ECLI:NL:RBMNE:2026:298
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanmeldtermijn compensatie kinderopvangtoeslag en toepassing hardheidsclausule
Eiseres heeft zich op 1 augustus 2024 aangemeld voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar Dienst Toeslagen wees de aanvraag af wegens te late indiening. De rechtbank beoordeelt of de hardheidsclausule van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) toegepast had moeten worden, die afwijking van de aanmeldtermijn mogelijk maakt in bijzondere situaties.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat de aanmeldtermijn op 1 januari 2024 was verstreken. Dienst Toeslagen heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres, wonende in Suriname, adequaat geïnformeerd was over de termijn. De informatievoorziening via algemene kanalen en een Engelstalige website was ontoereikend, en het ontbreken van een gerichte brief aan eiseres is niet verklaard.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt dit. Dienst Toeslagen krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij de hardheidsclausule in acht moet worden genomen. Tevens wordt Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en Dienst Toeslagen moet een nieuw besluit nemen met toepassing van de hardheidsclausule.