ECLI:NL:RBMNE:2026:313

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
C/16/605497 / FZ RK 26-36
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging aangehouden wegens niet-fysiek medisch onderzoek

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De medische verklaring waarop het verzoek is gebaseerd, voldeed niet aan de wettelijke vereisten omdat betrokkene niet in fysieke aanwezigheid was onderzocht, maar via een digitale Teamsverbinding vanwege uitzonderlijke weersomstandigheden.

Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad moet een psychiater het onderzoek in beginsel fysiek verrichten, tenzij dit onmogelijk of onverantwoord is. De rechtbank constateerde dat hoewel het onderzoek op 10 januari 2026 digitaal plaatsvond vanwege sneeuwval, er daarna geen poging is gedaan om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken, terwijl dit mogelijk was.

De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek niet aan de wettelijke eisen voldoet en gaf de onafhankelijke psychiater opdracht om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken en een nieuwe medische verklaring op te stellen. De beslissing over de zorgmachtiging werd aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de zorgmachtiging aan vanwege het ontbreken van een fysiek medisch onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/605497 / FZ RK 26-36
Datum uitspraak: 23 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in Almere,
verblijvend in een locatie van [verblijfplaats] in [plaats] ,
advocaat mr. T. de Heer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 januari 2026;
  • het bericht van de officier van justitie van 22 januari 2026;
  • het bericht van de Geneesheer-directeur van 23 januari 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • Y. Aouaj, als psychiater verbonden aan [verblijfplaats] ;
  • M. Sikking, als arts verbonden aan [verblijfplaats] .
Tijdens de zitting waren ook nog een verpleegkundige en twee coassistenten aanwezig.
1.3.
De onafhankelijk psychiater is uitgenodigd om aanwezig te zijn tijdens de zitting, maar heeft laten weten verhinderd te zijn.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank houdt het verzoek aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij nog geen beslissing neemt.
3.2.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in diens fysieke aanwezigheid is onderzocht, maar via een Teamsverbinding (digitaal). Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is toegelicht blijkt dat betrokkene niet in diens fysieke aanwezigheid is onderzocht, omdat het op dat moment vanwege uitzonderlijke weeromstandigheden (code oranje door sneeuw) niet mogelijk was om naar betrokkene te reizen. Dit lukte niet met het openbaar vervoer en ook niet met de auto. Ook was op dat moment voor de onafhankelijk psychiater niet duidelijk hoe lang deze situatie zou voortduren.
3.3.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad dient een psychiater het medische onderzoek in beginsel te verrichten in fysieke aanwezigheid van betrokkene, tenzij is gebleken dat een onderzoek in fysieke aanwezigheid onmogelijk of onverantwoord is. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van betrokkene om aan een onderzoek mee te werken. Omstandigheden van algemene aard brengen niet mee dat er afgeweken kan worden van een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene. Het is hierbij ook niet doorslaggevend of betrokkene akkoord is gegaan met het digitaal verrichten van het onderzoek in het kader van de medische verklaring. [1]
3.4.
Indien het in eerste instantie onmogelijk of onverantwoord was om betrokkene fysiek te horen in het kader van het opstellen van de medische verklaring dient er gekeken te worden of dit op een later moment wel mogelijk is. [2]
3.5.
De officier van justitie is verzocht zich hierover uit te laten, maar de officier van justitie heeft slechts gesteld dat er ten tijde van het uitgevoerde onderzoek sprake was van slechte weersomstandigheden die maakte dat het onderzoek digitaal mocht plaatsvinden. De medische verklaring voldoet aan de wettelijke vereisten, aldus de officier van justitie. Dat standpunt deelt de rechtbank niet. Het medisch onderzoek dateert van 10 januari 2026, terwijl de zitting op 23 januari plaatsvindt. Er ligt al zeker anderhalf week geen sneeuw meer. Tijdens de zitting is gebleken dat er niet is geprobeerd om betrokkene na 10 januari 2026 alsnog fysiek te onderzoeken in het kader van het opstellen/aanvullen van de medische verklaring. Ook is niet gebleken dat er andere redenen waren die maakten dat het niet mogelijk was om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken. Ongeacht of er in eerste instantie sprake was van omstandigheden die het fysiek onderzoeken van betrokkene onmogelijk of onverantwoord maakten, constateert de rechtbank dat betrokkene in ieder geval op een later moment alsnog fysiek gehoord had kunnen worden. Bovenstaande brengt mee dat de rechtbank vindt dat het onderzoek door de psychiater in het kader van het opstellen van de medische verklaring volstrekt niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De rechtbank geeft de onafhankelijke psychiater daarom de opdracht om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken en een nieuwe medische verklaring op te stellen.

4.De beslissing

De rechtbank houdt de beslissing aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salome, griffier en op schrift gesteld op 26 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:HR:23:666.
2.Hoge Raad 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:789.