Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende bezwaar in tegen een besluit van 27 augustus 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met betrekking tot de WIA. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat ook door verweerder is erkend. Eiser stelde een ingebrekestelling en vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiser.
De rechtbank ziet de vertraging deels veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en sluit aan bij eerdere jurisprudentie om een termijn van twee maanden te hanteren. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 8 juni 2026.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twee maanden alsnog beslissen, met dwangsom en proceskostenvergoeding aan eiser.