gaat de voorzieningenrechter aan voorbij. Eventuele gebreken zijn door de Kerngroep namelijk hersteld. Zij heeft toegelicht waarom de dagvaarding te lang is, een samenvatting gegeven en een overzicht van producties overgelegd.
Niet-ontvankelijkheid eiseressen sub 3 en 8
2.4.
Met de KNVB is de voorzieningenrechter wel van oordeel dat eiseressen sub 3 en 8 niet-ontvankelijk zijn. Eiseres sub 3 (RKVV ERP) komt met het eerste elftal volgend seizoen uit in de eerste klasse (en ongeacht de uitkomst van deze procedure heeft zij dan met gemengd indelen - het onderwerp van dit kort geding - te maken) en eiseres sub 8 (DFO'20) komt uit in vierde klasse (en zal ongeacht het besluit en de uitkomst van deze procedure niet te maken krijgen met gemengd indelen als gevolg van het besluit waarvan eiseressen schorsing vragen). Deze partijen hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen belang (artikel 3:303 BW Pro) en zijn daarom niet-ontvankelijk. Het ter zitting aangevoerde argument dat eiseressen een algemeen belang dienen van de amateurclubs die tegen gemengd indelen zijn, maakt dit niet anders.

3.De beoordeling

3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening (schorsing van een besluit). De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of de Kerngroep bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Als dat het geval is, moet de voorzieningenrechter beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop, toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
De Kerngroep heeft een spoedeisend belang
3.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Kerngroep een spoedeisend belang heeft. De competities voor het nieuwe voetbalseizoen 2026/2027 moeten uiterlijk 29 juni 2026 worden ingedeeld. De Kerngroep kan de uitkomst van de al aanhangige bodemprocedure dus niet afwachten.
Het algemene toetsingskader
3.3.
De KNVB is een vereniging en dus een rechtspersoon. Het gaat in dit kort geding om een besluit van de directeur-bestuurder amateurvoetbal van 16 juni 2025 (hierna: het bestuur en het besluit). Een besluit van een rechtspersoon is vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), als dat in strijd is met een reglement of als dat in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW Pro.
Het besluit is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid
3.4.
De toetsing van het besluit aan de redelijkheid en billijkheid is een terughoudende toets. Uitgangspunt is namelijk dat de KNVB beleidsvrijheid heeft. Dat betekent dat alleen wordt getoetst of de KNVB bij het nemen van het besluit voldoende zorgvuldig alle betrokken belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel komt dat het bestuur van de KNVB niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. De door de Kerngroep aangevoerde argumenten worden hierna besproken.
Voldoende draagvlak bij de KNVB leden
3.5.
Volgens de Kerngroep druist het besluit van de KNVB allereerst in tegen de wensen en de belangen van een meerderheid van haar leden, maar dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet komen vast te staan. Eiseressen hebben aangevoerd dat ca. 200 amateurverenigingen hun steun aan de Kerngroep hebben betuigd. In de competities waar het hier over gaat (de tweede en derde klasse) spelen ca. 775 clubs en in totaal zijn er meer dan 2000 clubs lid van de KNVB.
3.6.
