Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
28 juni 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022. Eiseres bepleit in beroep een lagere waarde van € 656.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde € 767.000,-.
- [adres 2] , verkocht op 20 november 2020 voor € 618.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 11 augustus 2021 voor € 580.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 9 juni 2021 voor € 622.500,-;
- [adres 5] , verkocht op 31 maart 2022 voor € 797.000,-;
- [adres 6] , verkocht op 3 november 2021 voor € 685.000,-.
(€ 2.057,-).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.