Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3573

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
11916374 \ LC EXPL 25-2075
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:758 BWArt. 6:119 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling aanneemsom chloorsysteem niet opeisbaar wegens niet opgeleverd werk

In deze zaak vordert eiseres betaling van de aanneemsom voor de installatie van een automatisch chloorsysteem in de zwemspa van gedaagde. Gedaagde voert verweer dat het werk nog niet is afgerond en opgeleverd, waardoor de aanneemsom nog niet opeisbaar is. De kantonrechter stelt vast dat het werk inderdaad niet af is, omdat het systeem nog gekalibreerd moet worden en een kabel nog definitief aangesloten moet worden.

Hoewel eiseres stelt dat het werk deugdelijk is uitgevoerd, is gebleken dat het systeem niet functioneert zoals bedoeld en dat gedaagde vrijwel direct na installatie heeft geklaagd. Eiseres heeft erkend dat het systeem nog niet kon worden gekalibreerd bij installatie en heeft nagelaten het werk af te maken ondanks verzoeken van gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van oplevering en dat de aanneemsom daarom nog niet opeisbaar is.

Verder wordt de hoogte van de aanneemsom besproken. Partijen zijn het eens over de prijs van het chloorsysteem zelf, maar verschillen over de kosten van installatie en materiaal. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde de materiaalkosten en een redelijke vergoeding voor arbeidsuren moet betalen zodra het werk is opgeleverd.

De vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De aannemingsovereenkomst blijft bestaan en eiseres dient het werk af te maken voordat betaling opeisbaar wordt.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de aanneemsom wordt afgewezen omdat het werk niet is opgeleverd en de aanneemsom nog niet opeisbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11916374 \ LC EXPL 25-2075
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. S.K. Tuithof,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. S. Booij.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 oktober 2025 met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek met productie 12;
- de akte van [eiseres] .
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft [eiseres] opdracht gegeven een automatisch chloorsysteem te installeren in zijn zwemspa. In deze procedure vordert [eiseres] betaling van de aanneemsom, te vermeerderen met rente en kosten. [gedaagde] voert verweer en stelt dat het werk nog niet af is en nog niet is opgeleverd. Daarom is volgens hem de aanneemsom nog niet opeisbaar. De kantonrechter is het met [gedaagde] eens. De vorderingen van [eiseres] worden daarom afgewezen.

