De kantonrechter behandelde een kort geding tussen een werknemer en Stichting Quarijn over een loonstop die door de werkgever was opgelegd wegens vermeende niet-naleving van re-integratieverplichtingen.
De werknemer was sinds januari 2025 arbeidsongeschikt en had een re-integratietraject doorlopen. Na een terugval meldde zij zich opnieuw ziek, waarna Quarijn het loon stopzette na een officiële waarschuwing omdat zij niet voldeed aan haar re-integratieverplichtingen. De kantonrechter oordeelde dat de loonstop op 28 november 2025 terecht was omdat de werknemer niet aan haar verplichtingen had voldaan.
Echter, na een gesprek bij de arbeidsdeskundige op 15 december 2025 voldeed de werknemer weer aan haar verplichtingen. De loonstop had daarom vanaf die datum beëindigd moeten worden. Quarijn werd veroordeeld het loon over de periode van 15 tot en met 31 december 2025 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het wettelijk maximum, maar de gevorderde advocaatkosten werden afgewezen. Quarijn werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.