ECLI:NL:RBMNE:2026:304
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging Ziektewetuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering over een periode van vier maanden met 100% te verlagen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om deze verlaging te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, hetgeen vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel verzoekster financiële problemen ondervindt, heeft zij niet voldoende aangetoond dat zij in een acute noodsituatie verkeert, zoals dreigende uithuiszetting of afsluiting van essentiële nutsvoorzieningen.
Verzoekster kan een leenbijstand van de gemeente Amersfoort ontvangen, hoewel zij deze heeft ingetrokken vanwege de terugbetalingsverplichtingen. De voorzieningenrechter achtte dit echter geen reden om het spoedeisend belang aan te nemen, mede omdat de verlaging van de uitkering tijdelijk is en bij een geslaagd bezwaar de uitkering met terugwerkende kracht wordt hersteld.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlaging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.