Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2803

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/16/603444 / FO RK 25-1514
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:5 lid 7 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie meerderjarige wegens zeer bijzondere omstandigheden en verschoonbare termijnoverschrijding

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van pleegouders tot adoptie van een jongmeerderjarige die sinds zijn zesde jaar door hen is opgevoed. Hoewel de jongmeerderjarige op het moment van het verzoek 22 jaar was, waardoor het wettelijke minderjarigheidsvereiste niet werd voldaan, oordeelde de rechtbank dat er sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding en zeer bijzondere omstandigheden.

De pleegouders boden een stabiele thuisbasis en wilden de moeder de kans geven een rol te spelen, wat niet is gebeurd. De adoptie werd pas na meerderjarigheid aangevraagd omdat de jongmeerderjarige dit zelf als meerderjarige beter kon beoordelen. De moeder stemde schriftelijk in met het verzoek.

De rechtbank overwoog dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is en dat het recht op adoptie niet expliciet door het EVRM wordt beschermd. Toch kan in uitzonderlijke gevallen het minderjarigheidsvereiste worden genegeerd als weigering een ongeoorloofde inbreuk op het gezinsleven vormt.

Gezien de langdurige verzorging door de pleegouders, het ontbreken van contact met de biologische moeder en de emotionele noodzaak voor de jongmeerderjarige om officieel erkend te worden, achtte de rechtbank toewijzing passend. Tevens werd de naamskeuze van de jongmeerderjarige bevestigd. De beschikking is niet uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie van de meerderjarige toe vanwege verschoonbare termijnoverschrijding en zeer bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/603444 / FO RK 25-1514
adoptie
Beschikking van 23 april 2026
in de zaak van:
[pleegouder 1],
en
[pleegouder 2],
wonende in [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
hierna te noemen: de pleegouders,
advocaat mr. S. Meeuwsen,
met als belanghebbenden:
[jongmeerderjarige],
wonende in [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
hierna te noemen: [jongmeerderjarige] ,
[de moeder],
wonende in [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] ,
hierna te noemen: de moeder.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 28 november 2025;
  • het e-mailbericht van 10 maart 2026 van de moeder.
1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de pleegouders met hun advocaat,
  • [jongmeerderjarige] .
De moeder was ook uitgenodigd voor de zitting, maar zij is niet verschenen en heeft haar standpunt schriftelijk doorgegeven.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
[jongmeerderjarige]is geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats 1] , als zoon van de moeder en een onbekende vader. [jongmeerderjarige] is op 23 februari 2006 erkend door
[naam], de toenmalige partner van de moeder. Daarbij is de geslachtsnaam van [jongmeerderjarige] gewijzigd in
[naam].
2.2
[jongmeerderjarige] heeft de eerste maanden na zijn geboorte bij de moeder gewoond. Daarna is [jongmeerderjarige] bij zijn oma moederszijde gaan wonen, totdat hij in april 2009 (vrijwillig) uit huis is geplaatst. Sinds 17 oktober 2009 woont [jongmeerderjarige] bij de pleegouders. Hij is dus vanaf zijn zesde jaar opgegroeid in het gezin van de pleegouders.
2.3
Sinds juli 2006 is er geen contact meer tussen [jongmeerderjarige] en de moeder.
2.4
Bij beschikking van 23 mei 2012 van de rechtbank Dordrecht is het gezag van de moeder en de erkenner over [jongmeerderjarige] beëindigd, met benoeming van Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland tot voogd.
2.5
De pleegouders zijn sinds 15 november 2013 belast met de voogdij over [jongmeerderjarige] .
2.6
De pleegouders verzoeken de adoptie van (de meerderjarige) [jongmeerderjarige] .
[jongmeerderjarige] staat achter de adoptie. De biologische moeder heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek.