Het besluit van de KNVB is onderdeel van de zogenaamde ‘Brede Aanpak Voetbalpiramide’. De KNVB wordt al jaren geconfronteerd met een steeds groter wordende disbalans tussen de zaterdag- en zondagcompetities. Uit een door de KNVB overgelegd overzicht volgt dat het aantal eerste (standaard) elftallen in de zondagcompetitie de afgelopen twaalf jaar met ongeveer 700 is afgenomen van 1689 tot 966. Het gevolg hiervan is dat de zondagcompetitie wordt uitgehold, er regionale verschillen zijn, grotere reisafstanden ontstaan en daarnaast verschillen optreden in promotie-/degradatiekansen door verschillen in de omvang van competitiepoules. Het besluit en het gemengd indelen in het totale amateurvoetbal maken dus onderdeel uit van een grotere en langer bestaande strategie om de totale voetbalpiramide te optimaliseren. Inmiddels is het gemengd indelen al ingevoerd in de tweede t/m vierde divisie en de eerste klasse van het amateurvoetbal. Het verloop (voor zover relevant) van september 2020 tot april 2026 ziet er als volgt uit:
  • Oriënterend gesprek met de ledenraad over de Brede Aanpak Voetbalpiramide (september 2020),
  • Procesvoorstel Brede Aanpak Voetbalpiramide (najaarsvergadering 2020),
  • Visie en analyse die ten grondslag liggen aan de Brede Aanpak Voetbalpiramide is vastgesteld (voorjaarsvergadering 2021),
  • Brede Aanpak Voetbalpiramide vastgesteld, inclusief implementatie pad (voorjaarsvergadering 2022),
  • Kaders evaluatie Brede Aanpak Voetbalpiramide (werkconferentie voorjaar 2024),
  • Informatiesessie met de ledenraad over proces en evaluatie Brede Aanpak Voetbalpiramide (8 mei 2025),
  • Advies stuurgroep Brede Aanpak Voetbalpiramide aan directeur- bestuurder over aanpassingen voetbalpiramide inclusief advies over gemengd indelen (ledenraad 4 juni 2025),
  • Notitie evaluatie Brede Aanpak Voetbalpiramide vastgesteld (voorjaarsvergadering 2025),
  • Bestuurlijk besluit om vanaf seizoen 2026-2027 teams in de tweede en derde klasse gemengd in te delen (aangekondigd in voorjaarsvergadering 2025),
  • Besluit gemengd indelen vanaf seizoen 2026-2027 (16 juni 2025).
3.7.
Voorafgaand aan het besluit van 16 juni 2025 is een onderzoek naar het draagvlak voor gemengd indelen uitgevoerd door het externe onderzoeksbureau Direct Research. In een verslag van de voorjaarsvergadering van de ledenraad op 18 juni 2022, staat hierover het volgende vermeld:
“3. ONDERZOEK NAAR DE ACHTERBAN
In september 2021 hebben we alle spelers, trainers en bestuurders van standaardteams uitgenodigd voor een onderzoek. Daarin hebben we ze gevraagd welke elementen zij het belangrijkste vinden voor een aantrekkelijke competitie. De belangrijkste conclusies waren als volgt:
  • Voor alle doelgroepen zijn spannende competities en het spelen van derby’s de belangrijkste elementen voor een aantrekkelijke competitie.
  • De huidige competitieopzet wordt als aantrekkelijk beoordeeld en krijgt duidelijk de voorkeur boven alternatieven met kleinere poules of een voor- en najaarsreeks.
  • Voor zaterdagvoetballers is een vaste speeldag van belang (9 op de 10), zondagvoetballers staan hier neutraler in (6 op de 10).
  • Er is veel animo voor het samenvoegen van zaterdag- en zondagteams, uit het oogpunt van reisafstand en meer aansprekende wedstrijden voor de clubkas.
  • Toevoegen van tweede elftallen in de piramide roept bij alle doelgroepen bezwaren op.
Deze uitkomsten sluiten voor het grootste deel goed aan bij de uitgangspunten zoals geformuleerd in de visie. Daarbij valt op dat er draagvlak is voor het gemengd indelen van zaterdag- en zondagteams.”
3.8.
Verder wijst de KNVB op het recentere onderzoek (februari 2025) van het externe onderzoeksbureau Markteffect. Beide onderzoeken bevestigen volgens de KNVB het draagvlak voor het gemengd indelen, ook in de tweede en derde klasse.
3.9.
