De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van pleegouders tot adoptie van een jongmeerderjarige die sinds zijn zesde jaar door hen is opgevoed. Hoewel de jongmeerderjarige op het moment van het verzoek 22 jaar was, waardoor het wettelijke minderjarigheidsvereiste niet werd voldaan, oordeelde de rechtbank dat er sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding en zeer bijzondere omstandigheden.
De pleegouders boden een stabiele thuisbasis en wilden de moeder de kans geven een rol te spelen, wat niet is gebeurd. De adoptie werd pas na meerderjarigheid aangevraagd omdat de jongmeerderjarige dit zelf als meerderjarige beter kon beoordelen. De moeder stemde schriftelijk in met het verzoek.
De rechtbank overwoog dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is en dat het recht op adoptie niet expliciet door het EVRM wordt beschermd. Toch kan in uitzonderlijke gevallen het minderjarigheidsvereiste worden genegeerd als weigering een ongeoorloofde inbreuk op het gezinsleven vormt.
Gezien de langdurige verzorging door de pleegouders, het ontbreken van contact met de biologische moeder en de emotionele noodzaak voor de jongmeerderjarige om officieel erkend te worden, achtte de rechtbank toewijzing passend. Tevens werd de naamskeuze van de jongmeerderjarige bevestigd. De beschikking is niet uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.