ECLI:NL:RBMNE:2026:3570

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12039909 \ UC EXPL 26-31
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 1 BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 7:17 lid 5 BWArt. 6:265 BWArt. 6:82 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst auto wegens non-conformiteit en terugbetaling koopsom

Eiser kocht op 29 mei 2025 een Opel Combo bij gedaagde, maar constateerde kort na aankoop diverse gebreken die niet definitief werden opgelost ondanks zeven herstelpogingen. Eiser ontbond daarom de koopovereenkomst en vorderde terugbetaling van de koopsom.

De kantonrechter oordeelde dat eiser als zakelijke koper handelde, omdat de auto was aangeschaft voor gebruik in zijn onderneming. De auto voldeed niet aan de overeenkomst omdat het motorwaarschuwingssysteem niet functioneerde, de motor in noodloop draaide en er meerdere technische gebreken waren vastgesteld door een deskundige. Deze gebreken waren naar het oordeel van de rechter al bij aankoop aanwezig.

Hoewel eiser geen schriftelijke ingebrekestelling had gestuurd, was gedaagde door het herhaaldelijk niet oplossen van de gebreken zonder ingebrekestelling in verzuim geraakt. De ontbinding van de koopovereenkomst per 30 juli 2025 werd daarom gegrond verklaard. Gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom van €5.850,00, betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, met wettelijke rente.

De kantonrechter wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, incassokosten en proceskosten met rente.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12039909 \ UC EXPL 26-31 RvdH/1037
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. F.F. Oldegbers van Legal Advice Wanted B.V.,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende in [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7,
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 7 januari 2026 met bijlagen, aan te merken als de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte met productie 8 van [eiser] .
1.2
Op 29 april 2026 vond de mondelinge behandeling plaats, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Beide partijen en de gemachtigde van [eiser] zijn verschenen.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft op 29 mei 2025 een auto bij [gedaagde] gekocht. Het betrof een Opel Combo. Kort na de aankoop constateerde [eiser] gebreken aan de auto. Hij heeft de auto zeven keer bij [gedaagde] teruggebracht voor een oplossing. De gebreken zijn niet definitief opgelost door [gedaagde] . [eiser] heeft de koopovereenkomst daarom ontbonden. Deze procedure gaat over de vraag of [eiser] de overeenkomst mocht ontbinden en of [gedaagde] de koopsom aan [eiser] moet terugbetalen.