Volgens de Kerngroep is het laatstgenoemde onderzoek te algemeen van aard, heeft het veel te weinig respons opgeleverd en heeft de KNVB ten onrechte niet alleen bestuurders, maar ook veel trainers en spelers bevraagd. Om die reden heeft de Kerngroep een eigen enquête gehouden onder (alle) 792 amateurverenigingen in het
gehele land, zowel zaterdag- als zondagclubs, die uitkomen in de eerste, tweede en derde klasse. De respons was 50,6% (ruim 400 verenigingen). De belangrijkste uitkomsten van de enquête zijn als volgt:
  • 69% van de respondenten heeft bezwaar tegen het spelen op een andere (afwijkende) speeldag; 20% heeft er misschien moeite mee en 11% niet;
  • Het grootste deel van de respondenten van zowel de zaterdag- als de zondagclubs, te weten 43,6% (43% zaterdagclubs en 44% zondagclubs), is bereid om ter behoud van de eigen speeldag(en) bij uitwedstrijden een grotere reisafstand te accepteren. 33,6% is misschien daartoe bereid en slechts 20,2% is tegen het accepteren van grotere reisafstanden.
  • 43,6% (ook het grootste deel) van de respondenten is tegen de indeling van principiële zaterdagclubs in een competitie met zondagclubs. De zondagclubs zijn in grote getalen tegen (68%) en de zaterdagclubs zijn overwegend vóór (60%).
3.10.
De KNVB heeft op haar beurt weer bezwaren tegen de door de Kerngroep gehouden enquête. Zo meent de KNVB allereerst dat de uitnodigingstekst sturend is. In de uitnodigingsbrief staat (voor zover relevant) het volgende:
“De KNVB heeft voor komend seizoen besloten tot het invoeren van weekendvoetbal in de 2e en 3e klasse voor standaardteams, waarbij zaterdag- en zondagclubs gemengd worden ingedeeld. Dit betekent dat niet-principiële zaterdagclubs verplicht worden om een deel van hun wedstrijden op zondag te spelen en andersom de zondagclubs op de zaterdag. Daarnaast geldt voor wedstrijden tegen principiële zaterdagclubs dat een zondagclub altijd naar de zaterdag zal moeten uitwijken. De kerngroep weekendvoetbal bestaat uit vertegenwoordigers van een aantal clubs die grote bezwaren hebben tegen de invoering hiervan. De belangrijkste bezwaren hebben betrekking op de druk die er komt op de vereniging als er op ongebruikelijke speeldagen of tijdstippen zal moeten worden gespeeld. Veel zondagclubs hebben te maken met beperkte ruimte op hun complex en dus zal een wedstrijd op zaterdag pas aan het eind van de dag kunnen worden ingepland. Daarnaast speelt bij zondagclubs ook het aspect dat spelers van de eerste selectie in de jeugd actief zijn als trainer, maar dat niet meer kunnen doen als er regelmatig op zaterdag moet worden gespeeld. We zien ook dat voor trainers, die naast hun amateurclub ook in de jeugd van een profclub actief zijn, het niet meer mogelijk is om die 2 banen te combineren, waardoor zij 1 van de 2 banen moeten opgeven. Het afwijken van de gebruikelijke speeldag zorgt voor zowel de zaterdag- als zondagclubs een aanzienlijke ingreep in de clubcultuur waar met de invoering van het weekendvoetbal door de KNVB volledig aan voorbij wordt gegaan.
De bezwaren zijn gedeeld in een aantal overleggen met de KNVB en door de kerngroep is een constructief voorstel gedaan voor een andere opzet, waarbij de nadelen van het weekendvoetbal voor de clubs beduidend minder worden. Dit heeft tot op heden nog niet geleid tot een wijziging in het standpunt van de KNVB. Via deze enquête willen wij graag jullie mening over dit onderwerp inventariseren, zodat we met de uitkomsten het draagvlak voor eventuele vervolgacties richting de KNVB kunnen bepalen.”
3.11.
In de uitnodiging wordt uitsluitend gesproken over alle (mogelijke) bezwaren die weekendvoetbal met zich mee zou brengen. Eventuele voordelen worden niet benoemd. Daarnaast worden de bezwaren van enkele verenigingen gepresenteerd als de norm in plaats van de uitzondering. De uitnodiging geeft geen blijk van een poging om objectief in kaart te willen brengen wat de daadwerkelijke impact van weekendvoetbal is. Sterker nog: de uitnodiging wekt volgens KNVB de suggestie dat de resultaten moeten helpen om de druk op de KNVB verder op te voeren. Ook heeft de Kerngroep – anders dan de KNVB – alleen bestuurders van de verenigingen uitgenodigd voor het onderzoek. Voetballers en trainer/coaches worden buiten beschouwing gelaten, terwijl de stem van deze doelgroepen volgens de KNVB wel meegenomen moet worden om een zuiver totaalbeeld van de situatie te krijgen.
