Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2972

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
12068329 \ ME VERZ 26-12 BW 31650 DEF
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst zangeres wegens onvoldoende verbetertraject

Stichting Omroep Muziek verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een zangeres van het Groot Omroepkoor wegens disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding en overige omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende een deugdelijk verbetertraject had ingezet om het functioneren van de werknemer te verbeteren, wat een vereiste is voor ontbinding op grond van disfunctioneren.

De zangeres was sinds 2005 in dienst en had meerdere keren feedback ontvangen over haar zangkwaliteiten, met een periode van verbetering in 2023. In 2024 traden opnieuw problemen op, maar Stichting Omroep Muziek zette geen adequaat verbetertraject in en richtte zich vooral op alternatieve werkzaamheden, die de werknemer afwees. Ook werd geen onafhankelijke beoordeling van het functioneren uitgevoerd.

De kantonrechter stelde vast dat de klachten over het gedrag van de werknemer niet waren besproken en dat er geen sprake was van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Ook de overige ontbindingsgronden werden niet als voldragen beoordeeld. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en Stichting Omroep Muziek werd veroordeeld de werknemer toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden en de proceskosten te betalen.

Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende verbetertraject en onvoldoende onderbouwing van ontbindingsgronden.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer / rekestnummer: 12068329 \ ME VERZ 26-12 BW 31650
Beschikking van 20 mei 2026
in de zaak van
STICHTING OMROEP MUZIEK,
gevestigd in Hilversum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Stichting Omroep Muziek,
gemachtigde: mr. M.J. van Herwerden,
tegen
[verweerster],
wonend in [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] ,
gemachtigde: mr. M. Tas.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:
-het verzoekschrift met 35 producties, ingekomen op 26 januari 2026,
-het verweerschrift met 12 producties (van 23 maart 2026),
-de aanvullende producties 36-50 van Stichting Omroep Muziek,
-de aanvullende producties 13-15 van [verweerster] .
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Namens Stichting Omroep Muziek zijn mevrouw [A] ( [functie 1] ), mevrouw [B] ( [functie 2] ) en mevrouw [C] ( [functie 3] ) verschenen, bijgestaan door mr. Van Herwerden. [verweerster] is verschenen, bijgestaan door mr. Tas.
Beide gemachtigden hebben de standpunten nader toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is tijdens de zitting.
1.3
Tijdens de zitting is bepaald dat uiterlijk op 20 mei 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
[verweerster] is sinds mei 2005 werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst bij Stichting Omroep Muziek als zangeres van het Groot Omroepkoor. Daaraan voorafgaand heeft zij sinds 1998 als remplaçant ook al in het koor van Stichting Omroep Muziek gezongen. Stichting Omroep Muziek verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter ziet daar geen grond voor. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3.De beoordeling

3.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
3.2
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Verder is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2]
3.3
De redelijke gronden zijn weergegeven in artikel 7:669, lid 3, onderdelen c tot en met h BW. Stichting Omroep Muziek heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van:
- ongeschiktheid van [verweerster] tot het verrichten van de bedongen arbeid (d-grond),
- een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond),
- overige omstandigheden (h-grond),
- een combinatie van omstandigheden genoemd in deze gronden (i-grond).
3.4
Voordat de kantonrechter kan beoordelen of daarvan sprake is, moet zij eerst toetsen of een opzegverbod aan de ontbinding in de weg staat.
