Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2838

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
24 mei 2026
Zaaknummer
11879289 \ UC EXPL 25-7207
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:21 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:221 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en kwijtschelding van factuur voor niet-gecontracteerde zorg

Carefull sloot op 3 februari 2025 een overeenkomst met de vader van [A] voor het leveren van niet-gecontracteerde zorg en stuurde een factuur van €1.689,12. De bewindvoerder, [A], betwistte betaling omdat het factuurbedrag afweek van de mondeling afgesproken tarieven.

De kantonrechter stelde vast dat er een overeenkomst was gesloten inclusief een voorwaardelijke kwijtschelding van kosten boven het door de zorgverzekeraar vergoede bedrag, mits bewijs van de uitkering werd overlegd. Dit aanbod was aanvaard, zoals blijkt uit een WhatsApp-bericht van april 2025.

De bewindvoerder had het bewijs van de verzekeraar te laat gestuurd, maar de kantonrechter oordeelde dat er geen afspraak was dat de kwijtschelding daardoor verviel. Daarom moest alleen het door de verzekeraar vergoede bedrag van €1.117,37 worden betaald, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 september 2025.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €167,61 en proceskosten van €1.047,71 toegewezen, met wettelijke rente over de proceskosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Bewindvoerder moet het door de verzekeraar vergoede deel van de factuur betalen met rente en kosten; overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11879289 \ UC EXPL 25-7207
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
CAREFULL,een vennootschap onder firma,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Carefull,
gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij Azouz Juristen,
tegen
[A ], in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die de heer [gedaagde] (zullen) toebehoren,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties,
  • de reactie van [gedaagde] op de dagvaarding tijdens de rolzitting van 17 september 2025, zoals weergegeven in een proces-verbaal van deze rolzitting, waaraan de stukken van [gedaagde] zijn gehecht die zij tijdens de rolzitting aan de rechtbank heeft gemaild,
  • de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de e-mail van Carefull van 11 januari 2026 met een productie,
  • de mondelinge behandeling van 23 januari 2026 (hierna: de zitting), waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de zitting heeft Carefull haar eis gewijzigd/verminderd.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
Carefull heeft op 3 februari 2025 een overeenkomst gesloten met de vader van [A ] , de heer [gedaagde] , voor het verlenen van niet-gecontracteerde zorg [2] aan hem. Carefull heeft deze zorg vervolgens verleend en heeft daarvoor een factuur van € 1.689,12 gestuurd. Carefull vordert betaling van haar factuur met bijkomende kosten omdat de factuur niet is betaald. [A ] vindt dat de heer [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen omdat op de factuur een ander bedrag staat dan met Carefull vooraf is afgesproken. De kantonrechter wijst de vordering van Carefull gedeeltelijk toe.

