Uitspraak
[handelsnaam],
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 27 van [verzoekster] , door de griffie van de rechtbank ontvangen op 30 januari 2026;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 22 van [handelsnaam] ;
- de mondelinge behandeling van 3 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [verzoekster] ;
- de pleitnotitie van [handelsnaam] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“(…) Jouw contract wordt van rechtswegen beëindigd aangezien jij niet hebt voldaan aan de voorwaarden in artikel 16 van Pro je arbeidsovereenkomst. (…) In de arbeidsovereenkomst staat aangegeven dat het contract eindigt op 1 november 2025. Dit is niet juist. Wij hanteren een opzegtermijn van 2 maanden. Daarom eindigt het contract op 1 december 2025. (…).”
opgezegdper 1 december 2025 en daarmee dus niet de ontbindende voorwaarde ingeroepen. Getoetst moet daarom worden of sprake is van een rechtsgeldige opzegging door [handelsnaam] .