Het opzegverbod wegens lidmaatschap van de Ondernemingsraad staat niet aan ontbinding in de weg
3.5
[verweerster] is lid van de Ondernemingsraad (hierna: OR). Dat betekent dat in principe een opzegverbod geldt. Dit opzegverbod staat volgens [verweerster] aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Zij meent dat haar OR-lidmaatschap verband houdt met het ontbindingsverzoek, omdat Stichting Omroep voor Muziek niet alleen de kritiek op haar zangkwaliteiten ten grondslag legt aan het ontbindingsverzoek, maar ook haar gedrag. Dat gedrag vindt volgens [verweerster] zijn oorsprong in haar OR-werkzaamheden. De kantonrechter volgt [verweerster] hier niet in. Hoewel Stichting Omroep Muziek enkele verwijten maakt aan [verweerster] ten aanzien van haar gedrag is de essentie van het ontbindingsverzoek (zoals hierna zal blijken onder de beoordeling van de ontslaggronden) gelegen in de kritiek op de zangkwaliteiten van [verweerster] . Het verbetertraject is ook enkel daarop gericht geweest. Dat geldt ook voor de door Stichting Omroep Muziek aangevoerde verstoorde arbeidsverhouding, omdat die voortvloeit uit het vermeende disfunctioneren en de strubbelingen die daardoor zijn ontstaan. Dat aan [verweerster] in dat kader verwijten worden gemaakt over de wijze waarop zij haar werkzaamheden voor de OR doet of heeft gedaan in het verleden, blijkt nergens uit.
Het opzegverbod staat dus niet in de weg aan toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat het verzoek volledig los kan worden gezien van het OR-lidmaatschap van [verweerster] .
De arbeidsovereenkomst zal niet worden ontbonden
Er is geen voldragen d-grond
3.6
Stichting Omroep Muziek vraagt primair om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens ongeschiktheid van [verweerster] tot het verrichten van de werkzaamheden (disfunctioneren). Op basis van de stukken en het besprokene tijdens de zitting komt de kantonrechter tot de conclusie dat niet is voldaan aan de vereisten die nodig zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens disfunctioneren.
3.7
De kantonrechter kan op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden als blijkt van disfunctioneren van de werknemer. Daarvoor is (onder meer) vereist dat de werkgever de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer. Het opzetten van een verbetertraject is een vereiste om succesvol een beroep te kunnen doen op de ontbindingsgrond disfunctioneren. Dat volgt onder meer uit het Ecofys-arrest van de Hoge Raad. [3] De Hoge Raad schrijft niet een eenduidig traject voor dat gevolgd moet worden. Welke hulp, ondersteuning en begeleiding in een concreet geval van de werkgever mag worden verwacht hangt af van de omstandigheden van het geval. Wel blijkt duidelijk uit deze uitspraak van de Hoge Raad dat de werkgever de werknemer serieus en reëel de gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden.
Er is geen adequaat verbetertraject ingezet
3.8
De vraag is of [verweerster] een daadwerkelijke kans heeft gekregen om haar functioneren te verbeteren. In dat kader zal eerst worden besproken wanneer [verweerster] is aangesproken op haar functioneren en wat vervolgens door Stichting Omroep Muziek gedaan is om het functioneren te verbeteren.
3.9
Duidelijk is dat [verweerster] meerdere keren (zowel in 2022 als in 2024) is aangesproken op haar functioneren. In juni 2022 heeft [verweerster] van [D] voor het eerst kritische feedback gekregen op haar stemgeluid. Zo zou [verweerster] een scherpe klankkleur laten horen met weinig boventonen, een te lage intonatie hebben, een beperkte dynamiek (bij zacht zingen) en zou [verweerster] herhaaldelijk uitsteken boven de altgroep waardoor de groepsklank wordt verstoord. In november 2022 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden, waarna [verweerster] een reflectieverslag heeft opgesteld waarin zij de verbeterdoelen heeft opgenomen zoals deze door [D] zijn benoemd. [verweerster] is vervolgens met de kritiek aan de slag gegaan. Een echt verbeterplan, is daarbij niet tot stand gekomen. Wel heeft [verweerster] zelf een plan opgesteld en heeft zij gedurende deze periode gebruik gemaakt van een zangcoach. De kosten voor de zangcoach zijn door Stichting Omroep Muziek betaald uit het jaarlijks beschikbare budget daarvoor. Tijdens een gesprek over de voortgang op 22 juni 2023 concludeert [D] dat [verweerster] een fantastische vooruitgang heeft geboekt, dat het probleem met de intonatie vrijwel is opgelost en dat incidenteel nog een scherpe klank is te horen en dat die waarschijnlijk vooral vanuit zijn perspectief waarneembaar is. Dit traject wordt succesvol afgesloten.