3.12.
De KNVB heeft bovenstaande bezwaren ook uitgebreid (9 kantjes) gedeeld en besproken met de Kerngroep. Dat de KNVB, gelet op deze bezwaren en de beleidsvrijheid die haar toekomt, voorbij is gegaan aan de uitkomsten van de enquête van de Kerngroep, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om te oordelen dat het besluit van de KNVB daarom niet in stand zal blijven in een bodemprocedure. De KNVB heeft haar besluit immers gebaseerd op twee onderzoeken die het draagvlak voor gemengd indelen wel bevestigen. Een besluit is evenmin in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat een ander besluit (zoals de fictieve competitie-indeling van de Kerngroep) beter zou zijn geweest of meer voor de hand zou hebben gelegen. [1]
Voldoende betrokkenheid en informatievoorziening Raad van Toezicht Amateurvoetbal
3.13.
De Kerngroep vraagt zich daarnaast af of de Raad van Toezicht wel zorgvuldig en voldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de invoering van het besluit. Voor zover de Kerngroep in dit kader al voldoende heeft gesteld, staat als onweersproken vast dat de Raad van Toezicht op 20 mei 2025 over het gemengd indelen heeft vergaderd. Er is vervolgens goedkeuring verleend aan het bestuur voor een wijziging van de opzet van de competities in de tweede en derde klasse. De voorzieningenrechter gaat aan dit argument dus voorbij. Door de Kerngroep is onvoldoende onderbouwd dat de Raad van Toezicht van onvoldoende informatie zou zijn voorzien.
Voldoende informatievoorziening en invloed Ledenraad Amateurvoetbal
3.14.
Volgens de Kerngroep is ook de Ledenraad onvoldoende geïnformeerd. In dit kader stelt de voorzieningenrechter voorop dat de Ledenraad geen formeel advies- of instemmingsrecht heeft. Tussen partijen staat vast dat het onderwerp gemengd indelen is besproken op de Ledenraad van 18 juni 2022. Hetzelfde geldt voor de Ledenraad van 13 december 2025. De KNVB heeft verder informatie overgelegd die met de ledenraad is gedeeld met betrekking tot de ledenraadsvergadering van 4 juni 2025. Ook hieruit volgt dat is stilgestaan bij het voorgenomen besluit gemengd indelen:
“Naar aanleiding van vragen, opmerkingen en suggesties zijn tijdens de sessie antwoorden en toelichtingen gegeven. Op een aantal zaken zou nog (aanvullend) worden teruggekomen. Eén en ander is hieronder samengevat.”
3.15.
Dat de KNVB ondanks de bezwaren die door enkele leden waren ingebracht alsnog tot haar besluit van 16 juni 2025 is gekomen, maakt niet dat de Ledenraad onvoldoende is geïnformeerd en/of betrokken. Daarnaast heeft er uitgebreid overleg plaatsgevonden tussen de Kerngroep en de KNVB over de bezwaren van de Kerngroep. In dat kader zijn er fictieve competitie indelingen uitgewisseld en zijn er over en weer compromissen voorgesteld. Dat dit niet tot een voor de Kerngroep in alle opzichten bevredigende oplossing heeft geleid, maakt niet dat de KNVB in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld bij de uitvoering van het besluit.
Voldoende betrokkenheid en invloed Belangenvereniging Amateur Voetbal (hierna: BAV)
3.16.
