Eiser diende op 10 maart 2025 bezwaar in tegen een beslissing omtrent zijn WIA-uitkering. Verweerder, het UWV, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat ook door verweerder werd erkend. Eiser stelde op 11 februari 2026 beroep in tegen deze niet tijdige beslissing.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in gebreke is gebleven en stelt de dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- voor de eerste 42 dagen van de overschrijding. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, bepaalt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twee maanden voor verweerder om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder verplicht een dwangsom van € 100,- per dag te betalen voor elke dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet ook het griffierecht van € 54,- en proceskosten van € 467,- aan eiser vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.