3.1
In februari 2024 constateert [D] dat dezelfde problemen met de stem van [verweerster] terug zijn. In eerste instantie reageert [verweerster] daarop met een klacht richting [D] wegens pestgedrag. In september 2024 erkent [verweerster] wel dat zij problemen aan haar stem ondervindt, maar zegt dat dit tijdelijk is door een luchtwegontsteking en de menopauze. Zij werkt hier aan met behulp van haar zangcoach. [verweerster] wordt door Stichting Omroep Muziek uit een aantal producties gehaald. Maar een verbetertraject wordt niet ingezet. Stichting Omroep Muziek stuurt enkel aan op het onderzoeken van alternatieve werkzaamheden. [verweerster] gaat daar niet op in, omdat zij meent dat de issues met haar stem van tijdelijke aard zijn.
3.11
Dan laat [D] eind april 2025 weten na seizoen 2026/2027 te vertrekken bij het Groot Omroepkoor, waarna de opstelling vanuit Stichting Omroep Muziek verandert. De [functie 1] (hierna: [A] ) laat dan namelijk aan [verweerster] weten dat zij er vertrouwen in heeft [verweerster] voor het koor te kunnen behouden. In haar e-mail van 9 juni 2025 zegt [A] daarover: “
Ik ben van mening dat de beoordeling van functioneren altijd zorgvuldig en evenwichtig moet plaatsvinden. Dus niet op basis van één perspectief, maar vanuit een breder beeld. Vanuit die overtuiging zie ik voldoende grond om jouw plek binnen het koor te behouden.”Dat is opvallend, omdat daarvoor vanuit [A] juist alleen nog werd ingestoken op het onderzoeken van alternatieve werkzaamheden voor [verweerster] . [A] zegt in deze e-mail in feite dat de kritiek alleen afkomstig was van [D] en dit dus wel opgelost lijkt te kunnen worden door zijn vertrek. Die insteek verandert plotseling weer als [A] op 5 juli 2025 bij een repetitie aanwezig is. Dan concludeert zij dat de stem van [verweerster] erg afwijkt en spreekt zij die zorgen vervolgens richting [A] uit in een e-mail. Vanaf dat moment richt Stichting Omroep Muziek zich weer op het zoeken naar alternatieve werkzaamheden en wordt [verweerster] in oktober 2025 vrijgesteld van werkzaamheden zonder concrete aanleiding.
3.12
Dat Stichting Omroep Muziek na de feedback in 2024 ervoor heeft gekozen [verweerster] van diverse producties te halen is een keuze die zij als werkgever mag maken. Maar dat geldt niet voor de keuze van Stichting Omroep Muziek om in 2024 en 2025 niets meer te doen aan het functioneren van [verweerster] . Zeker toen bleek dat [verweerster] niet openstond voor alternatieve werkzaamheden had Stichting Omroep Muziek een adequaat verbetertraject in moeten zetten om [verweerster] de kans te geven haar functioneren te verbeteren. Stichting Omroep Muziek heeft daarover gezegd dat dit niet meer van haar verwacht kon worden, omdat [verweerster] niet meer openstond voor feedback op haar functioneren. Hoewel het juist is dat [verweerster] in eerste instantie heeft aangegeven dat de kritiek van [D] niet objectief was en zij dit zag als pestgedrag, heeft [verweerster] in september 2024 wel erkend dat zij problemen ervaarde met haar stem. Dat [verweerster] niet meer openstond voor feedback en daar niet aan zou hebben willen werken, blijkt nergens uit. Dat [verweerster] heeft gezegd dat de stemproblemen tijdelijk zijn maakt dat niet anders, omdat zij zich wel liet coachen daarvoor en niet gezegd heeft hier niet aan te willen werken.