3.De beoordeling

Inleiding
3.1
Partijen hebben afgesproken dat [eiseres] een automatisch chloorsysteem in de zwemspa van [gedaagde] installeert tegen betaling van een prijs in geld. Daarmee is tussen hen een aannemingsovereenkomst tot stand gekomen.
De aanneemsom is nog niet opeisbaar
3.2
[eiseres] vordert betaling van een aanneemsom van € 3.089,98. De vraag is of deze opeisbaar is en of [eiseres] aanspraak kan maken op betaling daarvan. [gedaagde] vindt van niet, omdat het werk nog niet af is en nog niet is opgeleverd.
3.3
Partijen hebben niet gesteld dat zij afspraken hebben gemaakt over wanneer de aanneemsom moet worden betaald. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dergelijke afspraken niet zijn gemaakt. Het recht van de aannemer op betaling van de prijs ontstaat in dat geval pas op het moment dat hij zich naar behoren van zijn prestatieplicht heeft gekweten. Dat is het moment van oplevering als bedoeld in artikel 7:758 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). [1]
3.4
Hoewel [eiseres] stelt dat de werkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd, staat vast dat het werk nog niet af is. Op 26 april 2024 heeft [eiseres] het chloorsysteem geïnstalleerd. [gedaagde] heeft de volgende dag, op 27 april 2024, via WhatsApp bij [eiseres] gemeld dat het systeem niet werkt. Van schending van de klachtplicht is, anders dan [eiseres] meent, geen sprake omdat er vrijwel onmiddellijk is geklaagd.
3.5
Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] is vergeten een kabel aan te sluiten. Omdat [eiseres] met vakantie was, heeft [gedaagde] zelf een partij ingeschakeld om deze kabel aan te sluiten. [gedaagde] stelt dat dit een tijdelijke oplossing is. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden of deze aansluiting volstaat. Het is aan [eiseres] om dit te beoordelen op het moment dat zij het systeem gaat kalibreren, zoals hieronder is omschreven.
3.6
[gedaagde] heeft gesteld dat het systeem nog niet gekalibreerd is en daardoor verkeerde meetwaarden aangeeft. [eiseres] heeft dit niet betwist. In de dagvaarding erkent [eiseres] dat het systeem ten tijde van de installatie nog niet gekalibreerd kon worden, omdat er nog geen water in de zwemspa zat, en dat zij terug moest komen om het werk af te maken. [gedaagde] heeft haar, bij e-mails van 13 en 24 mei 2024 en bij brief van 5 januari 2025, verzocht om langs te komen om het werk af te maken, maar [eiseres] heeft dat niet gedaan. Zij heeft voorgesteld het systeem te verwijderen, maar daar heeft [gedaagde] niet mee ingestemd en dat hoefde hij ook niet te doen. [eiseres] stelt dat [gedaagde] bij WhatsAppbericht van 30 april 2024 heeft aangegeven dat het probleem verholpen was, zodat zij niet meer langs hoefde te komen, maar [gedaagde] heeft betwist dat hij dit bericht heeft gestuurd en dit bericht is ook niet overgelegd. De kantonrechter gaat daar daarom aan voorbij. [eiseres] stelt ook nog dat er al een derde is langsgekomen om het werk af te maken, maar niet gebleken is dat die derde partij het systeem ook heeft gekalibreerd.
3.7
De conclusie is dat het werk niet af is, omdat het systeem nog gekalibreerd moet worden en eventueel de aansluiting nog definitief gemaakt moet worden. [eiseres] stelt dat het werk is opgeleverd, maar daarvan kan gelet op het voorgaande geen sprake zijn. [eiseres] heeft immers zelf erkend dat het werk nog niet af is en heeft dus ook niet te kennen gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd als bedoeld in artikel 7:758 lid 1 BW Pro. Als hij dat al zou hebben gedaan, dan heeft [gedaagde] het werk duidelijk geweigerd. [eiseres] stelt nog dat het werk als opgeleverd moet worden beschouwd, omdat [gedaagde] het werk in gebruik heeft genomen, maar dat heeft zij niet onderbouwd. [gedaagde] stelt juist dat het systeem geen goede meetwaarden aangeeft, zodat hij het niet kan gebruiken.
3.8
Omdat het werk nog niet af is en het chloorsysteem nog niet was opgeleverd, kan niet worden geoordeeld dat de aanneemsom opeisbaar is geworden.
3.9
Bij conclusie van repliek heeft [gedaagde] als productie 12 een deskundigenrapport overgelegd, waaruit volgens hem volgt dat het werk nog niet af is. Omdat [gedaagde] op de inhoud daarvan in de conclusie van dupliek niet ingaat, laat de kantonrechter dit rapport buiten beschouwing. Voor de uitkomst van deze zaak maakt dat geen verschil.
De vorderingen worden afgewezen
3.1
De opeisbaarheid van een verbintenis is een voorwaarde voor de toewijzing van een vordering tot nakoming van die verbintenis. Hiervoor is geoordeeld dat de verbintenis tot betaling van de aanneemsom niet opeisbaar is, zodat de vordering tot betaling daarvan wordt afgewezen.
3.11
De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden als nevenvorderingen ook afgewezen.
3.12
