Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 7 oktober 2025. Volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten moet binnen zeventien weken na het verstrijken van de bezwaartermijn een beslissing worden genomen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV te laat is met beslissen en dat eiser een ingebrekestelling heeft gestuurd op 20 maart 2026, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. Eiser heeft vervolgens op 28 april 2026 beroep ingesteld. De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Vanwege een tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank een termijn van twee maanden redelijk. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van € 15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard en het griffierecht van € 54 wordt aan eiser vergoed. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestuursorgaan wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.