In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een onbetaalde factuur van €25,51 voor een tandartsbehandeling, vermeend gecedeerd aan een derde partij. Gedaagde betwist de ontvankelijkheid van eiseres en stelt dat de vordering niet rechtsgeldig aan haar is overgedragen. Tevens voert gedaagde aan dat zij reeds een bedrag heeft betaald en niet in verzuim verkeert.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat eiseres bevoegd is om als partij op te treden, omdat de lastgevingsovereenkomst tussen de rechthebbende en eiseres niet is overgelegd. Zonder deze informatie kan niet worden vastgesteld of eiseres gerechtigd is om namens de rechthebbende te procederen.
Daarom wordt eiseres in de gelegenheid gesteld om de lastgevingsovereenkomst in het geding te brengen en zich uit te laten over haar ontvankelijkheid. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze informatie is verstrekt. Dit tussenvonnis is gewezen door kantonrechter G.J. Baken en op 10 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.