3.2.De gevraagde documenten zijn, voor zover zij ooit hebben bestaan, in de loop der tijd rechtmatig vernietigd vanwege het verstrijken van de daarvoor geldende bewaartermijn. Ten tijde van het Woo-verzoek en de besluitvorming daarop stond voor de minister vast dat de vernietiging, in overeenstemming met de hiervoor genoemde archief- en vernietigingssystematiek, had plaatsgevonden. Per abuis zijn enkele documenten, waar eiseres in haar Woo-verzoek om heeft verzocht, niet (op een goede wijze) vernietigd. Onder vernietiging moet volgens de minister worden verstaan het blijvend ontoegankelijk maken van de betreffende documenten. Wanneer documenten desondanks nog toegankelijk zijn en bij deze zoekslag naar aanleiding van het Woo-verzoek van eiseres zijn gevonden, vallen deze documenten onder de reikwijdte van de Woo. Deze documenten heeft de minister, ook al is de bewaartermijn verstreken en had vernietiging daarvan op een juiste wijze moeten plaatsvinden, daarom bij de besluitvorming op het betreffende Woo-verzoek betrokken. Dit verklaart volgens de minister waarom bepaalde documenten toch bij de besluitvorming heeft betrokken, terwijl andere documenten waarnaar eiseres in beroep specifiek heeft verwezen, bijvoorbeeld in dezelfde tijdsperiode of over hetzelfde onderwerp, bij het besluit ontbreken. De minister acht het daarom niet aannemelijk dat meer documenten niet of op een onjuiste wijze zijn vernietigd en daardoor nog onder de IGJ dan wel onder zijn ministerie berusten.
Uitlatingen van de woordvoerder en de Woo-behandelaar
4. Over de uitlatingen van de woordvoerder tijdens de inzage en van de Woo-behandelaar heeft de minister toegelicht dat meermaals is gesproken over het bestaan van een ‘dik’ of ‘omvangrijk’ dossier. Volgens de minister zien deze termen op het bestaan van een administratief en historisch dossier waarin registraties, verwijzingen en reststukken uit verschillende perioden zijn samengebracht. Het feit dat het papieren archief van de IGJ historisch is ingericht op basis van werkprocessen en toezichttaken en niet op basis van individuele dossiers per persoon, maakt de zoekslag en inventarisatie van de gevraagde documenten volgens de minister automatisch omvangrijk. De minister heeft met de aanduiding ‘groot dossier’ niet bedoeld te zeggen dat op voorhand duidelijk was dat alle gevraagde documenten in één dossier waren opgeslagen of dat de aangetroffen documenten die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, een grote hoeveelheid betrof. De minister heeft hiermee bedoeld dat sprake is van een administratief en historisch dossier waarvan onderdelen in de loop der jaren verspreid zijn geraakt over verschillende archiefonderdelen en registratiesystemen, afhankelijk van het werkproces, de periode en de betrokken organisatieonderdelen.
Communicatie over deelbesluit
5. Over de (mis)communicatie over het nemen van een deelbesluit heeft de minister het volgende toegelicht. Tijdens de behandeling van het Woo-verzoek is met eiseres gecommuniceerd over de verwachte complexiteit van de zaak, de onzekerheid over welke documenten aanwezig waren en de mogelijkheid om, indien de inventarisatie daartoe aanleiding zou geven, met deelbesluiten te werken. Deze communicatie vond plaats tijdens het lopende inventarisatieproces en weerspiegelt de toen bestaande onzekerheid over de feitelijk beschikbaarheid van documenten. De minister heeft dat niet bedoeld als een toezegging dat er méér documenten aanwezig waren dan uiteindelijk zijn aangetroffen. Volgens de minister was geen sprake van een expliciete, wederzijdse overeenstemming om in deelbesluiten te werken. Toen na de afronding van de zoekslag bleek dat het aantal nog aanwezige documenten beperkt was en er geen aanleiding bestond om met deelbesluiten op het Woo-verzoek te beslissen, heeft de minister gekozen voor één integraal besluit.
6. Eiseres voert in de zienswijze aan dat de minister met het herstelbesluit nog steeds niet alle Woo-documenten heeft verstrekt. Eiseres is ervan overtuigd dat er meer stukken in het dossier van IGJ aanwezig moeten zijn. Zij heeft in dat kader verzocht om de woordvoerder en de Woo-behandelaar van de minister onder ede te horen over de vraag of er geen dossier is van 1997 tot 2017, dan wel tot 2025. Gelet op het feit dat het gaat om ernstige misdrijven (verwaarlozing, onthouden van zorg, dood door schuld, vrijheidsbeneming en gijzeling) hadden de stukken volgens eiseres langer bewaard moeten blijven.
Wat is het oordeel van de rechtbank hierover?
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister met de toelichting over de archiefstructuur, waarbij documenten die betrekking hebben op één zaak, verspreid kunnen zijn opgeslagen in verschillende archiefonderdelen, in zijn geheel genomen de zoekslag voldoende heeft toegelicht. De versnipperde wijze van archivering door de minister verklaart waarom sommige documenten die onder het bereik van het Woo-verzoek vallen, niet altijd op juiste wijze zijn vernietigd. Dit verklaart ook waarom de minister bepaalde documenten waarom eiseres specifiek heeft verzocht en die zien op eenzelfde periode of over hetzelfde onderwerp, niet bij het besteden besluit heeft betrokken. Dat aannemelijk is dat bepaalde documenten destijds hebben bestaan, zoals eiseres terecht stelt, betekent dus niet dat deze documenten ten tijde van het Woo-verzoek nog onder de IGJ dan wel de minister berustten. De rechtbank is van oordeel dat de minister bij de verrichtte zoekslag voldoende inspanningen heeft verricht om alle Woo-documenten te vinden.