3.De beoordeling

[A ] treedt op als bewindvoerder van haar vader in deze zaak
3.1
[A ] heeft namens de heer [gedaagde] , zijnde haar vader, op de rolzitting gereageerd en een schriftelijke reactie ingestuurd in deze zaak. Inmiddels is zij de bewindvoerder van haar vader en [A ] is daarmee als bewindvoerder als formele procespartij verschenen in de procedure. [3]
[A ] moet € 1.117,37 betalen aan Carefull
3.2
Op 3 februari 2025 heeft er een indicatiestelling plaatsgevonden en zijn de vader van [A ] en Carefull een zorgplan overeengekomen voor zijn persoonlijke verzorging en verpleging. Er is toen dus een overeenkomst gesloten, waarbij alleen het zorgplan op papier is gesteld. Zoals Carefull op de zitting heeft toegelicht, zijn de overige voorwaarden van de overeenkomst bij het aangaan van de overeenkomst mondeling besproken. Carefull heeft op de zitting gesteld dat tijdens het gesprek de tarieven zijn besproken [4] , de voorwaardelijke kwijtschelding is besproken en gesproken is over de toepasselijke algemene voorwaarden die op de website van Carefull te vinden zijn. Dat dit zo is gegaan, heeft [A ] niet weersproken. Daarvoor heeft zij wel de gelegenheid gehad, maar daarvan heeft zij geen gebruik gemaakt door niet tijdens de zitting te verschijnen. De kantonrechter gaat dan ook uit van voormelde stellingen van Carefull.
3.3
Volgens Carefull heeft zij op 3 februari 2025 een voorstel gedaan, dat de heer [gedaagde] uitsluitend het door de zorgverzekeraar aan hem vergoede bedrag hoefde te betalen als hij een bewijsstuk over zou leggen waaruit het door de zorgverzekeraar uitgekeerde bedrag blijkt. Kosten die boven de uitkering van de zorgverzekeraar zouden komen, zou Carefull kwijtschelden en hoefde de heer [gedaagde] niet te betalen.
3.4
Carefull heeft aangevoerd dat [gedaagde] haar aanbod tot kwijtschelding onder voorwaarden niet meteen heeft aanvaard en daarom is vervallen. [5] Dit beroep van Carefull op verval van het aanbod, slaagt niet. Uit de overgelegde stukken van Carefull blijkt namelijk dat het door haar gedane aanbod tot voorwaardelijke kwijtschelding op 3 februari 2025 is aanvaard. Uit het WhatsApp-gesprek tussen [gedaagde] en een medewerkster van Carefull van 27 april 2025 volgt dat het aanbod van Carefull was aanvaard. De medewerkster van Carefull licht namelijk in dat bericht nogmaals toe dat [gedaagde] alleen hoeft te betalen wat ze “gehad” heeft en dat dit bij de intake is uitgelegd en dat het gedeelte dat niet vergoed is, wordt kwijtgescholden. Als het aanbod tot kwijtschelding niet op 3 februari 2025 zou zijn aanvaard, dan lag het niet in de rede om op 27 april 2025 in voormelde zin te reageren op berichten van (de heer) [gedaagde] over de kwijtschelding. Ook in de dagvaarding heeft Carefull meerdere keren benoemd dat er tussen Carefull en de heer [gedaagde] een ‘afspraak’ was en op de mondelinge behandeling heeft Carefull ook bevestigd dat er een afspraak tot stand is gekomen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat tussen Carefull en de heer [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen over een voorwaardelijke kwijtschelding.
3.5
De vervolgvraag is wat partijen inhoudelijk zijn overeengekomen over deze voorwaardelijke kwijtschelding.
3.5.1
[A ] lijkt in haar schriftelijke reactie bij het proces-verbaal van de rolzitting van 17 september 2025 aan te voeren dat de heer [gedaagde] alleen het door de verzekeraar vergoede bedrag hoefde te betalen waarbij het niet uitmaakt of het bewijs van de verzekeraar wel of niet aan Carefull wordt gestuurd. Of dit zo over het al dan niet overleggen van bewijs is afgesproken, kan de kantonrechter in het midden laten omdat [A ] op 23 juni 2025 een bewijs van wat de verzekeraar aan de heer [gedaagde] heeft uitgekeerd aan Carefull heeft gestuurd.
3.5.2
Carefull stelt op haar beurt dat de toegezegde kwijtschelding is vervallen/herroepen omdat (de heer) [gedaagde] het bewijs van de verzekeraar te laat heeft gestuurd naar Carefull. (De heer) [gedaagde] heeft het bewijs van de verzekeraar namelijk pas na 13 weken na de factuurdatum gestuurd aan Carefull (en toen had Carefull de vordering al uit handen gegeven). De kantonrechter volgt deze stelling van Carefull niet. Carefull heeft immers geen feiten en of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat op 3 februari 2025 partijen hebben afgesproken dat de kwijtschelding vervalt onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als het bewijs van de verzekeraar niet aan Carefull is gestuurd binnen een xaantal weken na een bepaalde handeling/factuurdatum). Dat er naast het toesturen van het bewijs van de verzekeraar nog meer aanvullende voorwaarden tussen partijen is overeengekomen, zoals Carefull heeft aangevoerd, is dus niet vast komen te staan. De kantonrechter heeft bij deze beoordeling ook in aanmerking genomen dat de algemene voorwaarden van Carefull geen bepaling(en) bevatten over het vervallen van de voorwaardelijke kwijtschelding (van een gedeelte) van de door haar gestuurde factuur. [6]
