Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3499

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/3019
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:3 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke uitspraak over te late beslissing op bezwaarschrift Wajong

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 7 oktober 2025. Volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten moet binnen zeventien weken na het verstrijken van de bezwaartermijn een beslissing worden genomen.

De rechtbank stelt vast dat het UWV te laat is met beslissen en dat eiser een ingebrekestelling heeft gestuurd op 20 maart 2026, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. Eiser heeft vervolgens op 28 april 2026 beroep ingesteld. De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.

Vanwege een tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank een termijn van twee maanden redelijk. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van € 15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard en het griffierecht van € 54 wordt aan eiser vergoed. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestuursorgaan wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/3019

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder
.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 7 oktober 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Op grond van artikel 6:3, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten moet verweerder binnen zeventien weken beslissen op het bezwaarschrift, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken.
4. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing op het bezwaarschrift van 7 oktober 2025. Dat geeft verweerder ook aan in zijn verweerschrift van
8 mei 2026. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 20 maart 2026 heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiser heeft op 28 april 2026 beroep ingesteld.
5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het wettelijke uitgangspunt is op grond van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid van de Awb een termijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen. Het is vaste rechtspraak dat die andere termijn niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort moet zijn.
6. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat hij door een tekort aan verzekeringsartsen tot op heden nog niet in staat is geweest om het bezwaarschrift binnen de gestelde termijn af te handelen. De rechtbank ziet hier aanleiding om, gezien de omstandigheden die door verweerder zijn genoemd, de beslistermijn vast te stellen op twee maanden. De rechtbank sluit hiervoor aan bij haar uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2025 [1] . De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval af te wijken van deze termijn. Dit betekent dat verweerder binnen twee maanden na het verzenden van deze uitspraak een beslissing moet nemen op het bezwaar van eiser.
7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
8. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiser betalen. Van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 54,- dat eiser heeft betaald moet betalen;
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.