Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
1.De procedure
3.De achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
Komen overeen dat:
Haviltex-criterium. [1] Dat houdt in dat bij de beantwoording van de vraag wat de betekenis is van de door partijen gemaakte afspraken het niet alleen aankomt op een taalkundige uitleg, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken mochten toekennen en op hetgeen zij daaromtrent redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zulks in het licht van alle omstandigheden van het geval.
vervolgens’ in het tweede gedachtestreepje dat er een nieuwe situatie van kracht is, namelijk de stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst voor de opvolgende huurperiodes ná 1 december 2018 waarin niet is voorzien in de mogelijkheid om tussentijds de huurovereenkomst op te zeggen en aldus voor die huurperiodes de reguliere opzegmogelijkheid van vier maanden tegen het einde van de betreffende huurperiode geldt. Als de tussentijdse opzegmogelijkheid voor álle huurperiodes zou gelden dan had die tussentijdse opzegmogelijkheid in de allonge op een andere plek gestaan of had de keuze voor een contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van vier maanden meer voor de hand gelegen, aldus [eiser sub 1] . [eiser sub 1] onderbouwt zijn stelling met de verklaring van mevrouw [B] , de voormalige beheerder van het gehuurde en ook de dochter van de oude verhuurder (hierna: [B] ).
de huurtermijn wordt ingaande 1 december 2013 gesloten voor 5 jaar met dien verstande dat de overeenkomst tussentijds beëindigd kan worden als gevolg van besluitvorming binnen het College en/of de Raad.’. Deze tekst is later ook bijna letterlijk in de definitieve allonge opgenomen. In de allonge staat bovendien niet dat de tussentijdse opzegmogelijkheid na de eerste huurperiode zou komen te vervallen.
Herhuisvestiging consultatiebureau’s in Hilversum’ van 13 december 2021 (zie productie 4 van Gemeente Hilversum). Het zou in het licht van het voorgaande dan ook onlogisch zijn als de tussentijdse opzegmogelijkheid slechts beperkt zou zijn tot één huurperiode. De bedoeling was dan ook dat de tussentijds opzegmogelijkheid mogelijk was als het nadere besluit van het College B&W en/of de Gemeenteraad zou worden genomen en was dus niet beperkt tot de eerste huurperiode. De keuze voor vaste blokken van een verhuurtermijn van vijf jaar en niet gelijk voor onbepaalde tijd kwam bovendien van de toenmalige verhuurder. Gemeente Hilversum heeft daarmee ingestemd om de toenmalige verhuurder tegemoet te komen.
Plan van Aanpak Overdracht Consultatiebureaus naar Gemeenten’ en productie 5 ‘
Het raadsvoorstel van 9 maart 2021’(hierna: het raadsvoorstel). In de allonge is expliciet bepaald dat de huurovereenkomst tussentijds – met inachtneming van een opzegtermijn van 4 maanden – opgezegd kan worden in het geval het College B & W en/of de Gemeenteraad besluit dat het aantal JGZ-locaties (consultatiebureaus) daadwerkelijk teruggaat van drie naar twee locaties. Op enig moment in 2025 heeft Gemeente Hilversum te horen gekregen dat de nieuwe locatie voor de samengevoegde JGZ-locaties zou worden opgeleverd. Ook is door Gemeente Hilversum op enig moment besloten dat het consultatiebureau in het gehuurde per 1 mei 2025 zou overgaan naar de nieuwe locatie. Echter, is Gemeente Hilversum – en dat erkend Gemeente Hilversum ook – vergeten tijdig de huurovereenkomst op te zeggen met het gevolg dat Gemeente Hilversum daardoor vanaf 1 mei 2025 niet meer heeft gehouden aan haar exploitatieverplichting uit de huurovereenkomst en nu geconfronteerd wordt met de daaraan verbonden contractuele boete van € 250,00 per dag. Gemeente Hilversum kan niet achteraf haar eigen fout – het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst – recht breien door wat zij heeft aangevoerd om haar beroep op de redelijkheid en billijkheid te rechtvaardigen om de contractuele boete niet te hoeven betalen. Van Gemeente Hilversum mag worden verwacht dat zij bij de uitvoering van haar besluiten de nodige zorgvuldigheid in acht neemt en rekening houdt met de belangen van de betrokken partijen – in dit geval de belangen van [eiser sub 1] . Als Gemeente Hilversum daarin vervolgens steken laat vallen, zoals dat nu is gebeurd door niet tijdig de huurovereenkomst op te zeggen, komt haar dan ook geen beroep op de redelijkheid en billijkheid toe. De redelijkheid en billijkheid is namelijk niet bedoeld om eigen gemaakte fouten (achteraf) te repareren en/of te corrigeren. Dat Gemeente Hilversum goede redenen had om pas op te zeggen – omdat zij zeker wilde weten dat alles goed functioneerde op de nieuwe locatie – dat is haar goed recht, maar leidt niet tot een ander oordeel. Gemeente Hilversum heeft daarvoor zelf gekozen en is niet met de verhuurder of de beheerder in overleg getreden over de mogelijke gevolgen van die keuze. Gemeente Hilversum kan de eventuele (financiële) gevolgen als gevolg van haar eigen keuze daarom niet afwentelen op [eiser sub 1] .
5.De beslissing
10 juni 2026.