De insteek van Stichting Omroep Muziek was het zoeken van vervangende werkzaamheden en dat heeft [verweerster] afgewezen. Stichting Omroep Muziek had dus in elk geval moeten aanbieden aan [verweerster] om samen te werken aan de feedback op haar stem, aan de hand van een concreet verbeterplan, en dat heeft zij niet gedaan.
3.13
Verder is hier van belang dat [verweerster] heeft aangegeven bij Stichting Omroep Muziek dat de feedback van [D] eenzijdig en niet objectief was. De e-mail van [A] van 9 juni 2025 (zie geciteerde onder 3.11) lijkt dat standpunt van [verweerster] ook te bevestigen. Toch heeft Stichting Omroep Muziek geen onafhankelijke derde betrokken in het kader van het beoordelen van het functioneren.
Uit de door beide partijen overgelegde producties volgt ook een wisselend beeld over de stem van [verweerster] . [verweerster] verwijst naar een gespreksverslag met andere leden uit de altgroep. Daarin komt onder meer naar voren dat [D] zich lijkt te focussen op of geobsedeerd lijkt te zijn waar het gaat om [verweerster] en dat het onterecht is om alleen [verweerster] verantwoordelijk te stellen voor de klank of intonatie van de altgroep. Ook wordt erop gewezen dat de samenstelling van de altgroep veranderd is, waardoor het moeilijker voor [verweerster] zou zijn geworden haar stem daarin aan te passen/in te mengen.
Stichting Omroep Muziek heeft twee verklaringen van leden uit de altgroep overgelegd waarin wel expliciet wordt benoemd dat er een probleem is met het stemgeluid van [verweerster] binnen de altgroep. Stichting Omroep Muziek heeft ook gezegd dat gastdirigenten hun zorgen hebben geuit, maar dat blijkt nergens uit.
Er was dan ook alle aanleiding voor Stichting Omroep Muziek om een breder beeld van het functioneren van [verweerster] te verkrijgen. Te meer gelet op [A] eigen stelling dat het functioneren van [verweerster] niet eenzijdig moet worden beoordeeld en zij kennelijk zelf op
9 juni 2025 ook vond dat de feedback eenzijdig was.
Van Stichting Omroep Muziek had bijvoorbeeld verwacht mogen worden dat zij (in samenspraak met [verweerster] ) een onafhankelijke deskundige had ingeschakeld om de stem van [verweerster] in het koor (binnen de altgroep) te beoordelen. Als objectief zou zijn komen vast te staan dat het functioneren van [verweerster] verbetering behoeft, had Stichting Omroep Muziek vervolgens een plan moeten opstellen hoe zij [verweerster] zou gaan begeleiden om te verbeteren.
Dat is niet gebeurd. Dat betekent dat het disfunctioneren onvoldoende vast is komen te staan en dat niet is voldaan aan de vereisten van een deugdelijk verbetertraject.
3.14
Wat betreft de verwijten die Stichting Omroep Muziek maakt in het verzoekschrift aan [verweerster] over haar gedrag, geldt dat hierover nooit met [verweerster] is gesproken en dat hier dus ook niets mee is gedaan door Stichting Omroep Muziek. Dat van enig disfunctioneren sprake is in het gedrag van [verweerster] kan dan ook niet worden vastgesteld.
3.15
Aan de vereisten van de d-grond is dus niet voldaan, zodat de ontbinding op die grond zal worden afgewezen.
Er is geen voldragen g-grond
3.16
Stichting Omroep Muziek heeft subsidiair gevraagd de arbeidsovereenkomst te ontbinden, wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Dat verzoek wordt ook afgewezen.
