Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] V.O.F.,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde sub 1] c.s.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een bedrijfshal die door gedaagde wordt gehuurd, vanwege een huurachterstand en herhaaldelijk te late betaling van de huur. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde een huurachterstand heeft van €6.764,10 en daarnaast boetes van €2.150,00 verschuldigd is wegens te late betalingen. Gedaagde betwist de hoogte van de huurachterstand niet en erkent het boetebeding, maar stelt dat dit onredelijk is en pleit voor matiging of vernietiging.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de bedrijfshal nodig heeft voor haar bedrijfsactiviteiten, waardoor de reflexwerking van consumentenbescherming niet van toepassing is. De boete is proportioneel en bedoeld als prikkel tot nakoming. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd waarom de boete onredelijk zou zijn. Ook een beroep op verrekening wordt afgewezen omdat gedaagde geen geldige vordering op eiser heeft.
De kantonrechter concludeert dat de huurachterstand en het stelselmatig te laat betalen van de huur samen een voldoende grond vormen voor ontbinding van de huurovereenkomst in de bodemprocedure. Gezien de ernst van de wanprestatie en het ontbreken van voldoende onderbouwing van gedaagde, wordt de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn van vijf dagen na betekening. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, boetes en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfshal binnen vijf dagen en betaling van achterstallige huur, boetes en proceskosten.