Stichting Amaris Zorggroep heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat UWV niet tijdig heeft beslist op een verzoek om herbeoordeling van een WIA-uitkering van mevrouw A. Het verzoek tot herbeoordeling werd ingediend op 20 oktober 2025, waarna UWV niet binnen de wettelijke termijn een besluit nam. Eiseres stuurde een ingebrekestelling op 31 december 2025, waarna zij op 16 januari 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat de dwangsom inmiddels volledig is verschuldigd. De rechtbank legt een dwangsom van €1.442,- op en bepaalt dat UWV binnen vier maanden alsnog een besluit moet nemen, een termijn die is vastgesteld vanwege het tekort aan verzekeringsartsen. Voor elke dag dat UWV daarna nog te laat is, moet een dwangsom van €100,- worden betaald, met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank UWV tot betaling van het griffierecht van €397,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiseres, omdat zij een professionele juridische hulpverlener inschakelde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.