ECLI:NL:RBMNE:2026:3627

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
C/16/609637 / BE ZA 26-15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 RvArt. 225 lid 1 onder a RvArt. 225 lid 2 RvArt. 227 lid 1 RvArt. 227 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot verstrekking informatie over rechtsgeldige schorsing en hervatting procedure erfrecht

In deze zaak gaat het om een incident in een erfrechtprocedure waarbij eiseres de procedure van haar overleden vader heeft overgenomen. De procedure was geschorst vanwege het overlijden van de oorspronkelijke eiser, waarna eiseres de procedure wilde hervatten namens de erfgenamen. Verweerster 1 maakte bezwaar tegen de rechtsgeldigheid van deze hervatting, omdat eiseres niet alle erfgenamen vertegenwoordigt.

De rechtbank beoordeelt dat het overlijden van een partij een grond is voor schorsing van de procedure, maar dat schorsing en hervatting alleen rechtsgeldig zijn indien deze door de bevoegde rechtsopvolger zijn aangezegd en uitgevoerd volgens de wettelijke voorschriften. Eiseres heeft verklaard de procedure te hervatten als erfgenaam, maar heeft geen volmacht van de andere erfgenamen.

De rechtbank constateert dat onvoldoende informatie is verstrekt over het toepasselijke recht op de nalatenschap, de erfgenamen, het bestaan van een testament en de bevoegdheid van eiseres om de procedure voort te zetten. Daarom wordt eiseres bevolen deze informatie te verstrekken, waarna de rechtbank verdere beslissingen zal aanhouden.

Uitkomst: Rechtbank beveelt eiseres informatie te verstrekken om rechtsgeldigheid schorsing en hervatting te beoordelen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/609637 / BE ZA 26-15
Vonnis in incident van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [plaats 1] ,
hierna: [eiseres] ,
eisende partij in het incident,
advocaat: mr. J. van Andel, werkzaam in Driebergen,
tegen

1.[verweerster 1] ,

wonende in [plaats 2] ,
hierna: [verweerster 1] ,
verwerende partij in het incident,
2.
[verweerster 2],
wonende in [plaats 1] ,
hierna: [verweerster 2] ,
advocaat: mr. M. Jozefzoon-Flipse, werkzaam in Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7
- de conclusie van antwoord
- de akte van [eiseres] van 21 oktober 2025 met producties 8 t/m 10
- de antwoordakte van [verweerster 1] van 29 oktober 2025
- het vonnis van 1 april 2026 van de afdeling Familierecht van deze rechtbank waarin de zaak is verwezen naar de afdeling Toezicht van deze rechtbank.

2.Waar gaat dit incident over?

2.1.
[eiseres] , [verweerster 1] en [verweerster 2] zijn zussen. Hun vader, [erflater] , is in september 2024 een procedure bij deze rechtbank begonnen tegen [verweerster 1] . Daarin heeft hij heeft gevorderd dat zij wordt veroordeeld om bepaalde goederen die (mede) aan hem toebehoren af te geven. [verweerster 1] heeft verweer gevoerd.
2.2.
Op 13 augustus 2025 heeft [verweerster 1] de rechtbank per e-mail bericht dat [erflater] is overleden. In haar akte van 21 oktober 2025 heeft [eiseres] verklaard dat zij de procedure van haar overleden vader overneemt en dat de procedure wordt hervat op de voet van artikel 227 lid 1 onder Pro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). [verweerster 1] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Volgens haar is de procedure niet rechtsgeldig hervat, onder meer omdat [verweerster 1] en [verweerster 2] mede-erfgenamen zijn en [eiseres] niet alle erfgenamen vertegenwoordigt. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden en [eiseres] verzocht nader te onderbouwen waarom zij de procedure mag voortzetten.
2.3.
[eiseres] heeft daarop exploten laten uitbrengen waarin [verweerster 1] en [verweerster 2] zijn gedagvaard tegen een bepaalde datum ter hervatting van de procedure op de voet van artikel 227 lid 2 Rv Pro, gevolgd door een herstelexploot vanwege een verkeerd vermelde roldatum.
2.4.
In het vonnis van 1 april 2026 heeft de rechtbank de zaak in de stand waarin deze zich bevond ambtshalve verwezen naar de afdeling die erfrechtzaken behandelt.
2.5.
De rechtbank moet nu eerst beoordelen of de procedure op rechtsgeldige wijze is geschorst en hervat. Om dat te kunnen beoordelen is meer informatie nodig. De rechtbank zal [eiseres] gelasten die informatie te verstrekken (artikel 22 Rv Pro).