De BAV is een organisatie die de belangen van alle amateurvoetbalverenigingen behartigt. Ook hier geldt dat de BAV geen formeel advies- of instemmingsrecht heeft. Vanuit de BAV is aangegeven dat zij als adviserend orgaan weliswaar betrokken is bij het project ‘Brede Aanpak Voetbalpiramide’ en ook geïnformeerd is over het voorgenomen gemengd indelen in de lagere klasse, maar dat er niets is gedaan met haar adviezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat de KNVB dus niet in redelijkheid tot het genomen besluit heeft kunnen komen. Het kan natuurlijk zo zijn dat de BAV een andere mening heeft, dit betekent niet automatisch dat het besluit van de KNVB dus in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Besluit is noodzakelijk en proportioneel
3.17.
De Kerngroep stelt verder dat er geen noodzaak voor gemengd indelen bestaat en dat het besluit disproportioneel zou zijn. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de KNVB de (discretionaire) bevoegdheid heeft om wijzigingen van de opzet van de competitie in de tweede en derde klasse door te mogen voeren. De voorzieningenrechter is bovendien van oordeel dat de KNVB de noodzaak en proportionaliteit voldoende heeft onderbouwd (zie rechtsoverweging 3.6).
Geen ongelijke behandeling/strijd met gelijkheidsbeginsel
3.18.
De Kerngroep stelt daarnaast dat zij en/of de zondagverenigingen zouden worden achtergesteld ten opzichte van de (principiële) zaterdagverenigingen. Dit zijn verenigingen die vanwege geloofsovertuiging en het eerbiedigen van de zondagsrust niet op zondag willen of kunnen spelen. Ook zijn er zaterdagverenigingen die historisch gezien altijd op zaterdag (en dus nooit op zondag) hebben gespeeld, vanwege andere redenen. Een aantal van deze verenigingen heeft met de KNVB hierover in 2013 afspraken gemaakt, die vastliggen in een convenant. Bij het gemengd indelen hoeven netgenoemde verenigingen dus nooit op zondag te spelen.
3.19.
Hoewel de (principiële) zaterdagverenigingen in die zin dus een uitzonderingspositie hebben, is dit niet zonder reden. Het gaat om in het verleden,gemaakte afspraken, die vastliggen in het eerdergenoemde convenant. Afspraken moeten nou eenmaal worden nagekomen. Bovendien heeft de KNVB toegezegd om de definitie van de principiële zaterdagverenigingen nogmaals kritisch te bestuderen en bespreekbaar te maken met de Ledenraad en de belangenorganisaties. Ter zitting heeft de KNVB dit nogmaals bevestigd.
Geen strijd met opgewekt vertrouwen
3.20.
Eind 2022 is door de directeur-bestuurder publiekelijk verklaard dat er ten aanzien van de lagere klassen geen dwang zal worden toegepast bij het gemengd indelen. Volgens de Kerngroep handelt de KNVB nu in strijd met het daardoor opgewekte vertrouwen. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Een enkele mededeling van de directeur-bestuurder amateurvoetbal uit 2022 is onvoldoende om van een concreet opgewekt vertrouwen te spreken. De Brede Aanpak Voetbalpiramide die is ontwikkeld in 2020 heeft meegebracht dat er vanaf het seizoen 2023/2024 gemengd ingedeeld wordt in de hogere divisies. Vanuit de daarmee opgedane ervaringen heeft de KNVB vastgehouden aan de al bestaande gedachte om ook voor de lagere klassen in het amateurvoetbal gemengd te gaan indelen. Dat behoort ook tot haar beleidsvrijheid.
Conclusie
3.21.
De voorzieningenrechter acht het onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure het besluit van 16 juni 2025 zal vernietigen. De vorderingen van de Kerngroep worden daarom afgewezen.
De Kerngroep moet de proceskosten betalen
3.22.
De Kerngroep is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de KNVB worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.766,00
Totaal
2.501,00

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verklaart eiseres sub 3 en eiseres sub 8 niet-ontvankelijk,
4.2.
wijst de vorderingen van de Kerngroep af,
4.3.
veroordeelt de Kerngroep in de proceskosten van € 2.501,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Kerngroep niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. Bastiaannet, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
EB 5791

Voetnoten

1.Vgl. HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145 (VEB/KLM) en HR 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4702 (KNMP).