Eiseres heeft op 2 september 2022 een verzoek tot herbeoordeling van de heer A ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen, wat onbetwist is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 14 maart 2023 verstreken twee weken zonder besluit. Eiseres stelde vervolgens op 9 januari 2026 beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de maximale dwangsom van €1.442,- heeft toegekend wegens de overschrijding. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat dit alsnog binnen vier maanden na verzending van de uitspraak moet gebeuren, mede vanwege het tekort aan verzekeringsartsen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog te laat is, moet een dwangsom van €100,- worden betaald, met een maximum van €15.000.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van €397,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 11 februari 2026.