3.De beoordeling

3.1
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] de koopovereenkomst mocht ontbinden en dat [gedaagde] de koopsom moet terugbetalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Er is geen sprake van consumentenkoop
3.2
[eiser] stelt dat hij de auto als consument heeft gekocht, maar de kantonrechter volgt [eiser] daar niet in. [eiser] heeft de auto gekocht met het oog op de uitoefening van zijn (startende) onderneming. Hij zou met deze auto op locatie tegen betaling andere auto’s gaan poetsen. [eiser] zou de laadruimte van de auto daarvoor geschikt maken, maar is daar naar eigen zeggen niet aan toe gekomen door de gebreken die hij had geconstateerd. [eiser] heeft in dit kader nog aangevoerd dat hij de auto van zijn privérekening heeft betaald, maar dat doet aan het voorgaande niet af omdat hij een eenmanszaak heeft en er daardoor geen gescheiden vermogen is. Van welke rekening de auto is betaald is daarom in dit geval niet van doorslaggevend belang. [eiser] wordt daarom aangemerkt als een zakelijke koper.
Het beoordelingskader: non-conformiteit
3.3
Een koper heeft de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden als de afgeleverde zaak (in dit geval de auto) niet aan de overeenkomst beantwoordt. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als die niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, rekening houdend met de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. [1]
De auto beantwoordde niet aan de overeenkomst
3.4
[eiser] stelt dat de auto gebreken vertoont. Het motorwaarschuwingssysteem (het ‘check engine light’) werkt niet correct en de motor is behept met gebreken die ertoe leiden dat de auto in een noodloop-status draait. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] , althans een derde namens hem, bij de zevende herstelpoging het ‘engine check light’ uitgeschakeld. De start-stopknop was ook uitgeschakeld. [eiser] heeft de auto laten uitlezen bij een gespecialiseerd chiptuningbedrijf en die bevestigde dat er storingen aanwezig zouden zijn. Door die storingen rijdt de auto in een noodloop-modus. [eiser] heeft zijn stelling onderbouwd met een rapport van een deskundige van expertisebureau [onderneming] , die het voornoemde (door [eiser] en kennelijk het chiptuningbedrijf geconstateerde) onderschrijft.
3.5
[onderneming] komt tot de volgende conclusie. In de uitgelezen data van de in de auto aanwezige computers worden geen datum, tijdstip en/of kilometerstanden opgeslagen. [onderneming] kan daarom niet vaststellen op welk moment de huidige aanwezige storingen zijn opgetreden. Het stortingsgeheugen is gewist, nu in het verleden al meerdere malen werkzaamheden en diagnoses zijn uitgevoerd.
3.6
[onderneming] stelt de volgende technische problemen vast:
  • Het motorstoringslampje functioneert niet. Het is volgens [onderneming] zeer waarschijnlijk dat dit lampje hardware matig is gemanipuleerd.
  • De 12Volt voertuigaccu is defect en er zijn meerdere storingen en foutcodes opgeslagen die zijn gerelateerd aan een te lage spanning van deze accu.
  • Er zijn storingen in het motormanagementsysteem, waarvan de oorzaak nader moet worden onderzocht.
  • De motor is in een noodloopsituatie terecht gekomen, waardoor het motorvermogen aanzienlijk is verminderd en het rijden met het voertuig niet veilig is.
  • Er s een olielekkage aan de voorzijde van de motor.
3.7
[eiser] heeft kort na aankoop diverse klachten en storingen bij [gedaagde] gemeld. Gezien de korte periode na aankoop van de auto en de nu aanwezige storingen en gebreken, moeten die volgens [onderneming] al voor aankoop aanwezig zijn geweest.
3.8
[gedaagde] heeft hier tegenin gebracht dat de accu leeg was op het moment van de koop en dat het motormanagementlampje op dat moment brandde. [gedaagde] heeft geen (begin van een) onderbouwing verstrekt of aangeboden, zodat de kantonrechter voorbijgaat aan wat [gedaagde] naar voren heeft gebracht.
3.9
De kantonrechter is van oordeel dat het rapport van [onderneming] begrijpelijk, goed te volgen en voldoende aannemelijk is. De kantonrechter neemt de conclusies uit het rapport over. Dat het rapport pas in oktober 2025 is opgemaakt is begrijpelijk, gezien het aantal pogingen dat [eiser] voor die tijd heeft ondernomen om tot een oplossing met [gedaagde] te komen. Ook is relevant dat voor bewijs in het burgerlijk procesrecht niet steeds is vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan, maar dat ermee kan volstaan dat deze voldoende aannemelijk worden. [2] De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de door [eiser] gestelde gebreken aanwezig waren op het moment van de koop en dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde. [eiser] hoefde er namelijk (ook als zakelijke koper) niet van uit te gaan dat de auto relatief snel na aankoop niet veilig meer was om mee te rijden. [gedaagde] is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
[eiser] mocht de overeenkomst ontbinden
3.1
Op grond van de wet [3] geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Dat er sprake is van de laatstgenoemde situatie is door [gedaagde] niet gesteld. De bevoegdheid tot ontbinding ontstaat in dit geval wanneer [gedaagde] in verzuim is.
3.11
Het verzuim treedt in nadat de schuldenaar schriftelijk in gebreke is gesteld en aan hem een redelijke termijn is gegeven om zijn verplichtingen alsnog na te komen. Het verzuim kan ook intreden zonder een dergelijke schriftelijke ingebrekestelling. [4] [eiser] beschikt niet over een schriftelijke ingebrekestelling aan [gedaagde] . Dat sprake is van één van de situaties als bedoeld in artikel 6:83 BW Pro heeft [eiser] niet gesteld.
3.12
De kantonrechter volgt [eiser] in zijn stelling dat het in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om een beroep te doen op het ontbreken van de schriftelijke ingebrekestelling. [eiser] heeft de auto zeven keer bij [gedaagde] teruggebracht voor herstel van de gebreken. [gedaagde] is er desondanks niet in geslaagd de gebreken definitief op te lossen. Van [eiser] kon na al deze pogingen niet meer worden gevergd dat hij [gedaagde] nog een laatste keer in de gelegenheid zou stellen om de gebreken te herstellen. [5] [gedaagde] is daarom zonder ingebrekestelling in verzuim geraakt.
3.13
[eiser] mocht de koopovereenkomst op 30 juli 2025 buitengerechtelijk ontbinden. De conclusies van het later door [onderneming] opgestelde rapport maken de gebreken die [eiser] in zijn brief van 30 juli 2025 aan de ontbinding ten grondslag heeft gelegd voldoende aannemelijk. De kantonrechter zal daarom voor recht verklaren dat de koopovereenkomst met ingang van die datum buitengerechtelijk is ontbonden.
[gedaagde] moet de koopsom aan [eiser] terugbetalen
3.14
De ontbinding leidt ertoe dat partijen van hun verbintenissen zijn bevrijd. [6] [gedaagde] moet daarom de koopsom aan [eiser] terugbetalen. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] die strekt tot veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 5.850,00 daarom toewijzen. Omdat [gedaagde] niet binnen de door [eiser] gestelde betaaltermijn (tot 14 augustus 2025) heeft betaald, is hij in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd met ingang van 14 augustus 2025 tot de voldoening.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.15
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat [eiser] niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. [eiser] heeft [gedaagde] ook niet aangemaand voor de btw. Daarom zal een bedrag van € 672,50 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen als hierna vermeld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.16
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,02
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.278,02
3.17
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen d.d. 28 mei 2025 buitengerechtelijk is ontbonden op 30 juli 2025,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.850,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 672,50 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.278,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 tot en met 4.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 lid Pro 1, 2 en 5 BW.
2.Hoge Raad 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:182, r.o. 3.4.3.
3.Artikel 6:265 BW Pro.
4.Artikel 6:82 en Pro 6:83 BW.
5.Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581, r.o. 3.2.1 en 3.2.2.
6.Artikel 6:271 BW Pro.