3.De beoordeling

Conclusie

3.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [jongmeerderjarige] door de pleegouders uitspreken. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Wettelijk kader
3.2
De rechtbank stelt voorop dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
[jongmeerderjarige] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift 22 jaar oud. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. Adoptie van [jongmeerderjarige] door de pleegouders is daarom op grond van de nationale wetgeving niet mogelijk.
3.3
Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het recht op adoptie niet één van de door het EVRM beschermde rechten. Dat een feitelijk gezinsverband niet wordt omgezet in een juridisch gezinsverband is op zichzelf niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life.
Ook de Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM Pro weliswaar het recht op bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet. [1]
3.4
Het weigeren van een adoptie kan onder zeer bijzondere omstandigheden zo’n inbreuk maken op het bestaande gezinsleven dat toch voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van de adoptie vanwege enkel de meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM Pro beschermde gezins- en familieleven met zich mee zou brengen. Ook moet de termijnoverschrijding met betrekking tot het verzoek verschoonbaar zijn.
Inhoudelijke beoordeling
3.5
De rechtbank vindt dat er in dit geval sprake is van zo’n uitzonderlijke situatie. Zij zal dit hierna toelichten.
Verschoonbare termijnoverschrijding
3.6
Er is een te begrijpen en te respecteren reden voor het feit dat er tijdens de minderjarigheid of kort na de meerderjarigheid van [jongmeerderjarige] geen verzoek tot adoptie is ingediend, zodat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
[jongmeerderjarige] wordt sinds zijn zesde jaar door de pleegouders verzorgd en opgevoed. De pleegouders hebben [jongmeerderjarige] een stabiele thuisbasis kunnen bieden, met ondersteuning van de pleegzorgbegeleiding. Deze pleegzorgbegeleiding zou zijn weggevallen als de pleegouders [jongmeerderjarige] hadden geadopteerd en daarmee beiden het gezag over [jongmeerderjarige] hadden gekregen. De pleegzorgbegeleiding is vanwege de voorgeschiedenis van [jongmeerderjarige] nog verlengd totdat hij 21 jaar werd.
Ook wilden de pleegouders tijdens de minderjarigheid van [jongmeerderjarige] de moeder nog de mogelijkheid geven om een rol van betekenis te spelen in het leven van [jongmeerderjarige] . Dit is helaas niet gebeurd, maar de pleegouders wilden de mogelijkheden voor contactherstel met de biologische familie van [jongmeerderjarige] niet doorkruisen met een ingrijpende adoptieprocedure.
Daarnaast wilden de pleegouders zeker weten dat de adoptie de wens was van [jongmeerderjarige] , hetgeen [jongmeerderjarige] volgens hen als meerderjarige pas goed kon beoordelen.
Gelet hierop is het te begrijpen dat de pleegouders, in het belang van [jongmeerderjarige] , het verzoek niet eerder hebben kunnen indienen dan toen [jongmeerderjarige] 22 jaar oud was.
Zeer bijzondere omstandigheden
3.7
Ook is sprake van zeer bijzondere omstandigheden waardoor voorbij gegaan kan worden aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW.
[jongmeerderjarige] heeft na zijn geboorte maar enkele maanden bij zijn moeder gewoond, omdat zij de zorg voor [jongmeerderjarige] niet kon dragen. Daarna heeft [jongmeerderjarige] bij zijn oma moederszijde en haar gezin gewoond, totdat hij op vijfjarige leeftijd uit huis is geplaatst in een crisisopvanggroep en crisispleeggezin. Sinds zijn derde jaar heeft [jongmeerderjarige] geen contact meer met zijn moeder (en zijn erkenner), ondanks de inspanningen van de betrokken hulpverlening.
[jongmeerderjarige] wordt sinds zijn zesde jaar door de pleegouders verzorgd en opgevoed. Hij beschouwt de pleegouders als zijn ouders. Het is voor [jongmeerderjarige] in emotioneel opzicht heel belangrijk om ook officieel het kind van de pleegouders te zijn. Zij zijn de ouders die hem met veel liefde hebben opgevoed en dat nog altijd doen. De pleegouders staan altijd voor hem klaar. [jongmeerderjarige] heeft behoefte aan de bevestiging dat de pleegouders officieel zijn ouders zijn. Tot zijn 21e jaar waren de pleegouders officieel zijn pleegouders, maar nu mist [jongmeerderjarige] de zekerheid en stabiliteit dat op papier vaststaat dat hij een gezin vormt met de pleegouders.
De moeder heeft de rechtbank schriftelijk bericht dat zij de wens van [jongmeerderjarige] en de pleegouders volkomen begrijpt en dat zij haar toestemming geeft voor de adoptie.
Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank de adoptie van [jongmeerderjarige] door de pleegouders uitspreken, ondanks de meerderjarigheid van [jongmeerderjarige] .
Geslachtsnaam
3.8
[jongmeerderjarige] is ouder dan zestien jaar en mag daarom kiezen van welke ouder hij de geslachtsnaam wil dragen. [2] [jongmeerderjarige] kiest ervoor om voortaan de geslachtsnaam
[pleegouder 2]te dragen en de rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen.
Niet uitvoerbaar bij voorraad
3.9
De rechtbank zal de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt de adoptie uit van:
[jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats 1] , door:
[pleegouder 1], geboren op [geboortedatum 2] 1974 in [geboorteplaats 2] ,
en
[pleegouder 2], geboren op [geboortedatum 3] 1980 in [geboorteplaats 3] ;
4.2
stelt vast dat [jongmeerderjarige] heeft verklaard dat hij de geslachtsnaam
[pleegouder 2]zal dragen na de adoptie.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.HR 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6339
2.Artikel 1:5 lid 7 BW Pro