3.6
Omdat (de heer) [gedaagde] het bewijs van de verzekeraar heeft gestuurd naar Carefull is voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding. Dat betekent dat [A ] aan Carefull alleen het deel dat haar vader vergoed heeft gekregen van zijn verzekeraar, als bewindvoerder van haar vader moet betalen aan Carefull. Uit de stukken volgt dat dit gaat om € 1.117,37. [7] [A ] wordt als bewindvoerder van haar vader dan ook veroordeeld om dit bedrag te betalen uit het vermogen van haar vader.
3.7
[gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat Carefull niet alle overeengekomen zorg heeft verleend, maar dit heeft Carefull tijdens de zitting gemotiveerd en onderbouwd betwist. Hiertegen heeft [gedaagde] niets aangevoerd. Daarvoor heeft zij wel de gelegenheid gehad, maar daarvan heeft zij geen gebruik gemaakt door niet tijdens de zitting te verschijnen. De kantonrechter gaat dan ook uit van de stelling van Carefull dan de overeengekomen zorg is verleend.
Wettelijke rente over € 1.117,37
3.8
[A ] heeft de factuur in zijn geheel niet betaald. Carefull heeft aangevoerd dat (de heer) [gedaagde] door het uitblijven van betaling in verzuim is geraakt en zij vordert daarom de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het door [A ] te betalen bedrag. Op de mondelinge behandeling heeft Carefull aangegeven dat hiervoor moet worden aangesloten bij de termijn die genoemd is in de laatste brief van Carefull. Dit is een brief van 21 augustus 2025 waarin er een termijn is gegeven van 15 dagen na
ontvangstvan de brief. De wettelijke rente over € 1.117,37 wordt daarom toegewezen vanaf 8 september 2025, rekening houdend met de omstandigheid dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd. [8]
Buitengerechtelijke kosten & geen wettelijke rente
3.9
Carefull vordert ook een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten die zij gemaakt heeft. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Carefull heeft aan (de heer) [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de wettelijke vereisten. Omdat een deel van de door Carefull gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, is de door Carefull gevorderde vergoeding voor de incassokosten hoger dan het wettelijke tarief dat past bij de toe te wijzen hoofdsom. De kantonrechter wijst de gevorderde vergoeding daarom toe tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Dat is € 167,61.
3.1
Carefull vordert tevens wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten. Niet gesteld of gebleken is dat Carefull deze kosten al daadwerkelijk aan haar gemachtigde heeft betaald of met de betaling daarvan in verzuim verkeert en als zodanig vermogensschade heeft geleden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom niet toegewezen.
Proceskosten & wettelijke rente
3.11
[A ] is (grotendeel) in het ongelijk gesteld en wordt daarom als bewindvoerder van de heer [gedaagde] in de kosten veroordeeld. [9] Dit betekent dat (de heer) [gedaagde] de eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van Carefull aan haar moet betalen. De proceskosten van Carefull, worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.047,71
3.12
De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.13
De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad [10] , zoals Carefull heeft gevraagd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [A ] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder, om aan Carefull uit het vermogen van de heer [gedaagde] te betalen:
  • een bedrag van € 1.117,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 8 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 167,61 aan buitengerechtelijke kosten,
4.2
veroordeelt [A ] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder, in de kosten; zij moet uit het vermogen van de heer [gedaagde] de proceskosten van Carefull van € 1.047,71 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [A ] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
veroordeelt [A ] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder, om aan Carefull uit het vermogen van de heer [gedaagde] te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.De vordering tot een verklaring van recht is ingetrokken.
2.Niet-gecontracteerde zorg is verleende zorg zonder contract met een verzekeraar.
3.Zie de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525).
4.Hierbij heeft Carefull gezegd dat zij destijds heeft aangegeven dat er wordt aangesloten bij de NZa-tarieven.
5.Zie artikel 6:21 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) in verbinding met artikel 6:221 BW Pro.
6.Omdat er geen (ontransparant) prijsbeding staat in de algemene voorwaarden van Carefull, hoeft de kantonrechter ook geen ambtshalve toetsing toe te passen in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG.
7.Zie productie 9 van Carefull.
8.Vergelijk de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704; 3.5.3).
9.Artikel 237 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
10.Artikel 233 Rv Pro.