Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen
de erven van [erflaatster] , te [plaats 1] , eisers
Inleiding
Feiten
Standpunten eisers
Het beoordelingskader
- [adres 8] , verkocht op 17 maart 2022 voor € 450.000,-;
- [adres 9] , verkocht op 26 april 2022 voor € 530.000,-;
- [adres 10] , verkocht op 26 september 2022 voor € 385.000,-;
- [adres 11] , verkocht op 13 december 2021 voor € 665.670,-.
- [adres 12] , verkocht op 22 december 2022 voor € 395.000,-;
- [adres 13] , verkocht op 20 oktober 2022 voor € 352.000,-;
- [adres 14] , verkocht op 30 maart 2023 voor € 355.000,-;
- [adres 15] , verkocht op 18 februari 2023 voor € 295.000,-;
- [adres 16] , verkocht op 3 oktober 2023 voor € 345.000,-.
Beoordeling door de rechtbank
Ingetrokken beroepsgrond
28 maart 2025 blijkt dat de woningen afsluitbaar zijn en beschikken over een eigen toilet en was- en kookgelegenheid. De woningen zijn zelfstandige eenheden en dienen derhalve in beginsel als afzonderlijke onroerende zaken aangemerkt te worden. Dat eventueel sprake is van een gezamenlijke cv-ketel en meter voor gas, water en elektra, doet niet ter zake. Voor het vormen van een samenstel moet sprake zijn van dezelfde eigenaar en gebruiker en moeten de objecten naar maatschappelijk oordeel bij elkaar horen. De objecten hebben verschillende gebruikers. De functie van de woningen fungeren als zelfstandige woonruimten voor verschillende gebruikers. Dat de objecten één kadastraal perceel betreffen en er geen splitsingsvergunning is, doet aan het voorgaande niet af. Dat de nutsvoorzieningen grotendeels gemeenschappelijk zouden zijn, is niet gebleken. Eisers hebben dit verder ook niet onderbouwd.
WOZ-waarde op basis van onjuiste informatie
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.