Het beroep van [gedaagde] op schending door [eiseres] van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering hoeft niet besproken te worden, omdat de vorderingen al worden afgewezen en [eiseres] in de proceskosten wordt veroordeeld.
Hoe nu verder?
3.13
De aannemingsovereenkomst tussen partijen bestaat nog. Deze is niet ontbonden. Beide partijen willen dat de andere partij de daaruit voortvloeiende prestaties verricht. Eerst moet [eiseres] het chloorsysteem kalibreren, zodat het de juiste meetwaarden geeft, en zo nodig de kabel definitief aansluiten, waarna het werk kan worden opgeleverd. [gedaagde] moet [eiseres] daartoe de gelegenheid geven. Daarna wordt de verbintenis tot betaling van de aanneemsom opeisbaar en moet [gedaagde] deze betalen.
3.14
De kantonrechter merkt nog op dat [eiseres] in haar e-mail van 28 januari 2025 schrijft dat [gedaagde] eerst de factuur moet betalen, en dat zij daarna het systeem komt kalibreren. Dat is niet de juiste volgorde. Eerst moet [eiseres] het werk afmaken en opleveren, en daarna wordt de aanneemsom opeisbaar. [eiseres] komt ook geen beroep op een opschortingsrecht toe, omdat de wet daarvoor een opeisbare vordering als voorwaarde stelt. Het komt voor eigen rekening van [eiseres] dat zij geen afspraken heeft gemaakt over de termijn waarop de aanneemsom moet worden betaald.
Ten overvloede: de hoogte van de aanneemsom
3.15
Partijen verschillen van mening over de hoogte van de afgesproken aanneemsom. Omdat de vordering tot betaling van de aanneemsom wordt afgewezen, hoeft de kantonrechter dit niet te beoordelen. Om verdere discussie in de toekomst te voorkomen, zal de kantonrechter hier (ten overvloede) toch een overweging aan wijden.
3.16
[eiseres] vordert betaling van de factuur van 13 mei 2024 van € 3.089,98. Ter onderbouwing daarvan heeft zij in de dagvaarding verwezen naar de offerte van 23 augustus 2023. Partijen zijn het er bij nader inzien over eens dat [gedaagde] deze offerte niet heeft geaccordeerd. Op 22 december 2023 heeft [eiseres] een nieuw prijsvoorstel gedaan van € 2.750,00. Daar is [gedaagde] wel mee akkoord gegaan. Later bleek echter dat dit systeem niet geschikt was voor de zwemspa van [gedaagde] . Bij e-mail van 14 maart 2024 heeft [eiseres] daarom een ander systeem aangeboden voor een prijs van
€ 2.295,00. Daar is [gedaagde] mee akkoord gegaan. Dit is ook de prijs die [eiseres] in de factuur van 13 mei 2024 heeft opgenomen (€ 1.896,69 exclusief btw =
€ 2.295,00 inclusief btw). Er moet daarom vanuit worden gegaan dat voor het chloorsysteem zelf een prijs van € 2.295,00 is afgesproken.
3.17
Volgens [eiseres] moet hier nog € 750,00 aan installatiemateriaal en arbeidsuren bij worden opgeteld. [gedaagde] betwist dat dit bedrag is afgesproken en [eiseres] heeft dit onvoldoende onderbouwd. Zij verwijst naar de afspraak van 22 december 2023, maar die afspraak zag op het eerdere chloorsysteem dat niet geschikt bleek. Dat dit ook gold voor het nieuwe systeem blijkt nergens uit. Dit strookt ook niet met het feit dat [eiseres] in de factuur van 13 mei 2024 afzonderlijke posten heeft opgenomen voor materiaal en arbeidsuren.
3.18
[gedaagde] heeft echter niet betwist dat hij, naast de prijs van het chloorsysteem zelf, wel moet betalen voor de installatie van het systeem (materiaal en arbeidsuren). Dit komt de kantonrechter ook alleszins redelijk voor. De materiaalkosten uit de factuur van 13 mei 2024 van totaal € 524,99 [2] inclusief btw heeft [gedaagde] niet betwist.
3.19
Aan arbeidsuren heeft [eiseres] € 300,02 inclusief btw in rekening gebracht (4,5 arbeidsuren à € 60,00 inclusief btw per uur). [gedaagde] betwist dat [eiseres] 4,5 uren aan de installatie heeft gewerkt. Hij heeft screenshots van camerabeelden overgelegd, waaruit volgt dat [eiseres] op de dag van de installatie ongeveer twee uur op locatie aanwezig is geweest. [eiseres] stelt dat hij daarnaast ook voorbereidende werkzaamheden heeft uitgevoerd, maar heeft niet onderbouwd welke werkzaamheden dat dan zijn en hoeveel tijd hij waaraan heeft besteed. Aan arbeidsuren komt de kantonrechter daarom op een bedrag van € 120,00 inclusief btw. Daar moet nog 0,5 uur bij worden opgeteld voor het kalibreren van het systeem en eventueel het correct aansluiten van de kabel, dat [gedaagde] nog moet uitvoeren. Dat betekent dat de arbeidsuren uitkomen op € 150,00 inclusief btw.
3.2
De conclusie is dat [eiseres] aanspraak kan maken op een aanneemsom van € 2.969,99 inclusief btw (€ 2.295,00 + € 524,99 + € 150,00) zodra het werk is opgeleverd.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.21
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
632,50
3.22
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen af;
4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.4
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
45353

Voetnoten

1.Rb. Overijssel 22 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:339.
2.Kunststof lekbak, Oqema hypochloriet, Oqema zwavelzuur, leencan en installatiemateriaal.