Eiseres heeft op 28 juli 2022 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een beslissing genomen, wat onbetwist is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 29 maart 2023 verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, conform eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat de beslissing langer uitblijft dan deze termijn, moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af omdat de gemachtigde van eiseres in dienst is bij eiseres zelf en er geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand. Verweerder moet wel het griffierecht van € 385,- aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.