Om tot ontbinding te kunnen komen op de g-grond is vereist dat niet alleen sprake is van een ernstige verstoring van de arbeidsrelatie, maar ook van een duurzame verstoring. Ter onderbouwing van deze grond heeft Stichting Omroep Muziek een aantal berichten van collega’s overgelegd, waaruit blijkt dat zij moeite hebben met het samen zingen of samenwerken met [verweerster] . Daarnaast zegt Stichting Omroep Muziek dat zij als werkgever geen vertrouwen meer heeft in (het functioneren van) [verweerster] .
Hoewel het voorstelbaar is dat in de arbeidsrelatie spanningen zijn opgetreden en kennelijk problemen worden ervaren in de samenwerking, is geen sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Dat er problemen in de samenwerking worden ervaren is ook nooit met [verweerster] besproken, maar is voor het eerst in deze procedure naar voren gebracht door Stichting Omroep Muziek. Stichting Omroep Muziek heeft dit niet besproken met [verweerster] en heeft dus niets gedaan om te proberen deze vermeende verstoring te herstellen. Dat alleen al maakt dat geen sprake is van een voldragen g-grond.
Ook van een voldragen h- of i-grond is geen sprake
3.17
Stichting Omroep Muziek heeft tot slot ook ontbinding gevraagd wegens andere omstandigheden (h-grond) en wegens een combinatie van disfunctioneren, een verstoorde arbeidsrelatie en andere omstandigheden (i-grond).
Om tot ontbinding te komen op de h-grond moet sprake zijn van andere omstandigheden (dan de gronden onder a tot en met g) die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Tijdens de zitting heeft Stichting Omroep Muziek gezegd dat hiervan sprake is, omdat [verweerster] niet meer kan worden ingezet voor haar eigen werk en dat zij niet openstaat voor vervangende werkzaamheden. Daardoor is volgens Stichting Omroep Muziek sprake van een zinloos (leeg) dienstverband.
Van belang is hier dat geen sprake is van een voldragen d-grond en/of g-grond en dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de h-grond niet bedoeld is om onvoldragen ontslaggronden te repareren. [verweerster] kan volgens Stichting Omroep Muziek haar eigen werk niet doen, maar zoals hiervoor is geoordeeld heeft Stichting Omroep Muziek [verweerster] onvoldoende in de gelegenheid gesteld om haar functioneren te verbeteren. Stichting Omroep Muziek zegt ook nog dat [verweerster] al vijf maanden haar werkzaamheden niet meer doet en daarom geen sprake meer zou zijn van een zinvolle invulling van het dienstverband. Dat [verweerster] die werkzaamheden niet meer verricht komt volledig voor rekening en risico van Stichting Omroep Muziek en is beslist geen reden om tot ontbinding op de h-grond te komen. Van een voldragen h-grond kan dus geen sprake zijn.
3.18
Ook van een voldragen i-grond is geen sprake. Stichting Omroep Muziek heeft niet kunnen uitleggen waarom een combinatie van disfunctioneren, een verstoorde arbeidsrelatie en overige omstandigheden maken dat van haar niet verwacht kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Van Stichting Omroep Muziek mag worden verwacht dat zij alsnog een adequaat verbetertraject inzet en dat zij zo nodig de vermeende verstoorde arbeidsverhouding probeert te herstellen.
3.19
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden en dat Stichting Omroep Muziek [verweerster] in de gelegenheid moet stellen (tot een daadwerkelijke verbeterkans) om haar werkzaamheden als zangeres te hervatten. [verweerster] heeft ook verzocht om Stichting Omroep Muziek te gebieden haar weer toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden. Gelet op voorgaande zal dat verzoek worden toegewezen.
Stichting Omroep Muziek moet de proceskosten betalen
3.2
De proceskosten komen voor rekening van Stichting Omroep Muziek, omdat Stichting Omroep Muziek ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 1.298,00 (€ 1.154,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af en gebiedt Stichting Omroep Muziek om [verweerster] toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden,
4.2
veroordeelt Stichting Omroep Muziek in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Stichting Omroep Muziek niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
4.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [4] .
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.J. Schoenaker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933.
4.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.