Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. S. de Korte (hierna: de advocaat);
- de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwhuis;
- de benadeelde partijen: [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , bijgestaan door [A] van Slachtofferhulp Nederland.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;
poging zware mishandeling.
5.Maatregel
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
.De verdachte heeft in een periode van twee maanden drie keer vernielingen gepleegd bij de woning van de benadeelde partij. Daarbij is sprake van een opbouwend patroon van escalatie, waarbij de verdachte uiteindelijk ook de benadeelde partij heeft bedreigd door met een mes voor de deur te staan. Deze strafbare feiten vonden plaats zonder enige aanleiding, waardoor het voor de benadeelde partij onmogelijk zal zijn geweest om die te relativeren of anderszins rationeel te benaderen. Juist het ongrijpbare van het gedrag zal dat des te beangstigender hebben gemaakt. Dat blijkt ook uit het feit dat de benadeelde partij zich genoodzaakt voelde om ter beveiliging bouwhekken rondom zijn woning te plaatsen. De foto’s van zowel de verdachte voor de deur van de benadeelde partij, als de foto’s van de nadien aangebrachte bouwhekken, maken indruk. De aard en de ernst van de feiten brengen dus mee dat in dit geval de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon aannemelijk is geworden.
Vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straffen
9.Toegepaste wetsartikelen
10.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feiten 1 en 2 inzake parketnummer 16-218504-25 en het subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer 16/275693-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
ontslaat hem van alle rechtsvervolgingten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de
volgende voorwaardenbetreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:
Geen strafbare feit plegen
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Meewerken aan time-out
Niet naar het buitenland
Opneming in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Verbod verdovende middelen
vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
Alcoholverbod
Dagbesteding
Aflossing schulden
Beheersing middelengebruik;
Contactverbod
Locatieverbod
dadelijk uitvoerbaaris;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 879,71 bestaande uit € 379,71 materiële schade en € 500,- immateriële schade (smartengeld).
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 11 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 879,71 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 11 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- als de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 8 dagen gijzeling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.060,-, bestaande uit € 385,- materiële schade en € 2.675,- immateriële schade (smartengeld);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 11 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 3.060,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 11 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- als de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 30 dagen gijzeling;
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 08-147441-23
met ingang van het moment waarop de verdachte is opgenomen in de [instelling] , een soortgelijke instelling of is opgenomen in een andersoortige kliniek als overbruggingsplek,onder dezelfde voorwaarden als die zijn verbonden aan de TBS-maatregel, zoals hiervoor weergegeven.