Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. L.J.H. Kortz (hierna: de advocaat);
- de officieren van justitie: mr. A.J.M. Vreekamp en mr. A.E. Lohuis (hierna gezamenlijk genoemd: de officier van justitie);
- de nabestaanden/benadeelde partijen: [A] en [B] ;
- de advocaat van de nabestaanden/benadeelde partijen [A] , [B] , [C] en [slachtoffer 1] : mr. S.M. Diekstra;
- de advocaat van de nabestaanden/benadeelde partijen [D] en [E] : mr. C.H. Dijkstra;
- de benadeelde partij: [F] ;
- de advocaat van de benadeelde partijen [G] en [F] : mr. A.J. Korff.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Maatregel
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vorderingen benadeelde partij
- de aard, de toedracht en de gevolgen van het tegen het slachtoffer gepleegde feit, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het slachtoffer toegebrachte leed;
- de wijze waarop de benadeelde partij wordt geconfronteerd met de tegen het slachtoffer gepleegde feit en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of de benadeelde partij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen tegenover het primaire slachtoffer, of nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre de confrontatie onverhoeds was;
- de aard en hechtheid van de relatie tussen het slachtoffer en de benadeelde partij.
- de vergoeding van de kosten van lijkbezorging, zoals gevorderd door [A] worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025 (factuurdatum);
- de vergoeding van de reiskosten voor therapie, zoals gevorderd door [G] , worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2025 (het midden van alle behandeldata).
8.Toegepaste wetsartikelen
9.De beslissing
ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [A] geheel toe tot een bedrag van € 68.853,80, bestaande uit € 13.853,80 aan materiële schade en € 55.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente
- over een bedrag van € 13.853,80 vanaf 17 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 55.000,- vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 68.853,80 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde data tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 104 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [B] geheel toe tot een bedrag van € 20.000,-, aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [B] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [B] aan de Staat € 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 47 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [C] geheel toe tot een bedrag van € 17.500,-, aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [C] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [C] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 42 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van € 17.500,-, aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 42 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- wijst de vordering van [D] geheel toe tot een bedrag van € 20.000,-, aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [D] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [D] aan de Staat € 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 47 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- wijst de vordering van [E] geheel toe tot een bedrag van € 20.000,-, aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [E] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [D] aan de Staat € 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 47 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- wijst de vordering van [G] geheel toe tot een bedrag van € 15.182,16, bestaande uit € 182,16 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [G] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente
- over een bedrag van € 15.000,- vanaf 1 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 182,16 vanaf 28 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [G] aan de Staat € 15.182,16 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde data tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 36 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- verklaart [F] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg meermalen, althans eenmaal, met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borststreek, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] gestoken/gesneden;
: