Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘de buurt kenmerkt zich door voortuinen aan de straat en bij hoekwoningen zijtuinen langs de straat. De voor- en zijtuinen rondom de bebouwing zijn kenmerkend voor het straatbeeld in de buurt met natuurlijk groen. Dit is kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt bepalen de onbebouwde tuinen langs de voor- en zijgevels het beeld langs de straat. Een erfafscheiding van hoger dan 1 meter belemmert het zicht op de hoek van het bouwblok. Er ontstaat een achterkant naar openbaar gebied. Dit is vanuit stedenbouw onwenselijk. De geplaatste houten schuttingdelen zijn nadrukkelijk zichtbaar en gaan het bebouwingsbeeld bepalen. De huidige perceelafscheiding is niet akkoord en er wordt geadviseerd om aan te sluiten bij de maximale hoogte van één meter die vergunningsvrij is toegestaan’.