ECLI:NL:RBMNE:2026:2080
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een vermeende mishandeling en straatroof op 25 maart 2020. De aanvraag werd door de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) afgewezen omdat niet aannemelijk kon worden gemaakt dat sprake was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Eiser voerde aan dat de afwijzing onterecht was omdat zijn politieaangifte concrete feiten bevatte, zoals de aanwezigheid van twee zilverkleurige auto’s, een plotselinge aanval, en medisch vastgesteld zwaar letsel. Hij stelde dat de CSG ten onrechte zwaar had getild aan het ontbreken van duidelijkheid over de aanleiding en omstandigheden van het incident.
De rechtbank oordeelde dat de CSG terecht de aanvraag had afgewezen omdat onvoldoende objectieve informatie beschikbaar was om een duidelijk beeld te vormen van de toedracht en omstandigheden. De politieaangifte bestond slechts uit de eigen verklaring van eiser en werd niet ondersteund door andere objectieve bronnen. Ook het medisch letsel kon niet uitsluiten dat het letsel door een val was ontstaan. De rechtbank vond dat de CSG het besluit zorgvuldig had genomen en dat het aan eiser was om voldoende concrete informatie aan te leveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op een uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen.