Eiseres heeft op 8 juni 2023 een verzoek tot herbeoordeling van een WIA-aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen, wat ook door verweerder is erkend. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 21 maart 2024 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres op 29 januari 2026 beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en eerdere jurisprudentie stelt de rechtbank een termijn van vier maanden vast waarbinnen het besluit moet worden genomen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 397,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 4 maart 2026 in Utrecht.