Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3431

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
16.016013-25 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 SrArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak minderjarige verdachte medeplegen gewapende overval juwelier wegens ontbreken dubbel opzet

Op 14 januari 2025 vond een gewapende overval plaats op een juwelier in Almere waarbij twee jongens de winkel binnengingen, een wapen toonden en sieraden meenamen. De verdachte, minderjarig, werd aangehouden terwijl hij met een boodschappentas op een fatbike stond te wachten bij een tunneltje in Almere Buiten.

De officier van justitie beschuldigde de verdachte primair van medeplegen van diefstal met geweld en subsidiair van medeplichtigheid. De verdediging stelde dat de verdachte geen opzet had op het gronddelict en niet wist waarin hij betrokken was.

De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op het gronddelict diefstal met geweld, ook niet in voorwaardelijke zin. Hoewel de verdachte begreep dat zijn handelen niet juist was en feitelijk bijdroeg aan het veiligstellen van de buit, was er geen bewijs dat hij wist van de gewapende overval of dat de tas de buit bevatte.

Daarom werd de verdachte vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van dubbel opzet; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.016013-25 (P)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [2009] in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna: [verdachte] .

1.Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 19 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 9 juni 2026.
Op de zitting van 19 mei 2026 waren aanwezig:
  • [verdachte] ;
  • de officier van justitie: mr. S.K. Lanning;
  • de advocaat van [verdachte] : mr. M.H. Aalmoes (hierna: de advocaat);
  • de moeder van [verdachte] : [A] ;
  • de jeugdreclasseerder van Samen Veilig Midden-Nederland;
  • de raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • de benadeelde partij [slachtoffer 1] , bijgestaan door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan, samengevat, dat:
primair
hij op 14 januari 2025 in Almere samen met (een) ander(en) of alleen een gewapende overval heeft gepleegd op [juwelier] , waarbij (dummy)sieraden zijn gestolen en gebruik is gemaakt van (bedreiging met) geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door met een bedekt gezicht naar voornoemde personen te lopen, te zeggen ‘handen omhoog’ en ‘overval’, een voorwerp (dat op een vuurwapen leek) te tonen en op voornoemde personen te richten en [slachtoffer 1] bij haar pols te pakken;
subsidiair
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en/of (een) onbekend gebleven mededader(s) op 14 januari 2025 in Almere de onder primair omschreven gewapende overval hebben gepleegd, en [verdachte] daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid of middelen heeft verschaft, door bijeen te komen met voornoemde personen (terwijl de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] instructies kregen), volgens instructies in de nabijheid van de plaats delict te wachten om de buit aan te nemen en daarmee weg te fietsen en/of (een) handschoen(en) aan [medeverdachte 2] te geven.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat [verdachte] het primair tenlastegelegde feit heeft gepleegd.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft bepleit [verdachte] vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De advocaat heeft daartoe gesteld dat [verdachte] op geen enkel moment wist waarin hij was beland. Bij [verdachte] is geen sprake geweest van opzet op medeplegen of medeplichtigheid en evenmin van opzet op het gronddelict diefstal met geweld.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Op grond van de tot het dossier behorende stukken en hetgeen bij de behandeling op de zitting van 19 mei 2026 naar voren is gebracht, kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld.
Op 14 januari 2025 omstreeks 14.30 uur heeft een gewapende overval plaatsgevonden op [juwelier] aan het [straat] in Almere. In de winkel waren op dat moment twee medewerksters aanwezig. Twee jongens kwamen de winkel binnen en riepen ‘
overval’ en ‘
handen omhoog’. Een van de jongens bedreigde de beide medewerksters met een wapen (dat later een balletjespistool bleek te zijn dat sprekend lijkt op een echt vuurwapen), terwijl de andere jongen met een hamer vitrines kapotsloeg, sieraden wegnam en in een boodschappentas stopte. De jongens zijn daarna weggerend richting Almere Buiten. Daar hebben zij de tas overgedragen aan twee andere jongens die met een fatbike bij een tunneltje stonden te wachten. Die jongens zijn met de tas weggefietst. De politie was snel ter plaatse en heeft, na een achtervolging, de jongens op de fatbike klemgereden en aangehouden. In de tas bleek het grootste deel van de buit van de overval te zitten.
[verdachte] was een van de jongens die bij het tunneltje in Almere Buiten hebben staan wachten. Hij zat achterop de fatbike, met de boodschappentas in zijn handen, op het moment dat de fatbike werd klemgereden door een politieauto.
[verdachte] heeft bij de politie en op zitting verklaard dat hij op 14 januari 2025 op school was toen een schoolvriend, medeverdachte [medeverdachte 4] , hem vroeg om mee te gaan om iets op te halen en weg te brengen. [verdachte] heeft niet gevraagd waar het om ging. Hij had zijn fatbike bij zich en samen zijn zij op de fatbike van [verdachte] naar Almere Buiten gefietst. In Almere Buiten hebben [medeverdachte 4] en [verdachte] een tijd staan wachten bij een tunneltje. [medeverdachte 4] vertelde [verdachte] dat een paar jongens met een boodschappentas zouden komen aanrennen. [verdachte] hoorde sirenes en dacht: ‘
Dit is niet goed’. Op dat moment kwamen twee jongens aanrennen met een rode boodschappentas; [verdachte] kreeg deze tas in handen geduwd en de jongens riepen: ‘
Snel, snel’. [verdachte] is bij [medeverdachte 4] achterop de fatbike gesprongen en de jongens zijn weggefietst. [verdachte] heeft niet in de tas gekeken. Kort daarop werd de fatbike klemgereden door een politieauto en werden [medeverdachte 4] en [verdachte] aangehouden.
Aan [verdachte] is, kort gezegd, primair tenlastegelegd diefstal met geweld door twee of meer verenigde personen (het medeplegen van de gewapende overval) en subsidiair medeplichtigheid van deze diefstal met geweld.
Voor een bewezenverklaring van diefstal met geweld door twee of meer verenigde personen geldt dat het opzet van de verdachte zowel op een nauwe en bewuste samenwerking met zijn mededader(s) als op verwezenlijking van het ten laste gelegde gronddelict, de diefstal met geweld, gericht moet zijn geweest (ECLI:NL:HR:2026:43). Ook voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid van diefstal met geweld geldt dat dubbel opzet is vereist: niet alleen moet worden bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op het verschaffen van gelegenheid en middelen als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 2º van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat het opzet van de verdachte gericht is geweest op het door de dader(s) gepleegde gronddelict, te weten het misdrijf diefstal met geweld (ECLI:NL:HR:2021:1560).
De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] opzet heeft gehad op het gronddelict diefstal met geweld, ook niet in voorwaardelijke zin. [verdachte] heeft weliswaar op enig moment begrepen dat er iets niet klopte en dat zijn handelen niet juist was, en hij heeft met zijn handelen feitelijk bijgedragen aan (een poging tot) het veiligstellen van de buit, maar het dossier biedt geen enkel aanknopingspunt dat [verdachte] wetenschap heeft gehad van de gewapende overval. Ook blijkt niet dat [verdachte] wist dat de door hem aangenomen tas de buit van de overval bevatte. [verdachte] vermoedde dus wel dat hij betrokken was bij iets wat niet in de haak was, maar de rechtbank kan niet vaststellen op welk strafbaar feit het (voorwaardelijke) opzet van [verdachte] was gericht: het zou ook om iets anders kunnen gaan.
Het voorgaande betekent dat zowel ten aanzien van het primair als ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde niet wordt voldaan aan het vereiste van dubbel opzet. Beide ten laste gelegde feiten kunnen niet bewezen worden verklaard en de rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken.

