Uitspraak
hierna te noemen: de veroordeelde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van cocaïnehandel. De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze strafbare feiten.
De rechtbank heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel beoordeeld aan de hand van een notitie op een dealertelefoon die een weekoverzicht van drugstransacties bevatte. Op basis hiervan en andere bewijsmiddelen werd de totale opbrengst en kosten van de handel in cocaïne berekend, resulterend in een geschat voordeel van €225.706,72. Dit voordeel werd vervolgens toegerekend aan de verschillende verdachten op basis van hun rol en de duur van hun betrokkenheid.
Voor de veroordeelde werd het aandeel in het voordeel vastgesteld op €3.253,69. De rechtbank heeft de betalingsverplichting aan de Staat vastgesteld op nihil, omdat de waarde van verbeurdverklaarde geldbedragen hoger was dan het toe te rekenen voordeel. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie toe voor het bedrag van het voordeel, maar matigde de betalingsverplichting door verrekening met verbeurdverklaarde bedragen.
De uitspraak is gewezen door voorzitter V.A. Groeneveld en rechters J.P. Verboom en S.M. van Meer, waarbij Verboom niet medeondertekende. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en diverse processtukken en rapporten uit het opsporingsonderzoek.
Uitkomst: De rechtbank legt ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €3.253,69 op, maar stelt de betalingsverplichting vast op nihil vanwege verrekening met verbeurdverklaarde bedragen.