3.De beoordeling in incident

juridisch kader
3.1.
Het overlijden van een partij is een grond voor schorsing van een lopende procedure (artikel 225 lid 1 onder Pro a Rv). Schorsing vindt plaats door aanzegging van de schorsing aan de andere partij bij exploot of door een akte ter rolle (artikel 225 lid 2 Rv Pro). Bevoegd tot schorsing is uitsluitend de rechtsopvolger van de partij aan wier zijde de schorsingsoorzaak zich voordoet. De procedure wordt hervat doordat direct bij het exploot tot schorsing wordt verklaard dat het geding wordt hervat of doordat later met instemming van de andere partij een akte ter rolle wordt genomen of bij exploot wordt verklaard dat het geding wordt hervat (artikel 227 lid 1 Rv Pro). Indien de procedure niet bevoegdelijk is geschorst en hervat, hebben de aangezegde schorsing en hervatting geen (rechts)gevolg gehad. [1] In dat geval wordt de procedure voortgezet op naam van de overleden partij (artikel 225 lid 2 Rv Pro).
uitwerking
3.2.
[eiseres] heeft in de exploten verklaard dat zij als een van de erfgenamen van [erflater] in haar hoedanigheid van erfgenaam de procedure hervat. Omdat ook [verweerster 2] erfgenaam is en er volgens [eiseres] sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding heeft zij [verweerster 2] ook in het geding betrokken. [eiseres] heeft in haar toelichting gesteld dat zij als erfgenaam op de voet van artikel 4:182 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in alle rechten en plichten van haar overleden vader treedt en dat zij geen volmacht van de andere erfgenamen heeft.
3.3.
Bij de exploten is een uittreksel uit de basisregistratie personen gevoegd van 6 juni 2025. Daaruit blijkt dat [erflater] is geboren op [geboortedatum 1] 1939 in [geboorteplaats] (Turkije) en is overleden op [datum overlijden 1] 2025 in [plaats 3] (Turkije). Hij heeft op 27 januari 1998 de Nederlandse nationaliteit verkregen en stond van 7 juni 1973 tot [datum overlijden 1] 2025 ingeschreven in de gemeente [plaats 1] . Uit de dagvaarding en de producties van [eiseres] blijkt dat [erflater] in gemeenschap van goederen was gehuwd met [erflaatster] , de moeder van [eiseres] , [verweerster 1] en [verweerster 2] . [erflaatster] is geboren op [geboortedatum 2] 1950 in [geboorteplaats] (Turkije) en is overleden op [datum overlijden 2] 2023. De goederen waarvan in de hoofdzaak afgifte wordt gevorderd zijn een aantal gouden armbanden en munten. Volgens [eiseres] hebben haar ouders deze sieraden en goudstukken vanaf circa 1980 aangeschaft en liggen ze in een kluis die op naam van [verweerster 1] staat.
3.4.
Op dit moment kan de rechtbank niet beoordelen of [eiseres] de procedure op rechtsgeldige wijze heeft geschorst en hervat. Het ontbreekt aan gegevens waaruit kan worden afgeleid welk recht op de nalatenschap van [erflater] van toepassing is en wie zijn erfgenamen zijn. Ook is niet duidelijk of hij een testament had en wat de inhoud daarvan is. [eiseres] zal daarover meer informatie moeten verstrekken en antwoord moeten geven op in ieder geval de volgende vragen:
- welk recht is van toepassing op de nalatenschap van [erflater] ?
- is [eiseres] enig erfgenaam van [erflater] ? Zo nee, wie zijn de andere erfgenamen?
- op grond waarvan kan [eiseres] de procedure overnemen?
- procedeert zij ten behoeve van de gemeenschap van nalatenschap?
- als dit laatste het geval is én Nederlands recht van toepassing is, hoe verhoudt zich dat dan tot het feit dat artikel 3:171 BW Pro (dat bepaalt dat iedere deelgenoot ten behoeve van de gemeenschap een vordering kan instellen) niet geldt als het gaat om een vordering tegen een deelgenoot?
3.5.
De rechtbank zal [eiseres] in de gelegenheid stellen de benodigde informatie, zo mogelijk met gelegaliseerde stukken, bij akte over te leggen. In afwachting daarvan zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden.

4.De beslissing

in het incident
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van
24 juni 2026voor akte uitlating aan de zijde van [eiseres] conform het in 3.4. gegeven bevel,
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3192.