4.Vordering benadeelde partij

4.1
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert [verdachte] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 12.021,35, bestaande uit € 2.021,35 ter vergoeding van materiële schade en € 10.000,00 ter vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De benadeelde partij heeft gesteld dat de gewapende overval is gepleegd door meerdere personen en verzoekt daarom [verdachte] en de medeverdachte(n) hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het toe te wijzen bedrag. Ook is verzocht het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
4.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen. De officier van justitie heeft gevorderd dit bedrag hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
4.3
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, althans de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de advocaat verzocht het gevorderde bedrag aan schadevergoeding te matigen en geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
4.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal [verdachte] geheel vrijspreken. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering, zal de rechtbank de kosten compenseren, in die zin dat de benadeelde partij en [verdachte] ieder hun eigen kosten dragen.

5.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1](primair en subsidiair)
  • verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;
  • compenseert de proceskosten van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en [verdachte] , in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, tevens kinderrechter, mr.
R.B. Eigeman en mr. drs. S.M. van Meer, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr.
F.R. Horst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: Tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken;
subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken,bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:- bijeen te komen met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] (terwijl de [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] instructies kregen),- volgens instructies in de nabijheid van de plaats delict af te spreken en/of te wachten om de buit aan te nemen en vervolgens weg te fietsen, en/of- (een) handschoen(en) aan die [medeverdachte 2] te verschaffen.