Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. S.K. Lanning;
- de advocaat van [verdachte] : mr. E.M.C. van Nielen (hierna: de advocaat);
- de moeder van [verdachte] : [A] ;
- een jeugdreclasseerder van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE);
- een medewerker van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] ;
- de advocaat van de benadeelde partij [slachtoffer 2] : mr. N. Amine.
2.Tenlastelegging
“… het vernielen en/of beschadigen van een gebouw toebehorende aan die [slachtoffer 2] …”in plaats van
“… hetopzettelijk en wederrechtelijkvernielen en/of beschadigen van een gebouw toebehorende aan die [slachtoffer 2] ,althans aan een ander…”.
3.Bewijs
overval’ en ‘
handen omhoog’. Een van de jongens bedreigde de beide medewerksters met een wapen (dat later een balletjespistool bleek te zijn dat sprekend lijkt op een echt vuurwapen), terwijl de andere jongen met een hamer vitrines kapotsloeg, sieraden wegnam en in een boodschappentas stopte. De jongens zijn daarna weggerend richting Almere Buiten. Daar hebben zij de tas overgedragen aan twee andere jongens die met een fatbike bij een tunneltje stonden te wachten. Die jongens zijn met de tas weggefietst. De politie was snel ter plaatse en heeft, na een achtervolging, de jongens op de fatbike klemgereden en aangehouden. In de tas bleek het grootste deel van de buit van de overval te zitten.
Vrijspraak feit 2 primair
Bewijsmiddelen feit 2 subsidiair
Bewijsoverwegingen feit 2 subsidiair
volgende dag meet je me, heb je je doekoe’. Dat dit bericht niet op initiatief van [verdachte] , maar op initiatief van [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 4] is doorgestuurd is niet aannemelijk. [verdachte] geeft immers niet alleen het bericht door aan [medeverdachte 4] , maar blijft hem ook daarna aansturen. Hij heeft een groepsapp aangemaakt om [naam] en [medeverdachte 4] (die elkaar niet kenden) met elkaar in contact te brengen en heeft in de nacht van 15 op 16 oktober 2025 een bericht naar [medeverdachte 4] gestuurd met de exacte locatie van de woning waarop geschoten moest worden. Daarbij komt dat [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij door iemand anders is benaderd voor deze opdracht en dat hij deze persoon al kende. Uit het dossier volgt dat het [verdachte] is geweest die het bericht van ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 4] heeft doorgestuurd en dat [verdachte] dus degene is geweest die [medeverdachte 4] heeft benaderd. De rechtbank vindt daarom bewezen dat [verdachte] heeft geprobeerd [medeverdachte 4] te bewegen op het huis in [woonplaats] te schieten. Hij heeft [medeverdachte 4] voorzien van gelegenheid en inlichtingen om dit misdrijf te plegen, met de belofte dat hij, [medeverdachte 4] , daarvoor een geldbedrag zou ontvangen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een uittreksel Justitiële Documentatie (‘
- een (niet gedateerde) rapportage van SAVE Jeugdreclassering (hierna: SAVE);
- een adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 7 mei 2026.
6.Beslag
7.Vorderingen benadeelde partijen
8.Toegepaste wetsartikelen
9.Beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] feit 2 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging van feit 2 subsidiair staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
jeugddetentie van 118 (honderdachttien) dagen;
100 (honderd) dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jaarvast;
begeleiding:
dagbesteding:
vrijetijdsbesteding:
contactverbod:
leerstraf, te weten de gedragsinterventie Tools4U (verlengd, met ouders) van 35 (vijfendertig) uur;
17 (zeventien) dagen jeugddetentie;
teruggave aan [verdachte]van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen:
- verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en [verdachte] , in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] tot vergoeding van materiële schade af;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot vergoeding van immateriële schade;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en [verdachte] , in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.